Smerig stukje Amsterdam, maar hoe lang nog?

Links artist impression geplande situatie met nieuwbouw; rechtsboven de huidige zichtlijn, rechtsonder dezelfde plek met de nieuwe gebouwen.
Links artist impression geplande situatie met nieuwbouw; rechtsboven de huidige zichtlijn, rechtsonder dezelfde plek met de nieuwe gebouwen. Artist impressions BLVG/Hubstudios, foto Bergen&Clement

Een reactie op de brief ‘Prachtig stukje A’dam, maar hoe lang nog?’ (Amsterdambijlage, 1 december). Niet begerig, maar met verbazing heeft in 2015 BLVG samen met BSA naar de Koning William werf op de Hoogte Kadijk te Amsterdam staan kijken. Het was onvoorstelbaar dat er in de Amsterdamse binnenstad nog een werf functioneerde die zo vies was, zo veel lawaai produceerde, zo vervuild was als deze. Het stond er vol geparkeerde auto’s, stinkende fijnstofspugende dieselboten, wrakken, kranen, teer, olie en een bebouwing op omvallen. Twintig jaar hadden fanatieke buurtbewoners zonder succes tegen de exploitant geprocedeerd. BLVG en BSA dachten: hoe groot zal het contrast zijn als er op deze prachtige plek straks een gesaneerd werfterrein komt, met een idyllische fluisterstille elektrische sloepenhaven, 87 gasloze en sociale huur-studio’s (Hubstudios) en middensegment huurwoningen voor senioren.

BLVG en BSA kochten samen het recht van erfpacht en gingen aan de slag. Het ontwerp van &Prast&Hooft is over een periode van tweeënhalf jaar zeer zorgvuldig uitgedacht en houdt in detail rekening met de plaatselijke cultuurhistorische waarden en het gebouwen-ensemble van de locatie. Vandaar dat het gebouw een voor- en een achterhuis heeft, het werfterrein in stand wordt gehouden en het achterhuis op palen staat. Het Hubstudios-gedeelte krijgt een robuuste Cortenstalen gevel die verwijst naar het industrieel-maritieme verleden van de plek.

Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat er geen bedoelde zichtlijn bestaat tussen brug en Oosterkerk. Het bouwvolume is bepalend voor de haalbaarheid van de sociale woningbouw, en correspondeert met andere volumes aan de Nieuwe Vaart. De nieuwe erfpachtcanon zal alle rendement boven een redelijke marge afromen ten gunste van de gemeenschap.

Dan nog wat feiten: de maximale huurprijzen voor de studio’s zijn gerelateerd aan de eerste aftoppingsgrens (heden 597 euro per maand). De seniorenwoningen worden middensegment (gemiddeld 850 per maand). De servicekosten zijn op basis van kostprijs: verwacht 120 euro inclusief internet en tv. Dit ligt vast in de erfpachtovereenkomst en geldt eeuwig. De verhuurder is dus niet vrij met de woningen te doen wat hij wil. Er is een fietsenstalling voor 160 fietsen op het terrein. Parkeervergunningen worden niet afgegeven voor de bewoners. De werf heeft 23 hybride parkeerplaatsen (bij weinig parkeervraag boten stallen), 52 ligplaatsen voor sloepen tot 7 meter voor booteigenaren uit de buurt.

Dit is voor de peperdure binnenstad een unieke ontwikkeling, precies binnen de politieke wens: meer woningbouw, meer sociaal, meer middensegment, behoud van werkgelegenheid, minder milieubelasting. Is het zinvol om hier krampachtig vast te houden aan een klein stukje industrieel verleden waar al die jaren tegen gestreden is? In een paginagroot stuk in Het Parool van 30 maart vertelde de oude exploitant van de werf dat gemeente en klagende buurtbewoners zijn bedrijf kapot hebben gemaakt. Is het dan denkbaar dat dit stuk industrie voort bestaat? Klinkt ronduit onwenselijk. Een handjevol oudgediende buurtbewoners denkt echter van wel. Deze mensen lijken voorbij te gaan aan de behoeften van de jeugd met een kleine beurs en de snelle ontwikkeling van Amsterdam als metropool. Terwijl zij toch juist prat zouden moeten gaan op Amsterdams’ verworvenheid van een gemengd bewonersbestand, ook op de duurste plekken. Zij, die ooit vochten met de leus dat je in ‘gelul’ niet wonen kan, zijn zij het dan die de smerige werf in leven laten en bijna 100 mensen een sociale huurwoning door de neus boren?

Robert Boeren BLVG/hubstudios

Reactie René Appel en Marcel Bergen, auteurs oorspronkelijke brief: „Slechts enkele buurtbewoners hebben geprocedeerd, en niet tegen de werf zelf, maar tegen een verruiming van de milieuvergunning.

Buurtbewoners wensen de zichtlijn van de brug naar de Oosterkerk te behouden, los van eventueel historisch onderzoek. Dat de huurprijzen en servicekosten ‘eeuwig’ vast zouden liggen in een erfpachtovereenkomst lijkt ons onmogelijk. Het is niet zo dat een ‘handjevol oudgediende buurtbewoners’ liever een smerige, stinkende werf zouden hebben dan de geplande kolossale gebouwen plus sloepenhaven. Het betreft hier een groep van ongeveer tachtig verontruste buurtbewoners en bovendien is de werf al geruime tijd verdwenen.

Relatief bescheiden woningbouw zouden we zeker toejuichen, maar niet de kolossale gebouwen die nu op deze fraaie plek bedacht zijn waardoor het karakter daarvan onherstelbaar wordt aangetast.”

    • Robert Boeren