Tijd voor hoeders van de waarheid

Journalistiek Time eerde vorige week de ambachtelijke, maatschappelijk betrokken journalistiek. Die is urgent sinds de opkomst van machthebbers voor wie de feiten plooibaar zijn.

Time verkoos vier journalisten tot persoon van het jaar en bracht vier covers uit. Van links naar rechts: Jamal Khashoggi, de redactie van The Capital Gazette, Maria Ressa en Kyaw SoeOo en Wa Lone.
Time verkoos vier journalisten tot persoon van het jaar en bracht vier covers uit. Van links naar rechts: Jamal Khashoggi, de redactie van The Capital Gazette, Maria Ressa en Kyaw SoeOo en Wa Lone.

Is de klassieke journalistiek terug van weggeweest? Je zou het hopen, nu het Amerikaanse weekblad Time vier journalisten die in aanvaring kwamen met de macht, heeft verkozen tot persoon van het jaar 2018. De vermoorde Jamal Khashoggi, de Reuters-journalisten Kyaw Soe Oo en Wa Lone die in Myanmar in de cel zijn gegooid, Maria Ressa, mede-oprichter van een online nieuwssite op de Filippijnen die al jaren wordt gehinderd en bedreigd en de redactie van The Capital Gazette, een krant in de Amerikaanse staat Maryland waar in juni vijf doden vielen bij een schietpartij. Alle vier zijn door het weekblad geëerd als ‘hoeders’ of ‘bewakers’ van de waarheid.

Nu kun je daar makkelijk cynisch over doen, want Time, was dat niet dat ooit toonaangevende tijdschrift dat niemand meer leest? Het had in 2017 nog een relatief bescheiden abonneebestand van twee miljoen, minder dan Better Homes And Gardens (7,5 miljoen) of Good Housekeeping (4,3 miljoen). Dus ja, Don Henley van de Eagles mag misprijzend zingen over een vrouw die haar gezin verwaarloost en denkt dat „tijd maar een blaadje is” („you think time is just a magazine”, Too Busy Being Fabulous, 2007). Maar het is de vraag of nieuwe generaties die woordspeling nog begrijpen.

En die ‘mensen van het jaar’, hoe nieuwswaardig of eervol is die galerij nog sinds ook Mark Zuckerberg (2010), Bono (2005) en – het ergste van alles natuurlijk – de babyboomers (1966) erin zijn opgenomen? Twee jaar geleden viel de eer ten deel aan Donald Trump, die het begrip nepnieuws groot maakte.

Straatrumoer

Toch mist zulk cynisme het punt. Dat Time drie opgesloten of belaagde en één vermoorde journalist heeft uitverkoren, is een teken des tijds. Het geeft aan dat ‘ouderwetse’ kritische, vasthoudende journalistiek er weer toe doet – al schijnt dat in Nederland nog niet overal te zijn doorgedrongen. In elk geval niet bij pretblogs die zich nog steeds vrolijk maken over dode bomen en liever het digitale straatrumoer aanjagen. En misschien ook niet helemaal bij de uitgever van de nieuwe, uitgedunde zesde editie van het Basisboek Journalistiek, dat wordt gebruikt aan journalistenopleidingen. Gedetailleerde beschrijvingen van het handwerk zijn daarin fors gesnoeid en voor het eerst is een heel hoofdstuk opgenomen over de vraag hoe je moet „scoren met een goed verhaal” en hoe je jezelf en je verhaal „moet verkopen”.

Dat accent op pitchen en pragmatisme is op zichzelf óók een teken des tijds, een reactie op de sputterende arbeidsmarkt voor journalisten, die steeds vaker als freelancer of zzp’er moeten werken. Een ontwikkeling die wel eens is omschreven als een ‘herproletarisering’ van de journalist: steeds meer eisen aan arbeid en inzetbaarheid, steeds minder zekerheid.

