De bitterheid over de hereniging is bij de Oost-Duitsers nooit verdwenen

Petra Köpping Integratieminister Saksen

Ook in het westen van Duitsland groeit het besef dat er veel is misgegaan bij de hereniging in 1990. Dat speelt een grote rol bij de opkomst van de AfD, zegt de Saksische minister Petra Köpping.

Een inwoner van de DDR voelt zich tijdens een demonstratie in Leipzig in maart 1990, een half jaar voor de eenwording van Duitsland, tweederangs burger.
Een inwoner van de DDR voelt zich tijdens een demonstratie in Leipzig in maart 1990, een half jaar voor de eenwording van Duitsland, tweederangs burger. Foto Bert Spiertz/Hollandse Hoogte

Petra Köpping was nog niet zo lang minister van Integratie in de Duitse deelstaat Saksen, toen er bij een openbaar debat een man op haar af kwam. „Waarom heeft u het altijd maar over vluchtelingen?” vroeg hij. „Integreer nou eerst óns eens.”

Met ‘ons’ bedoelde de man mensen uit het oosten van Duitsland. Want bijna dertig jaar na de val van de Muur hebben velen daar nog altijd het gevoel dat ze er in Duitsland niet echt bij horen.

Wil je weten waarom Pegida in Saksen is ontstaan – en week in week uit in Dresden honderden tot enkele duizenden mensen op de been wist te brengen? Waarom de AfD vorig jaar bij de Bondsdagverkiezingen in Saksen meer stemmen kreeg dan enige andere partij, namelijk 27 procent? Waarom in het oosten van Duitsland het vertrouwen in de politiek en in bondskanselier Merkel sterker is afgekalfd dan in de rest van het land?

Dan moet je verder kijken dan alleen de vluchtelingenpolitiek en de onvrede daarover, is de stellige overtuiging van Köpping. Dan moet je ook stilstaan bij de eerste jaren na de Duitse eenwording van 1990. Die zogeheten Nachwendezeit was voor veel mensen in het oosten een traumatische ervaring, die nog steeds doorwerkt.

„Aan de ene kant waren we blij dat we aan een nieuwe toekomst konden beginnen”, vertelt SPD-politicus Köpping (60) in een restaurant in Leipzig. Het is de stad waar in 1989, met wekelijkse demonstraties tegen het communistische regime, de vreedzame omwenteling begon die tot de ondergang van de DDR zou leiden.

„Maar er was niet alleen blijdschap en hoop na de val van de Muur. Hier in de regio Leipzig verloren honderdduizend mensen hun baan – bij wijze van spreken van de ene dag op de andere. Bedrijven werden gesloten, de bruinkoolwinning gestopt. Voor veel mensen viel de grond onder hun bestaan weg, en daarmee hun gevoel van eigenwaarde.

„In de DDR was werk meer dan een arbeidsplaats. Van alles was rond het werk georganiseerd, van de kinderopvang tot uitstapjes met collega’s. En nu stonden de mensen er opeens helemaal alleen voor.

„Als burgemeester van een kleine gemeente was ik eens bij de opening van een project dat van verlaten dagbouwmijnen meren voor recreatie ging maken. Als feestelijk hoogtepunt werden de laatste graafinstallaties van de mijnbouw opgeblazen. De mensen stonden er met tranen in hun ogen bij. Ze zeiden: ‘Ik ken iedere schroef van dat ding. Dat is mijn levenswerk, wat ze nu kapotmaken.’”

Moeilijke tijd na de Wende

Langzamerhand begint in heel Duitsland – nu ook in het westen en in Berlijn – het besef door te dringen dat er bij de Duitse eenwording veel is misgegaan. En dat het leed waartoe dat heeft geleid, nog altijd grote problemen veroorzaakt.

