Schade van Brexit voor Nederland: een rekensom in een dikke mist

Schade voor Nederland Wat gaat Nederland een ‘hard’ vertrek van de Britten uit de EU kosten? Tot 2024 misschien wel 2,3 miljard euro.

Bloemenveiling FloraHolland in Aalsmeer. Een KPMG-studie van januari dit jaar voorziet als gevolg van de Brexit harde klappen voor de vlees- en de snijbloemensector.
Bloemenveiling FloraHolland in Aalsmeer. Een KPMG-studie van januari dit jaar voorziet als gevolg van de Brexit harde klappen voor de vlees- en de snijbloemensector.

De vragen lagen al langer op tafel, maar zijn door de jongste Brexit-chaos in Londen nog urgenter geworden: is Nederland voorbereid op een hard en rommelig vertrek van de Britten uit de EU? En wat kost dat?

De Algemene Rekenkamer plakte er afgelopen week een cijfer op: in het slechtst denkbare scenario, waarbij de Britten zonder akkoord opstappen (‘no deal’), heeft de Nederlandse overheid tot en met 2023 2,3 miljard euro hogere kosten. Dat is geld voor versterking van overheidsinstanties zoals de douane (zo’n 650 miljoen euro) en eenmalig circa 1,5 miljard extra voor de lopende EU-begroting (2014-2020).

Die 650 miljoen euro lijkt de overheid in ieder geval kwijt, ook bij een ordelijke Brexit. Want ook dan zorgt de handel met het Verenigd Koninkrijk opeens voor veel extra papierwerk, bij douane, immigratiedienst, politie, Openbaar Ministerie, rechtspraak en aan landbouw gerelateerde keuringsdiensten. Verder is de optelsom omgeven door een dikke mist. De pogingen van May om een echt ‘zachte’ variant te organiseren, liepen vorige week hopeloos vast. Een harde exit is steeds waarschijnlijker. Maar hóé hard precies? Daar zijn volop grijstinten. En in de som zitten dus veel ‘onbekenden’.

Zo laat de Rekenkamer de eerstvolgende Europese meerjarenbegroting (2021-2027), waarover deze maanden onderhandeld wordt, buiten beschouwing. Dat doet het kabinet zelf ook. Terwijl door de Brexit een belangrijke netto-betaler wegvalt. Nederland moet dan mogelijk 2,5 tot 3 miljard euro per jaar méér gaan afdragen. Althans, dat is wat de Europese Commissie nu voorstelt.

Teruglopende handel

En wat als de handel door de nieuwe Brexit-barrières terugvalt? Dat leidt tot minder belastingopbrengsten dan waarmee de rijksbegroting nu rekening houdt. Hoe dat uitpakt, weet niemand, en het kabinet heeft geen scenario’s laten doorrekenen.

Minister Hoekstra (Financiën, CDA) schreef de Kamer vorige week dat minder handel niet tot extra bezuinigingen hoeft te leiden, „zolang er voldoende marge tot de Europese begrotingsregels wordt gehouden”. Ofwel: Nederland heeft ruimte om het tekort en de staatsschuld te laten oplopen, zonder te morrelen aan de begroting. Maar linksom of rechtsom, het blijft een extra kostenpost door de Brexit.

De schade aan de economie zelf is nog vele malen groter. Het Centraal Planbureau (CPB) kwam in 2016 uit op een kostenpost van zo’n 10 miljard euro door een terugval in de handel met de Britten. Dat is 1,2 procent van het bruto binnenlands product. Volgens het CPB gaan vooral voedselverwerkers en bedrijven in chemicaliën, rubber en plastics de Brexit voelen. Een KPMG-studie van januari dit jaar voorziet harde klappen voor vlees- en snijbloemensector.

Producten als vlees en snijbloemen uit Nederland liggen nu nog binnen een dag in de Britse supermarkt. Dat kan allemaal veranderen

De financiële sector en de advocatuur kunnen juist flink profiteren, omdat bedrijven veel zaken, al dan niet opnieuw, moeten regelen. Maar hun extra inkomsten vallen ruimschoots weg tegen de verloren omzet in andere bedrijfstakken.

De Brexit kan nog tot een andere meevaller leiden. Zo int Nederland als groot doorvoerland namens de EU heffingen op producten die de EU-markt binnenkomen. Voor die ‘dienst’ krijgt het een vergoeding: 20 procent van wat bij de invoer wordt binnengehaald, vloeit naar de Nederlandse schatkist. Dat levert nu zo’n 600 miljoen euro per jaar op. Door de Brexit wordt dit mogelijk meer. Maar hoeveel meer? Het kabinet wil er geen getal op plakken.

Voorbereidingen lopen achter

Wat de praktische voorbereidingen betreft: de rekenmeesters concludeerden dat de noodzakelijke uitbreiding van de douane op de Brexit-dag zelf, 29 maart 2019, niet voltooid zal zijn. „Wat betekent dat?” wilde Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) vorig week woensdag weten tijdens een Europa-debat met premier Rutte. „Dat we containers niet op drugs kunnen controleren?” Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) sprak de zorg uit dat niet alle ministeries even alert omgaan met mogelijke gevolgen. „Kan er niet een tandje bij?”

Vanuit Brussel klonk afgelopen week het advies: bereid je voor op een ‘no deal’. Maar uit een door de Rekenkamer aangehaalde enquête onder 450 Nederlandse bedrijven die zaken doen met het Verenigd Koninkrijk, blijkt slechts 10 procent zich echt voor te bereiden. Wat als de Brexit meevalt? Wat als het niet doorgaat?

Mede vanwege die onzekerheid voert de overheid de versterking van de douane uit in ‘tranches’. Uiteindelijk moeten er ruim 900 douaniers bijkomen, maar in maart 2019 staat de teller pas op 500, van wie er 300 na een verkorte training ook echt aan de slag kunnen. Volgens Hoekstra is Nederland daarmee „beschermd tegen het hele extreme scenario”.

In het uiteindelijke kostenplaatje is die onzekerheid ook van belang. Gezien de aanhoudende crisis in Londen kan zelfs het scenario dat er tóch geen Brexit komt, niet worden uitgesloten. Dat betekent ook dat er mogelijk helemaal geen kosten zijn. Althans, op die miljoenen voor de douane na dan, daarvan is een deel al uitgegeven. Maar toch. Het zijn geen miljarden.

Lees meer over hoe bedrijven zich proberen voor te bereiden op het Britse vertrek: En dan sta je opeens voor een dichte slagboom

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.