Sparta: van degradatie naar promotie en terug

Sparta Na de derde degradatie in zijn bestaan, speelt Sparta sinds begin dit jaar weer in de Eerste Divisie. Verslaggever Frank van Dijl hield tijdens de thuiswedstrijden een dagboek bij. Een verhaal met veel uitroeptekens.

Foto Robin Utrecht
Foto Robin Utrecht

Sparta, de oudste club (1888) in het Nederlandse betaalde voetbal, stelt zijn supporters deze eeuw behoorlijk op de proef. In 2002 de eerste degradatie in zijn bestaan, promotie in 2005, degradatie in 2010, promotie in 2016, degradatie in 2018. Onze verslaggever Frank van Dijl heeft al jaren een vaste plek in vak 9, waar hij met zijn buren huilt bij verlies en juicht bij winst.

De Keuken Kampioen Divisie, zoals de Eerste Divisie tegenwoordig heet, noemen ze in vak 9 de Keuken Champions League, dat lijkt tenminste nog ergens op. Maar het gaat goed, deze eerste helft van het seizoen. Als periodekampioen speelt Sparta in elk geval nacompetitie, dus wie weet zit terugkeer naar de Eredivisie er nog een derde keer in. Maar bij Sparta weet je het nooit.

7 december 2018

Sparta-Almere 6-1

Als het in de 90ste minuut 6-1 kan worden, moet 7-1 in drie minuten blessuretijd ook nog kunnen. Pepijn de Bruin (8) gelooft het stellig. Pepijn komt elke thuiswedstrijd met zijn vader naar Sparta, helemaal uit Vleuten. „Nou ja, het is maar drie kwartiertjes rijden”, zegt Jarco de Bruin (47). „In Vleuten is iedereen voor Utrecht of voor Ajax, wij wilden iets anders. We beleven er veel plezier aan. Ook chagrijn, ja, de degradatie… Pepijn had wel wat uit te leggen op school.”

Voordat de wedstrijd Sparta-Almere begint, voel ik me vrolijk-gespannen. Vorige week verloren de Spangenaren met 0-3 van Helmond Sport, de eerste overwinning van die onderaan bungelende club in zestien wedstrijden. „Ja, typisch Sparta”, zegt de 64-jarige John van der Mark („Ik moet nog twee jaar post rondbrengen”). Hij zit samen met zijn 68-jarige broer Koos („Ik werk nog twee dagen in de week, dat vind ik leuk”) rechts van mij. Bij een doelpunt zijn ze blij, maar niet uitzinnig, een tegendoelpunt brengt hen niet tot razernij. Kalm en beheerst ondergaan ze elke wedstrijd. Als ik iets niet begrijp, vraag ik John wat er aan de hand was. Voor mij is hij de man die alles weet.

„We kwamen vroeger al met vader en moeder mee”, zegt John. „We hebben zelf nog honkbal gespeeld bij Sparta”, zegt Koos. Op zijn telefoon laat hij een foto zien. John: „Ik had een aanbieding van Neptunus. Mijn vader zei: Als je gaat, breek ik allebei je benen.”

„Hier is plek”, roept iemand tegen een laatkomer die even staat uit te puffen op de trap. „Kom hier zitten, want voordat je boven bent, is het afgelopen.” Dan zien we hoe Mohamed Rayhi scoort in de negende minuut. We springen op. Jaaaaaaaaa! joelt de tribune. Het Sparta-lied klinkt door het stadion, iedereen zingt mee, we slaan elkaar op de schouders.

De assistent-voetbalanalisten op de tribune – wij dus – menen drie overtredingen tegen Sparta gezien te hebben waar scheidsrechter Van den Kerkhof niet op reageert. „Blinde hond! Amateur! Pannenkoek!”, wordt hem toegevoegd. Zelfs het lang niet gehoorde „hondenlul” klinkt vanaf de tribune. Maar als hij even later in het voordeel van Sparta fluit, hoor ik van achter mij: „Goed gezien, jochie!”

Als Guy Ramos van Almere het veld verlaat met een tweede gele kaart, roept het publiek hem na: „Doezen, doezen!”

