Experiment: niet meer opschrijven dat de urine geel is

Regeldruk in de zorg Drie ziekenhuizen proberen zich te verlossen van inefficiënte registratiedruk. „De tijdwinst besteed ik aan de familie, voor wie het een enorm bedreigende toestand is hier.”

De intensivecareafdeling van het Radboudumc. Verpleegkundigen hoeven hier nog maar 16 ‘kwaliteitsindicatoren’ te registreren, in plaats van 122.
De intensivecareafdeling van het Radboudumc. Verpleegkundigen hoeven hier nog maar 16 ‘kwaliteitsindicatoren’ te registreren, in plaats van 122. Foto Bram Petraeus

Een 52-jarige patiënte wordt de intensive care binnengereden. In de operatiekamer is zojuist haar hartklep vervangen. Ze is bewusteloos, aan de beademing. Haar donkere haar verstopt in een haarnetje.

Een zucht van opluchting klinkt als de verpleegkundigen horen dat de operatie – behalve een kortstondige lage bloeddruk – probleemloos is verlopen. De familie wordt gebeld.

Vanaf nu is verpleegkundige Wendy Meerman (52) aan zet. Op deze afdeling van het Radboudumc houdt overdag elke verpleegkundige fulltime één patiënt in de gaten. Wanneer deze is aangesloten op de systemen van de intensive care onderwerpt Meerman haar routinematig aan een controle. Zijn de glucosewaarden en bloeduitslagen in orde? Is er een pijngrimas waar te nemen op het gezicht van de vrouw? Ziet de huid er normaal uit bij de insteekopeningen van de lijnen, zoals het infuus? Is er bloed in de urine die via een slang uit haar blaas loopt te bespeuren?

Registreren wat afwijkt

Tot half mei stond ze daarna steevast uitkomsten in te voeren in de pc. Urine: geel, pijnscore: nul, roodheid: geen. Over operatiewonden werd een apart formulier ingevuld. Hoe lang, hoe diep, hoe rood, welke pleister. „Het voelde alsof het vertrouwen in verpleegkundigen langzaam was verdwenen”, zegt Meerman.

Sinds een paar maanden moet ze vooral registreren wat afwijkt. Dus als de patiënt bijvoorbeeld wél onacceptabele pijn heeft. Het Radboudumc doet samen met het UMC Groningen en Rijnstate het experiment ZIRE. De ziekenhuizen hebben een speciale tijdelijke ontheffing van de Inspectie Gezondheidszorg.

Bij het Radboudumc hoeft de afdeling intensive care nog maar 16 zogeheten kwaliteitsindicatoren te registreren, in plaats van de voormalige 122. Voorheen verantwoordde de afdeling zich met de uitgebreide registratie aan de inspectie, het Zorginstituut, verschillende zorgverzekeraars en wetenschappelijke verenigingen. Dat was behalve arbeidsintensief ook inefficiënt. Hypoglycemie, een te lage bloedsuikerspiegel, moest bijvoorbeeld op drie manieren aan instanties worden doorgegeven. „Het voelde voor verpleegkundigen alsof ze, bij wijze van spreken, moesten opschrijven dat ze naar het toilet waren geweest en hoeveel velletjes wc-papier ze hadden gebruikt,” zegt Marieke Zegers, projectleider van ZIRE in het Radboudumc.

Medisch specialisten zijn circa 40 procent van hun werktijd bezig met administratie, blijkt uit onderzoek van VvAA, ledenorganisatie en dienstverlener in de zorg. Slechts iets meer dan een derde van die handelingen beschouwen ze als zinnig. De VvAA becijferde ook dat één minuut administratie per week voor alle ziekenhuisverpleegkundigen de maatschappij jaarlijks 1,9 miljoen euro kost.

