Opgroeien om de hoek bij de dictator van Albanië

Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week het huis van Ismaïl Kadare in Gjirokaster, Albanië.

Foto’s Pieter van Os
Foto’s Pieter van Os

In de kiosk op het vliegveld van Tirana is bijna de helft van de romans van Ismaïl Kadare. De schrijver is 82 jaar oud, inwoner van Parijs en tevens uithangbord van Albanië. Zijn boeken, vertaald, staan naast de Ludlumthrillers en de bestsellers van Ken Follett.

Kadare groeide op in Gjirokaster, een verzameling stenen Ottomaanse huizen tegen een steile berghelling op zo’n vier uur reizen van Tirana. De stad is „heel vreemd”, schreef Kadare: „Alles in de stad was oud en van steen, de straten, de fonteinen, maar ook de daken van de grote, eeuwenoude huizen, bedekt met platen van grijze steen die op reusachtige schubben leken.” Je hoefde je arm maar iets uit te rekken, schreef Kadare, „om op sommige plaatsen je hoed aan de spits van een minaret te kunnen hangen”. Dat is een dichterlijke, maar geen grote overdrijving. Gjirokaster staat inmiddels op de werelderfgoedlijst van Unesco.

Het lot wil dat ook die andere beroemde Albanees, de stalinistische dictator Enver Hoxha, opgroeide in de stad. De dictator woonde aan de Zottensteeg, de schrijver net een straatje daarachter.

Beide huizen zijn te bezichtigen, al moeten bezoekers in december wel op zoek naar mensen met een sleutel. Bovendien is Hoxha’s huis inmiddels etnografisch museum, terwijl het huis waar Kadare opgroeide en dat prominent figureert in zijn meest geprezen roman Kroniek van de stenen stad (1971), geheel is gerenoveerd na een brand in 1999. Binnen blijkt geen origineel detail meer over te zijn.

Het uitzicht vanaf het balkon is daarentegen nauwelijks veranderd. „Duizenden en nog eens duizenden grijze daken lagen schots en scheef aan onze voeten, alsof ze hadden liggen woelen in hun slaap.”

Buitenlandse bewonderaars zien in de magische, sprookjesachtige vertellingen van Kadare versluierde kritiek op de dictatuur waarin hij leefde. Binnenlandse bewonderaars zien dat niet. Hoewel Kadare het regelmatig aan de stok had met censurerende autoriteiten, was de dictator fan van hem. De schrijver zong, op zijn beurt, publiekelijk de lof van Hoxha. Na diens dood huilde Kadare op tv. Hij bleef parlementslid en pas toen het einde van het communisme in zicht was, in 1990, vroeg hij politiek asiel in Frankrijk.

Inmiddels is duidelijk dat Kadare de verzoekingen van de macht niet altijd heeft weten te weerstaan. Zo was hij ongelukkig met het vriendje van zijn dochter. Direct of via via leidde hij de geheime dienst naar hem. De jongen verdween in een strafkamp.

Een jonge historicus uit de hoofdstad legt uit: „Dat weten we allemaal, maar welke gek slacht nu de kip met de gouden eieren?”

In een café in Gjirokaster blijkt het animo daarvoor inderdaad niet groot. Drie mannen vertellen over de neergang van de stad, waar twintig jaar geleden nog 60.000 mensen woonden, nu 40.000. Ondanks Unesco-bescherming groeit het aantal ruïnes in de stad. „En dan gaan we ons uithangbord besmeuren met kritiek op zijn rol tijdens het communisme?”

Bovendien: bijna iedereen huilde na de dood van Hoxha, in 1985. En zijn boeken worden er niet minder om. „Het enige dat je hem misschien kunt verwijten”, zegt de 59-jarige cafébezoeker Engjëll Serani, „is dat hij na zijn vertrek opeens bijzonder kritisch was over alles wat Hoxha heeft gedaan. De boeken die hij vervolgens schreef, vind ik ook veel minder.”

Kadare’s gefictionaliseerde jeugdherinneringen blijven de favoriet onder de drie mannen. Uit het hoofd citeert Serani: „De stad was waarschijnlijk de enige plaats ter wereld waar je kans liep om op het dak te belanden als je van de kant van de weg gleed. En daar wisten vooral dronkenlappen van mee te praten.” De drie lachen.

Na ons gesprek blijkt de stad gevaarlijker te zijn geworden. De dronkaard die vandaag van de weg glijdt, loopt het risico door een dak te vallen, midden in een van de onbewoonde huizen.

Zie voor meer informatie gjirokastra.org (kies in het menu voor het eerste blok ‘Gjirokastra’)
    • Pieter van Os