In de bioscoop draaien pakkende films over de moeilijke tijd na de Wende, zoals het ontroerende In den Gängen (in Nederlandse bioscopen te zien als Liebe in den Gängen), over het personeel van een hypermarkt in een troosteloos stuk Oost-Duitsland. Of de biopic Gundermann, over de gelijknamige liedjeszanger die overdag op een graafmachine in een bruinkoolmijn werkte en jarenlang zijn vrienden bespioneerde voor de Stasi. In de literatuur is de Nachwendezeit ook een thema, zoals in de recente roman Mit der Faust in die Welt schlagen van Lukas Rietzschel. En er verschijnen steeds meer non-fictie boeken die begrip vragen voor de klachten van de Oost-Duitsers. Zoals het pas verschenen pamflet van Köpping: Integriert doch erst mal uns! Eine Streitschrift für den Osten.

Bekijk ook de trailer van Gundermann:

Pensioentje van 500 euro

„Kort nadat Pegida in 2014 met zijn wekelijkse betogingen begon, ben ik daarheen gegaan. Ik stond aan de kant, met andere politici en mensen van kerken. De betogers zeiden niets, ze stonden daar maar te zwijgen, als teken van protest. Ik ben vaak teruggekomen en langzamerhand kwam ik met ze in gesprek. Dan vertelde iemand bijvoorbeeld dat hij in de DDR leraar was geweest, zich na de Wende met allerlei klusjes het hoofd boven water had gehouden en nu moest rondkomen van een pensioentje van 500 euro.

„Als minister ging ik kringgesprekken organiseren met steeds zo’n tien, vijftien burgers. Vaak begon men dan over de vluchtelingen, maar al na tien minuten kwamen de persoonlijke levensverhalen en de bitterheid over hoe het in het verenigde Duitsland is gelopen – en daar ging het dan de rest van de avond over.

„Veel bedrijven zijn destijds gesloten omdat ze echt geen toekomst hadden. Maar er waren ook gevallen waarbij de reden voor sluiting twijfelachtig was, zoals bij de keramiekfabriek in Grossdubrau, in het oosten van Saksen. Daar werden hoogspanningsisolatoren gemaakt, ook voor de westerse markt. In 1991 werd dat bedrijf opgedoekt, terwijl het in de markteconomie best had kunnen overleven.

Lees ook de filmrecensie van ‘Liebe in den Gängen: Arbeidserslyriek tussen de schappen

„Zo’n 850 mensen stonden op straat. Patenten, toekomstplannen, machines, alles verdween – en de mensen bleven zitten met het gevoel dat ze belazerd waren. Er werden in die dagen meerdere bedrijven gesloten om ze uit te schakelen als concurrenten van bedrijven in West-Duitsland. Dat ligt nog heel emotioneel.”

Köpping wil dat er waarheidscommissies komen, die alsnog moeten onderzoeken hoe dit soort bedrijfssluitingen precies zijn verlopen. „Het gaat mij niet om schuld of bestraffing. Maar de mensen in het oosten willen eindelijk erkenning van wat er gebeurd is. Veel te lang zijn ze als ‘Jammerossis’ of ‘verliezers van de Wende’ afgedaan als ze dit soort problemen aan de orde stelden. De vorm van kapitalisme die hier in het oosten werd ingevoerd, een soort turbokapitalisme, was veel harder dan in de sociale-markteconomie van West-Duitsland ooit mogelijk is geweest.

„Lang hebben politici gedacht: de bitterheid verdwijnt vanzelf als de generatie die na de Wende werkloos werd, is uitgestorven. Maar nu blijkt dat ook de jonge generatie, van 18 tot 27 jaar, zich tweederangsburger voelt. Dat heeft de politiek eindelijk aan het denken gezet, vooral na de Bondsdagverkiezingen in 2017, waarbij de AfD in heel Duitsland, maar vooral in het Oosten heel sterk opkwam.”

Door de massale komst van vluchtelingen in 2015 is de onvrede op grote schaal doorgebroken, zegt Köpping. „De mensen waren daar totaal niet op voorbereid. Dat geldt voor heel Duitsland, maar in het oosten kwam de woede bovenop de bitterheid over de tijd na de Wende.”

Köpping is ervan overtuigd dat de ontevreden Oost-Duitser niet terugverlangt naar de DDR. „Men vindt democratie nog steeds het beste systeem. Maar de mensen hier hebben het gevoel dat hun problemen door de politiek niet worden waargenomen, laat staan opgelost.”

    • Juurd Eijsvoogel