23 november 2018

Sparta-Jong PSV 0-0

„Goeie ploeg, hoor, dat Jong PSV”, zegt John van der Mark na een schot op het doel in de eerste minuut. In de 43ste minuut ontsnapt Sparta, de bal gaat maar net over. Vóór mij: „Hij stond helemaal vrij, hoe kan dat?” Achter mij wordt gesproken over vrouwen („meiden”): „Die gaan gewoon door als je zegt dat je getrouwd ben, het kan ze niets schelen.” Na de rust gaat middenvelder Bradley Martis neer, het brancardwagentje moet komen. Twee EHBO’ers springen erop, maar tot hilariteit van het publiek gebeurt er niets. Twintig minuten later doet het karretje het wel, nu ligt er een Jong-PSV’er op het gras. „Er komt wel tien minuten bij, denk ik. Minstens”, zegt mijn buurman. Het worden er negen. „Kom op, Sparta! Sparta, kom op!” klinkt het. „Jagen, jagen!” Over scheidsrechter Van der Laan: „Die man fluit de hele wedstrijd dood.”

26 oktober 2018

Sparta-Telstar 3-2

Voor het eerst dragen we de Sparta-sjaal niet alleen voor de show, het is fris. In de eerste vijf minuten is er al drie keer op het vijandige doel geschoten. „Doe het dan!” hoor ik achter me. „Doelpuntje maken!” Een speler van Telstar laat zich achterovervallen: „Hij dacht zeker dat hij Epke Zonderland was.” Bij de 1-0 in de 23ste minuut springt iedereen op behalve mijn buurman. „Je bent toch wel blij?” vraag ik. „Jawel”, zegt hij. Bij de 2-0, twee minuten later, staat hij wel op, zingt hij zelfs mee.

De tweede helft wordt het nagelbijtendspannend met eerst 2-1 en dan 2-2. Ik hoor: „Nee, hè? Het is niet waar toch?” „Met 2-0 voor, dat mag je toch niet uit handen geven?” „Die gasten hebben twee kansen. Twee kansen. Twee kansen en het is 2-2.” Maar vanaf de 80ste minuut mag Sparta zich, na een rommelig derde doelpunt, periodekampioen noemen.

14 oktober 2018

Sparta-Cambuur 3-0

Een zeer warme zondagmiddag. De wedstrijd begint fel, een corner in de eerste minuut, invalkeeper Coremans die de bal loslaat, een Camburiaan die na een vrije trap gaat liggen in het strafschopgebied, een fluitconcert. De supporters van de gasten en die van de thuisclub joelen tegen elkaar in. Een man die breeduit voor ons is gaan zitten, levert commentaar: „Kom op, man! Lopen, lopen, lopen! Slome, kom op, Jezos Christos!” Vlak voor rust, als Sparta leidt met 2-0, vraagt de stadionspeaker Jack Kriek de Cambuursupporters om te stoppen met hun negatieve spreekkoren.

28 september 2018

Sparta-Dordrecht 3-2

Gevloek en getier om me heen als Dordrecht in de eerste minuut scoort, ik vloek mee. „Wat is dit, joh? Dordt staat onderaan!” Pepijn de Bruin is vanavond met zijn opa. Sparta speelt alsof het gisteravond erg laat geworden is. Het wordt 0-2. Voor me hoor ik: „FC fucking Dordrecht. Hoe kan dit?” „Bij ons is het één grote gatenkaas.” „We spelen als een natte vaatdoek.” Tegen de scheidsrechter: „Let eens op man!” De opa van Pepijn: „De scheidsrechter heeft altijd gelijk.” Pepijn: „Dat nou ook weer niet.” Net voor rust wordt het 1-2, zeven minuten na rust 2-2. Het blijft benauwd, want dit moeten we kunnen winnen. In de 57ste minuut is de goede stemming terug: het wordt 3-2. „Gil niet zo hard”, zegt mijn vrouw. „Jo-lololo-lolo”, zingt het Kasteel. Als keeper Kortsmit een lullig terugspeelballetje maar net houdt: „Godsamme!”

16 september 2018

Sparta-Den Bosch 2-0

Het is heet in de zon. Stadionspeaker Jack Kriek laat zijn vaste grap horen: iemand heeft zijn BMW met draaiende motor op het parkeerterrein achtergelaten. De stemming zit er goed in, van de vier wedstrijden won Sparta er drie met behoud van de 0, nu staat het na zestien minuten spelen opnieuw 2-0. Als Kortsmit neergaat, krijgt een Bosschenaar geel. Achter mij: „Rood moet dat zijn, rood!” Als een speler van Den Bosch valt: „Niks aan de hand! Tijdrekken!” Den Bosch kan tijdrekken wat het wil. Op de wijs van ‘Hé Pipi Langkous’ klinkt: „Sparta Rotterdam, lalalalala.”