Opinie

    • Frits Abrahams

Baby, buiten is het koud

In de Verenigde Staten woedt een cultureel oorlogje over het kerstliedje ‘Baby, It’s Cold Outside’. Hoewel het woord ‘Kerst’ er niet in voorkomt, is het een klassiek liedje uit 1949 dat ook in deze tijd nog veel op de radio afgespeeld wordt. Allerlei gereputeerde artiesten, van Louis Armstrong tot Lady Gaga, hebben het de afgelopen decennia gezongen.

Het bestaat uit een duet tussen een man en een vrouw, waarbij de man de vrouw probeert over te halen een liefdesnacht bij hem thuis door te brengen. Zij maakt duidelijk dat ze niet kan blijven („I really can’t stay”), hij wijst er in zijn antwoord steeds in allerlei varianten op dat het buiten verrekte koud is. Zij zinspeelt op de sociale afwijzing (moeder, buren) die het gevolg kan zijn („I ought to say no, no, no”), hij blijft zijn schouders ophalen („Mind if I move in closer?”).

Eén duet is befaamd geworden dankzij de speelfilm Neptune’s Daughter uit 1949, waarin Ricardo Montalbán en Esther Williams het nummer suggestief uitbeelden. Daarin is de man wat handtastelijker – hand op knie – dan uit de songtekst blijkt.

Het radiostation Star 102 uit Cleveland, Ohio was onlangs de eerste zender die het liedje in de ban deed. Luisteraars hadden aanstoot genomen aan de tekst, die ze in de huidige #MeToo-periode ongepast vonden. Ze noemden het een liedje over een verkrachting in wording. „Manipulatief en fout”, vond ook een invloedrijke programmamaker. Hoeveel stations er volgden is mij niet duidelijk geworden, maar vaststaat dat er ook Canadese zenders bij waren.

De afwijzende luisteraars wezen vooral op de bezorgde vraag van de vrouw als ze van haar drankje heeft genipt: „Say, what’s in this drink?” Maar de andere luisteraars konden aanvoeren dat de vrouw wel zelf om het drankje gevraagd had („Maybe just a half a drink more”). Bij een enquête door Star 102 bleek overigens dat veruit de meeste luisteraars het liedje bleven goedkeuren.

Iedereen kan het liedje interpreteren op de manier die hem of haar het best uitkomt, maar het lijkt me verstandiger om af te gaan op de intentie van de songwriter, in dit geval Frank Loesser. Hij is inmiddels gestorven, maar zijn dochter Susan liet verontwaardigd weten dat pa woedend zou zijn geworden over alle ophef. „Hij schreef het voor mijn moeder en zichzelf om op feestjes te zingen. Maar sinds Bill Cosby beschuldigd werd van het drogeren van vrouwen, moet ik steeds horen dat het over verkrachting op een afspraakje gaat.”

Een tuttig hitje, noemde Youp van ’t Hek het liedje in zijn column. Naar de huidige maatstaven is het dat zeker, maar voor 1949 moet het toch nogal ondeugend zijn geweest. Veel ondeugender in ieder geval dan wat wij in die tijd in Nederland koesterden.

Ik denk aan Eddy Christiani die in 1952 in ‘Spring maar achterop’ zong: „Mijn achterband is wel wat zacht, maar dat geeft niet lieve pop, spring maar achterop (3x).”

Vergeet ook Max van Praag niet die ons nog in 1961 (!) uit volle borst liet meezingen over twee jonggeliefden: „Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel, nou dan weet je het wel (2x).”

Kennelijk was de erotiek toen in Nederland nog vooral nabij het fietszadel gesitueerd; de Amerikanen waren ons zelfs ver vooruit met dat drankje op het bankje in ‘Baby, It’s Cold Outside’.

    • Frits Abrahams