Zeven boeken met kostuums: van Hans Klok en Karin Bloemen tot Songfestival

E-Boek Vanaf de jaren zeventig ontwerpt Jan Aarntzen theaterkostuums voor onder meer Karin Bloemen en Hans Klok. Hij maakte een e-boek met een overzicht van zijn werk.

Linda Wagenmakers in een jurk van Jan Aarntzen op het Eurovisiesongfestival in 2000.
Linda Wagenmakers in een jurk van Jan Aarntzen op het Eurovisiesongfestival in 2000. Foto Carsten Rehder / EPA

Jan Aarntzen heeft in één klap zeven boeken gepubliceerd – in totaal 526 pagina’s met een kleurrijke keus uit de vele honderden theaterkostuums en -decors die hij in de afgelopen veertig jaar heeft ontworpen. En ze zijn alle zeven gratis verkrijgbaar. Ze liggen niet in gedrukte vorm in de boekwinkel, maar staan alle zeven integraal op zijn site, aarntzen.net, inclusief de bij zulke boekwerken behorende bladerfunctie.

„Ik wilde een boek met mijn werk”, zegt hij. „Maar ik heb zo veel gedaan dat het al snel vier boeken werden. En het drukken zou heel duur geworden zijn”, zegt hij, „te meer omdat ik altijd het beste van het beste wil. En nu kan iedereen er dus gratis in bladeren. Dat is toch veel leuker?”

Jan Aarntzen (68) studeerde mode, grafiek en industrieel ontwerp aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem, werkte als stylist bij de Bijenkorf en was directeur bij de Amsterdamse mode-academie Vogue.

Als theatervormgever debuteerde Aarntzen in 1977 – na een toevallige ontmoeting met een van de medewerkers – met het programma Geen zee te hoog van een groepje cabaretjongeren onder leiding van de Friese veteraan Rients Gratama. Prompt volgde er meer theaterwerk.

Een wervelend theaterkledingontwerp voor Hans Klok, door Jan Aarntzen. Foto Roy Beusker

Tot de opvallendste producties uit die eerste jaren behoorden de musical Ping Ping van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink en de musicals Madame Arthur en Max Havelaar van Jos Brink en Frank Sanders.

Epaterende jurk Karin Bloemen

Zo werd het theater allengs zijn voornaamste werkterrein. En bij een breed publiek werd Aarntzen vooral bekend om de epaterende jurken die hij sinds 1986 maakte voor Karin Bloemen. Wat zij droeg, werd zijn handelsmerk.

Ook haalde hij de publiciteit met de zwart-witte jurk die Linda Wagenmakers in 2000 droeg op het Eurovisie Songfestival – het gewaad dat twee dansers bleek te verbergen.

„Ja, ik denk wel dat ik als ontwerper een imago heb: duur en barok. Vaak is over mij gezegd dat ik alles altijd extravagant maak. Maar dat is niet waar; ik heb ook voldoende kleine, eenvoudige producties gedaan, waarbij duur en barok helemaal niet aan de orde waren. Waar het mij om gaat, is het verhaal van de voorstelling te vertellen in een concept waar de aankleding uit voortkomt. En soms is het ook helemaal niet nodig iets nieuws te maken; dan kun je het gewoon in een winkel kopen. Als je het maar goed gebruikt. Neem de hemden die Hans Klok draagt – die moeten stretch zijn en die kun je kopen. Maar op het

gekochte zwarte hemd dat hij nu draagt, heb ik zelf rode mouwen en een rode achterkant gemaakt.”

Zoek de Ashton Brothers: kleurige outfit ontworpen door Aarntzen. Foto Lenn Aarntzen

Tegen de hokjesgeest

Klok behoort tot zijn vaste opdrachtgevers, evenals Karin Bloemen, Brigitte Kaandorp, de Ashton Brothers, de Wereldband, het theaterbedrijf Stardust en diverse anderen. Wel heeft hij nog één onvervulde wens: „Ik hou veel van opera en zou graag nog eens voor een opera werken. Maar dat is een heel ander circuit, met heel andere mensen. Die hokjesgeest stoort me.”

Het is, zegt hij, dezelfde hokjesgeest die doorklonk in wat een autoriteit uit de modewereld eens tegen hem zei: „Jij werkt tegenwoordig in het theater, hè? Is dat wel verantwoord?”

Al jarenlang runt Jan Aarntzen zijn drukbeklante praktijk samen met zijn zus Lenn. „We zijn gezegend met opdrachtgevers die altijd weer nieuwe voorstellingen maken,” zegt hij. „Dat betekent dat ik ook steeds weer word gedwongen om nieuwe dingen te verzinnen. Met als gevolg dat ik niet snel in herhaling zal vervallen. Nieuwe plannen maken is het mooiste van mijn vak – dan is alles nog mogelijk.”

Jan Aarntzen boeken op aarntzen.net