Alles analyseren

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

‘Loop jij Rotterdam nog?”, vraag ik aan Mohammed, mijn beste hardloopvriend. „Tuurlijk loop ik Rotterdam”, antwoordt hij. Zeggen dat je ‘de marathon van’ Rotterdam gaat lopen hoeft niet, de naam van de stad volstaat. Vanaf het moment dat ik bij hem binnen ben, praten we over hardlopen.

„Ik las dat je schema’s binnen zijn”, zegt Mohammed. „Ja, de eerste week is achter de rug.” „Hoe ging het?” „Fijn, door die schema’s train ik niet meer elke keer zo hard, dat komt doordat ik nu meer afwisseling heb. Ik loop op de klok.” En ik laat hem het sporthorloge zien dat om mijn pols hangt.

Achraf, zijn slimme puberzoon, komt bij ons zitten. „Laat eens zien”, zegt hij. Ik haal het horloge van mijn pols. „Ik heb het gevoel dat dit horloge veel minder functies heeft dan het vorige dat ik droeg”, zeg ik.

Achraf drukt de knoppen van het horloge tegelijkertijd in. „Wat doe je?”, vraag ik.

„Ik kijk of je naast gps ook Glosnass hebt.” Gps is het Amerikaanse satellietsysteem dat meet waar de hardloper op welk moment is. Aan de hand van die gegevens worden snelheid, afstand en tempo geregistreerd.

De eerste horloges die snelheid en afstand konden meten waren nog primitief. Aan de hand van een magneetclip in de schoen maakte zo’n horloge een ruwe berekening. Alleen kwamen die afstanden nooit in de buurt van de werkelijke afstanden die ik liep. Toen ik zomaar wat hardliep, maakte het allemaal niet zoveel uit, maar later, toen snelheid en afstand echt gingen tellen, was het me heel wat waard om het precies te weten. Ik kocht een veel duurder horloge, met gps.

„En wat is Glosnass?” „Het Russische antwoord op gps.”

„Wat doe je?”

„Ik zorg ervoor dat je horloge zowel gebruik maakt van gps als van Glosnass.”

„Dan weten de Amerikanen en de Russen waar ik ben. Dat lijkt me wel eerlijk, ja.” Achraf voegt vrolijk nog wat functies aan mijn horloge toe. Ik blijk over een geweldig Zwitsers zakmes te beschikken.

„Wat wil je er verder nog op hebben?” „Hartslag.” „Heb ik.” „Ik wil ook wel weten hoeveel calorieën ik halverwege de training heb verbruikt, dan kan ik me alvast verheugen op het avondeten.”

„Ik voeg het toe. Wil je ook weten wat je cadans is?”

„Cadans?” „Cadans is het aantal keren dat je voet de grond raakt. Hoe optimaler je cadans, hoe sneller je gaat.” Cadans trainen is moeilijk. Afrikaanse lopers lijken een natuurlijke cadans te hebben, maar schijn bedriegt. Je moet er veel en op veel verschillende ondergronden voor trainen.

„Oké, doe ook maar cadans.” Hij voegt cadans en ook nog tempo en gemiddelde snelheid toe.

„Wil je ook je hoogte weten tijdens het hardlopen?”

„Daar denk ik nog even over na.”

Met elke toevoeging maak ik het hardlopen analytischer: dat is wat ik in deze fase van mijn training wil. Meer weten, zodat ik beter inzicht krijg in mijn hardlopen – waardoor ik me nog meer kan verbeteren. Gelukkig komt er ook weer een andere fase, waarin ik mijn ideale vorm heb bereikt en het er niet meer toe doet wat het horloge zegt.

En alleen het lichaam kan aangeven wanneer dat moment is bereikt, niet het horloge.

    • Abdelkader Benali