Van het alledaagse iets bijzonders maken

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: architect Michael Graves was er de man niet naar iets in een winkel te kopen.
Illustratie Eliane Gerrits

Op een dag stond hij pontificaal op ons fornuis. De Alessi-fluitketel van een huisgenote. Ze raakte er niet over uitgepraat. Modern design in ons Utrechtse studentenhuis. En nog betaalbaar ook. Natuurlijk, hij was een stuk duurder dan de Hema-fluitketel die we hadden, maar toch, bereikbaar.

Ik kon me niet zo goed in haar enthousiasme verplaatsen. Ik vond hem maar raar, met zijn kegelvormige glimmende buik. En dan dat rode vogeltje dat floot als het water kookte. Grappig voor een keer, maar altijd?

Het was 1985. De roestvrijstalen Alessi-waterketel heb ik sindsdien vele aanrechten zien opvrolijken. Het bleek het postmoderne antwoord op het verlangen van veel huishoudens om van het alledaagse iets bijzonders te maken.

De cirkel sloot zich gisteren, toen ik door het huis struinde van de ontwerper, de in 2015 overleden architect en Princeton-hoogleraar Michael Graves. Nou ja, huis. Het lage gebouw in Toscaanse stijl is rond 1920 als pakhuis neergezet door de Italiaanse steenhouwers die de nep-gotische gebouwen van de universiteit bouwden. Het staat in een achtertuin in een bescheiden woonwijk in Princeton, onzichtbaar vanaf de straat.

Graves was meteen verkocht toen hij het vervallen pand zag. Hij maakte ieder hoekje, elke dakkapel, tafel en boekenkast tot de allerindividueelste uitdrukking van zijn allerindividueelste smaak. Hij was er de man niet naar om in een winkel iets te kopen. In deze designdroom leefde en werkte hij het grootste deel van zijn 80-jarige leven. Hij ontwierp zo’n 350 gebouwen over de hele wereld, waaronder het Louwman Museum en het ministerie van VWS, beide in Den Haag.

Zijn postmoderne stijl leende vrij uit de kunstgeschiedenis. Lopend door zijn huis, waaraan sinds de dag van zijn overlijden niets is veranderd, wordt me duidelijk waar zijn inspiratie vandaan kwam. De Griekse beelden en amfora, de Romeinse kandelaars, prenten van klassieke gebouwen, romantische schilderijen, moderne tegeltjes. Zijn kleine atelier hangt van onder tot boven vol met vrijwel identieke Italiaanse landschapjes in dezelfde terracottakleuren.

Graves voelde zich niet te min gebruiksvoorwerpen te ontwerpen voor grote ketens, zoals het Amerikaanse Target, zodat design doordrong tot het grote publiek. Het werd hem nagedragen door collega’s, maar hij was er trots op. Bij zijn ontwerpen ging hij altijd uit van de gebruiker, of het nu ging om een wolkenkrabber of een citroenpers.

Toen Graves in 2003 door een virus vanaf zijn middel verlamd raakte, ging hij rolstoelen ontwerpen en meubilair voor ziekenhuizen. Zijn opvouwbare wandelstok werd een hit. President Obama maakte hem adviseur voor mensen met beperkingen.

Als laatste beland ik in de keuken, verrassend modern en gewoon. Ikea dacht ik zelfs even. Op het op rolstoelhoogte gemaakte aanrecht staat midden op het fornuis zijn fluitketel. Niet met het vogeltje, maar met een draakje dat hij bedacht voor de dertigste verjaardag van het ontwerp.

Deze ‘Tea Rex’ wil ik wel in mijn keuken. Met een draakje valt makkelijker te leven dan met een vogeltje. Het was de knipoog die ik als student miste.

Reacties naar pdejong@ias.edu