Recensie

Op haar sloffen hekelt Polderman apathie

Cabaret

In haar zesde voorstelling benadrukt Katinka Polderman dat de mensheid er op aarde een enorme rotzooi van gemaakt heeft, maar zich daar nauwelijks druk om maakt. Ironisch levert ze kritiek, onderuitgezakt in een leunstoel.

Foto Jaap Reedijk

‘De mensheid heeft de evolutie gewonnen”, zegt Katinka Polderman in Polderman draagt een steentje bij, haar zesde voorstelling alweer. Die titel is volstrekt ironisch, want Polderman zit de hele avond onderuitgezakt in een grijze leunstoel in een joggingbroek en konijnensloffen. Ze is omringd door troep: een kratje Duvel, een platenspeler, een strijkplank met kleren erop en nog veel meer. Dit fraaie decor ondersteunt Poldermans pessimistische boodschap dat de mensheid er op aarde een enorme rotzooi van gemaakt heeft, maar zich daar nauwelijks druk om maakt.

Dat klinkt vermoeiend, maar bij Polderman zit de boodschap niet in een moralistische aansporing om de aarde te redden. Ze kiest voor het subtielere stijlmiddel van de ironie. In een serie puntgave, droogkomische liedjes (haar handelsmerk) zet ze vraagtekens bij een antropocentrisch wereldbeeld en benadrukt ze de futiliteit van de mens. Mooi is dat Polderman haar voorstelling begint met de geschiedenis van de mensheid (in een paar coupletten samengevat), maar eindigt met cavia’s die terugblikken op de al lang uitgestorven menselijke soort.

Soms is Poldermans ironie te vrijblijvend, waardoor haar boodschap aan kracht verliest. De conference waarin ze stereotypen over mannen en vrouwen de revue laat passeren, is grappig en herkenbaar, maar kan gemakkelijk als een bevestiging van die stereotypen worden begrepen. Scherper is Polderman wanneer ze rechts-conservatieve denkbeelden binnenstebuiten keert, zoals in haar sarcastische betoog over dieren die zichzelf voortdurend in de slachtofferrol plaatsen en nooit eens eigen verantwoordelijkheid nemen.

Poldermans satire op de apathische mens bereikt een hoogtepunt met een lied waarin ze de domheid toont van degenen die er trots op zijn geen idealen te hebben: „Het leven is te kort voor idealen / Dus stop met je langdradige verhalen / Het leven is te kort / Voor tofu op mijn bord / ’k Vreet enkel nog tonijnsteak met garnalen.” Dat Polderman de hele avond in haar stoel blijft zitten, maakt haar ironische onverschilligheid extra komisch.

Polderman had wel iets strenger mogen selecteren, want haar materiaal is van zeer wisselende kwaliteit. De voorstelling komt moeizaam op gang met een slecht uitgewerkte conference waarin ze verklaart haar humor te zijn verloren na haar zwangerschap. Ongetwijfeld ironisch bedoeld, maar omdat deze conference zelf geen goede grappen bevat, wordt het een beetje pijnlijk.

Daarna volgen wat onnodig flauwe nummers. Zo presenteert ze een stukje ‘innovatiecabaret’, dat bestaat uit een- of tweeregelige liedjes met woordgrapjes als: „Robijntje is eigenlijk een wasbeer.” Ook de carnavalskrakers voor hoogbegaafden zijn te melig voor woorden, al krijgt ze de zaal er wel mee plat. Nee, dan liever een ontroerend liedje waarin Polderman de nietigheid van de mens verbindt aan haar eigen angst om vergeten te worden. Want liedjes schrijven, dat kan Polderman als geen ander.

    • Dick Zijp