Betalen voor online journalistiek

Maar de keus van Time laat de keerzijde zien. Inderdaad, er heeft kaalslag en herverdeling plaatsgevonden, in de VS maar ook in Nederland, vooral ten koste van lokale journalistiek. Maar na twee decennia van dalende oplagen, bezuinigingen en ondergangsverhalen, doet journalistiek van ‘dode bomen-media’ er nog altijd meer toe dan boekaniers van cyberspace met datadumps of bloggers die elke dag een nieuw kort lontje laten opbranden. Het bereik (papier en digitaal) van kranten die de kaalslag hebben overleefd stabiliseert of stijgt. The Washington Post, de krant waar Khashoggi voor werkte, is na jaren tobben vlot getrokken. Ook in Nederland doen uitgevers van landelijke kranten het ondanks Spengleriaanse onheilsverwachtingen de laatste jaren redelijk tot goed.

Eén oorzaak is dat de hobbel om te betalen voor online journalistiek langzaam aan lijkt te zijn genomen, met dank aan tablets en smartphones. Een andere is zonder twijfel die Man van het Jaar 2016, die het woord waarheid nieuwe glans heeft verleend als tegenwicht tegen desinformatie, nepnieuws en propaganda. Net als zijn ook al zo robuust mannelijke evenknie in het Kremlin (man van het jaar 2015). Of die in Ankara, of Beijing (nog nader te bepalen). De opkomst van machthebbers voor wie feiten plooibaar zijn en democratische instituties ondergeschikt aan persoonlijke grillen, geeft ambachtelijke, maatschappelijk betrokken journalistiek nieuwe urgentie.

Kortom, de tijd dat klassieke journalistiek kon worden afgedaan als het kunstje van een analoge circusaap die een reumatisch koprolletje komt vertonen, is lang voorbij. Het zijn nu eerder de Pavloviaanse reflexen van alternatieve feitenrapers en complotdenkers die sleets en plichtmatig overkomen.

Intimidatie, bedreiging, moord

Maar de verkiezing van Time vestigt ook meteen de aandacht op de donkere kant van die terugkeer van relevante journalistiek. Wie feiten najaagt zonder aanzien des persoons komt in botsing met krachten voor wie waarheid ook maar een instrument is uit de beheersingscatalogus. Khashoggi’s gruwelijke lot is het nec plus ultra daarvan. In Rusland is de lijst vermoorde journalisten sinds de jaren negentig inmiddels ijzingwekkend lang. In Turkije is de vrije pers keihard gedecimeerd, in tal van andere landen gekortwiekt.

Ook in Nederland krijgen journalisten te maken met intimidatie en bedreiging, in verschillende gradaties. Van journalisten die drugscriminaliteit belichten en moeten onderduiken tot columnisten die met de digitale boksbeugel worden bewerkt. Het eerste is nieuw, in het tweede heeft dit land helaas een zekere traditie – zie de haat en het gelegenheidsantisemitisme die publiekslieveling Mies Bouwman in 1964 over zich heen kreeg na een satire over ‘beeldreligie’ (het leidde tot politiebewaking en haar vertrek bij het programma). Sociale media hebben de drempel voor zulk virtueel lynchen verlaagd, identitaire ophitsing doet de rest.

De keuze van Time maakt ook nog eens duidelijk dat er niet maar één soort journalist is, die altijd ‘neutraal’ moet zijn. Khashoggi was een kleurrijke – en omstreden – figuur met een politieke agenda; de drie anderen deden of doen hun werk uit onmiskenbaar engagement met een democratische zaak. Goede journalistiek ís geëngageerd, maar nog geen activisme waarin feiten worden bijgesteld aan ideologie of meningen in plaats van andersom.

Dat eerbetoon aan relevante journalisten is daarom niet alleen een feit, het is vooral een opdracht, in de eerste plaats aan redacties om temidden van een mediacultuur die is gedrenkt in amusement, ernst met de zaken te maken - en aan mediabedrijven die het zakelijk weer goed doen, om te innoveren én investeren (nu zelfs het kabinet oog heeft gekregen voor het belang van journalistiek). Investeren in kritische, professionele journalistiek is investeren in een vitale publieke cultuur.

Sjoerd de Jong is ombudsman van deze krant.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Sjoerd de Jong