Na een kermis aan emoties was brons het hoogst haalbare voor de handbalsters

EK handbal

Routine en een flinke portie grimmigheid brachten Nederland de derde plaats. Hoe een onevenwichtige selectie toch presteerde.

Nycke Groot scoort op weg naar de overwinning in de troostfinale tegen Roemenië, op het EK in Frankrijk.
Nycke Groot scoort op weg naar de overwinning in de troostfinale tegen Roemenië, op het EK in Frankrijk. Foto Michel Euler/AP

Een gekrenkte Angela Malestein is een verbeten handbalster, op het agressieve af. Daarmee stond de geboren Bunschotense bij het EK in Frankrijk model voor het Nederlands team, dat na twee weken een kermis aan emoties afsloot met de derde plaats. In de ‘kleine finale’ werd zondag in Parijs Roemenië, na een vloeiend begin, uiteindelijk struikelend met 24-20 aan de kant gezet.

Malestein werd na het debacle tegen Noorwegen geslachtofferd door Helle Thomsen. De reden hield de bondscoach binnenskamers, maar de 25-jarige rechterhoekspeelster, al vier jaar een vaste kracht in het Nederlands team, werd voor de wedstrijd tegen Duitsland naar de tribune verwezen. De nederlaag (29-16) tegen Noorwegen kon haar onmogelijk alleen worden aangerekend. Het hele team liet het die dag lelijk afweten.

Harder had Thomsen de speelster niet kunnen raken. Malestein, die met haar opgeruimde karakter tot de sfeermakers behoort, was verdrietig en boos tegelijk. Wat flikt de coach me nou, was het heersende gevoel. Ze zon op wraak. Die kreeg Malestein vrijdag in de halve finale tegen Frankrijk. Ze zette de rechterhoek in vuur en sloot de eerste helft af met vier doelpunten uit vier doelpogingen: een score van 100 procent. Dat Frankrijk na rust over Nederland heen walste, viel Malestein niet te verwijten: Nederland faalde collectief. Maar Malestein was terug, dat had ze Thomsen sportief ingepeperd.

Cruciale momenten

Die grimmigheid typeerde Nederland dit EK. Of het ging goed, of matig tot slecht, maar op cruciale momenten stond de ploeg op en werden onvermoede krachten aangeboord. Krachten die Nederland voor de vijfde keer op rij bij de topvier van een groot toernooi bracht. Die furiositeit was ontoereikend in de halve finale tegen Frankrijk, maar dat was een kwestie van kwaliteitsverschil.

Brons was uiteindelijk het optimale resultaat. Best knap van een ploeg die gemankeerd aan het EK begon. Het wegvallen van de gestopte Yvette Broch en de geblesseerde aanvoerster Danick Snelder leek een slecht voorteken. Een team zonder twee cirkelspeelsters én twee defensieve steunpilaren van wereldklasse, dat kon niet goed gaan. En dan stelde Thomsen met een overdaad aan opbouwspelers, één debuterende cirkelspeelster en maar drie hoekspeelsters ook nog een onevenwichtige selectie samen.

Op de valreep doorzag de Deense bondscoach het breekbare van haar selectie en haalde ze na intensief telefoneren alsnog Maura Visser bij de ploeg. De routinier had aanvankelijk om privé-redenen bedankt voor het EK. De herstelde fout van Thomsen bleek in de praktijk een gouden greep, want Visser speelde defensief altijd oerdegelijk, bij vlagen subliem en was daarmee de architect van de bronzen medaille. Nederland gaat Visser missen, want ze maakte zaterdag bekend na het EK niet langer beschikbaar te zijn voor het Nederlands team.

Klasbakken

Naast Visser dankt Nederland de derde plaats aan klasbakken als Nycke Groot en Kelly Dulfer, die uit hun comfortzone werden gehaald, maar daar goed mee omgingen. Groot verving Snelder als aanvoerster, een rol die niet past bij haar bescheiden persoonlijkheid. De opbouwspeelster is het type dat in de wedstrijd de leiding neemt, daarbuiten wordt ze liever met rust gelaten. De rol van aanjager vervulde ze zondag tegen Roemenië met verve. Groot voorkwam op cruciale momenten – met een gestolen bal en twee treffers – dat Roemenië een achterstand van acht punten goedmaakte. Zij toonde zich de natuurlijke leider van Nederland.

Dulfer werd door Thomsen, naast haar defensieve taken, gebombardeerd tot eerste cirkelspeelster, een rol die ze vanwege het gesjor aan haar lichaam met lichte tegenzin op zich nam. Maar Dulfer bleef overeind, scoorde met regelmaat en creëerde openingen voor afstandsschoten, waarmee vooral Estavana Polman succes had. Maar goed ook, want Lois Abbingh was dit EK minder nauwkeurig met haar befaamde kanonskogels.

Les van het EK

De les van het EK? Nederland hoeft vanwege de aanwezigheid van jeugdig talent niet te vrezen voor een internationale terugval. Maar tot en met de Olympische Spelen van 2020 kan het niet zonder de routiniers. Debutanten als Merel Freriks, Inger Smits en Delaila Amega hebben internationale potentie, evenals Rinka Duijndam als vervanger van keepster Tess Wester. Maar hun gebrek aan ervaring was dit EK evident. Het WK van volgend jaar in Japan en daarna de Zomerspelen moeten die speelsters rijp maken voor het grote werk. Hun schaarse optredens in Frankrijk maakten evenwel glashelder dat zich vooral dankzij de Handbalacademie pareltjes blijven aandienen.

    • Henk Stouwdam