Kleine stapjes op klimaattop, maar geen nieuwe beloftes

Katowice De top in Katowice heeft amper concrete toezeggingen opgeleverd. Met de huidige maatregelen stijgt de temperatuur met 3 graden of meer.

Een grote sprong is de afgelopen twee weken niet gemaakt op de klimaatconferentie in Katowice, die zoals veel klimaattoppen zaterdagavond ver in blessuretijd eindigde. Er zijn geen nieuwe beloftes gedaan om de opwarming van de aarde op een min of meer veilig niveau te houden. Maar er zijn volgens Michal Kurtyka, de Poolse voorzitter van de top, wel „duizend kleine stapjes voorwaarts” gezet.

Kurtyka doelde daarmee op de afspraken over de gebruiksaanwijzing (het Rulebook) voor het Klimaatakkoord van Parijs, dat officieel in 2020 in werking treedt. Die gebruiksaanwijzing is nu grotendeels klaar, zonder dat er is gemorreld aan eerdere afspraken. Het Klimaatakkoord van Parijs staat daarmee nog fier overeind.

Nog steeds zijn de partijen het er dus over eens dat de temperatuurstijging een flink stuk onder de 2 graden Celsius moet blijven en liefst onder de 1,5 graden. Dat is niet vanzelfsprekend, zoals in Katowice bleek uit een meningsverschil over de betekenis van het alarmerende rapport van het IPCC, het wetenschappelijk klimaatpanel van de Verenigde Naties. Dat rapport verscheen in oktober en beschreef de grote risico’s van een temperatuurstijging van meer dan 1,5 graad.

Een aantal landen weigerde het rapport te ‘verwelkomen’, ze wilden er alleen ‘kennis van nemen’. Uiteindelijk staat er nu dat alle partijen ‘hun waardering en dankbaarheid’ uitspreken voor het werk van het IPCC. En er is een oproep aan alle landen om in hun klimaatbeleid rekening te houden met de conclusies van het rapport.

In het Rulebook gelden voor alle landen dezelfde regels. Dat is van belang omdat bij iedereen het besef groeit dat ernstige klimaatontwrichting alleen kan worden voorkomen als alle partijen, dus ook de ontwikkelingslanden, hun verantwoordelijkheid nemen. In het verleden hoefden arme landen geen verplichtingen op zich te nemen. Maar de klimaatdoelen van Parijs kunnen onmogelijk worden gehaald zonder een bijdrage van ontwikkelingslanden.

China zal Rulebook volgen

Wel is afgesproken dat armere landen – afhankelijk van de mate van ontwikkeling – er wat langer over mogen doen om aan alle regels te voldoen. En rijke landen hebben toegezegd hen daarbij te helpen, met kennis en met geld.

China, dat in het klimaatverdrag officieel wordt beschouwd als een ontwikkelingsland, heeft zich gecommitteerd aan de afspraken van het Rulebook. Dat is een grote stap voor een land dat zich de afgelopen jaren weliswaar positief opstelt in de klimaatonderhandelingen en een stevig klimaatbeleid voert, maar dat niet houdt van internationale pottenkijkers bij de uitvoering van dat beleid.

Een smet op het Katowice-akkoord is dat het niet is gelukt het eens te worden over handel in emissierechten. Al in het eerste klimaatverdrag, het Kyoto-protocol uit 1997, werden daarover afspraken gemaakt. Die liepen destijds uit op een mislukking, met corruptie en dubbeltellingen als gevolg, zonder dat het klimaat er veel mee opschoot.

Brazilië, dat via emissiehandel hoopt het behoud van zijn tropische bossen te gelde te maken, probeerde een zwak voorstel voor regulering van de koolstofmarkt door te drukken. Maar rijke landen herinnerde dat aan het drama van Kyoto; zij waren daartoe niet bereid. Het onderwerp is daarom doorgeschoven naar de klimaattop van volgend jaar.

Technische details

Tot teleurstelling van velen zijn de onderhandelingen blijven steken in technische details, hoe belangrijk die ook zijn voor de uitvoering van ‘Parijs’. Er zijn wel landen die hun ambities willen verhogen, maar concrete toezeggingen zijn er nauwelijks.

Lees ook: Klimaattop in Katowice: elk land zijn eigen smoes

Met wat nu op tafel ligt stijgt de temperatuur tot het eind van de eeuw met 3 graden of meer.

De druk neemt toe om nog voor Parijs in 2020 in werking treedt het ambitieniveau te verhogen. Er is daarvoor nog één laatste kans: een speciale klimaatbijeenkomst voor regeringsleiders in september volgend jaar bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York – niet voor niets ver van het belangrijke, maar moeizame gekrakeel van de klimaatonderhandelaars.