Lees ook over de regeldruk in de geestelijke gezondheidszorg, waar 40 procent van alle zorgtijd naar administratie gaat: De ‘lijstjesman’ brengt tijd door achter de computer, niet met de patiënt

„Een verpleegkundige op de intensive care moet aan veel kwaliteiten voldoen”, zegt Meerman. „De patiënt vertegenwoordigen, ook als hij of zij niet meer zelf kan nadenken. Niet in paniek raken, ook als de dood om de hoek kijkt. Voor dat soort zaken ben ik aangenomen.” Meerman zegt weer trots te zijn op haar werk. „Dat ik op mijn vertrouwen, inschatting, kennis en kunde word gewaardeerd.”

Fout met medicatie

Één van de andere registraties die de intensivecareafdeling schrapte is het intern melden van incidenten. Zoals een fout met medicatie, of een verkeerde sticker op een bed. In plaats van de interne meldingen moeten verpleegkundigen elkaar aanspreken, en hangt er een ‘verbeterbord’ met aanbevelingen in de lunchruimte. Elke vrijdag worden de verbeterpunten doorgenomen. Het gevoel dat problemen over de schutting worden gegooid is weg, zeggen verpleegkundigen. „We hopen de cultuur aan te wakkeren dat mensen zich de kwaliteit meer aantrekken”, zegt Rutger Verhage (41), arts op de intensive care.

Niet iedereen is overtuigd. „Fouten moet je nu aan elkaar melden, maar soms zien we elkaar door onregelmatige werktijden een tijd niet”, zegt verpleegkundige Mira (45), die om privacyredenen niet met haar achternaam in de krant wil. Over het algemeen is ze blij met de proef. „In plaats van ‘goedemorgen’ zei het verpleegkundig afdelingshoofd vroeger soms ‘denk aan je scores’ (registraties, red) als je ‘s ochtends binnenkwam.” Mira loopt naar een computer naast een ziekenhuisbed ter demonstratie. „Ik stond dan met mijn rug naar de patiënt eindeloos naar de computer te turen.”

Veel registraties hebben ook zin gehad, zegt Verhage. „Wij geven grote infusen, die soms weken blijven zitten. Het registreren van roodheid bij de ingangen van die lijnen in het lichaam heeft medewerkers bewuster gemaakt van het potentiële risico op infecties.” Een ander voorbeeld is pijn, dat was volgens Verhage „een ondergeschoven probleem. Niet bij de anesthesist, die ging over pijnmedicatie, maar de rest van het ziekenhuis. Door de registratie is kijken hoeveel pijn patiënten hebben nu een vast onderdeel van werk.”

Toch kunnen verpleegkundigen ook doorschieten met het van zich afschudden van registraties. „We zagen laatst dat de registraties van ernstige pijn ineens daalden”, zegt Verhage. „Dan gaan we in gesprek. We hebben namelijk niet afgesproken dat we dát minder registreren.”

Elke vrijdag worden punten op het verbeterbord doorgenomen.

Foto Bram Petraeus

Tijdwinst

Uit eerste metingen blijkt dat verpleegkundigen door de registratieverlichting drie kwartier tot een uur hebben gewonnen, op diensten van acht uur. Tijd om bijvoorbeeld patiënten te helpen in een stoel te gaan zitten - zodat spieren niet verslappen.

De dienst van Meerman zit erop. Terwijl familieleden de bewusteloze hartpatiënte over haar voorhoofd aaien, neemt collega Hans Feijen (58) het over. „Ik begin met alles van A tot Z opnieuw controleren”, zegt Feijen tegen de familieleden. „Zodat ik weet waar we staan, ten goede of ten kwade.” Na de controle, heeft Feijen zijn handen vrij. „Ik ga proberen of ze al een beetje zelfstandig kan ademen”, zegt hij. Het lukt.

Later op de gang zegt Feijen: „Je hebt niet meer het gevoel dat je onzinnige dingen invult waarvan je weet: dit leest toch niemand. De tijdwinst besteed ik aan de familie, voor wie het een enorm bedreigende toestand is hier.”

    • Liza van Lonkhuyzen