Recensie

Authentieke lotgevallen van een dakloze muzikant en vader

Theatermaker en regisseur Ilay den Boer verwelkomt de toeschouwers van En dus zal ik weer gaan, en stelt iedereen voor aan zanger en gitarist René Jonker. Den Boer maakte deze voorstelling na research bij het Leger des Heils Dordrecht. Voorafgaand legt hij uit dat René zijn authentieke lotgevallen zelf heeft opgetekend. Hij vertolkt iemand die dakloos is; én vader van een dochter. De andere muzikant is Rosalie Wammes; ze speelt harp en elektronica. Zij heeft wel een verzonnen naam: Sam.

De hang naar het waar gebeurde van Renés verhaal zorgt voor dalen en muzikale hoogtepunten. Het slechte idee is dat René telkens het publiek aanspreekt met vragen als: „Wie kende net als ik een liefde met vele jaren leeftijdsverschil?” Dit leidt tot rommelige situaties. Geleidelijk komt het echte thema aan de orde: de wilde muzikant René heeft zijn dochter ernstig verwaarloosd. Gevoelens van spijt vertolkt hij met een nauwelijks beheerst pathos. „Ben ik schuldig?” roept hij uit. Hij leest een emotionele brief van dochter Sam voor. Opeens sluipt de geweldig spelende Rosalie Wammes weg van de bandstand, dan begrijp je: zij is Sam, de dochter. René verandert hierdoor in een personage, want dit is niet ‘echt’. Dit stuivertje wisselen tussen fictie en werkelijkheid leidt tot nodeloze verwarring.

De opleving komt met de muziek, als Jonker gaat zingen en spelen. Ooit schreef hij een lied, in dronkenschap, over de wind die hij volgt, maar niet „mijn kind”. In dit ene refrein balt René Jonker het drama samen van zijn bestaan.

    • Kester Freriks