Soort zoekt soort, ook in schoolkeuze

drie vragen over onderwijssegregatie De segregatie in het onderwijs groeit, zegt de Onderwijsraad. Wat kan de overheid daartegen doen?

Scholieren op de Erasmusbrug in Rotterdam. Eenderde van alle leerlingen uit Rotterdam-Zuid, vooral uit hoogopgeleide gezinnen, gaat naar school in Noord.
Scholieren op de Erasmusbrug in Rotterdam. Eenderde van alle leerlingen uit Rotterdam-Zuid, vooral uit hoogopgeleide gezinnen, gaat naar school in Noord. Foto Daniel Niessen

Kinderen en jongeren uit verschillende sociale milieus komen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegen op school. De schoolsegregatie groeit en daardoor kan het onderwijs „maar beperkt bijdragen aan sociale samenhang in de samenleving”. Daarvoor waarschuwde de Onderwijsraad vrijdag in een rapport. De Onderwijsinspectie sprak in april ook al haar zorg uit over de toenemende segregatie: „Er ontstaan bubbels van gelijkgestemden waar leerlingen nauwelijks uitkomen”.

  1. Waarom neemt de segregatie op scholen toe?

    In het voortgezet onderwijs is het aandeel brede brugklassen, met verschillende schoolniveaus bij elkaar, afgenomen. Er zijn meer categorale scholen, met alleen vmbo, havo, atheneum of gymnasium. Tegelijkertijd zitten schoolniveaus op brede scholengemeenschappen lang niet altijd in hetzelfde gebouw.

    In het basisonderwijs hangt segregatie voor 80 procent samen met wonen, zegt stedelijk geograaf Willem Boterman van de Universiteit van Amsterdam, die schoolsegregatie onderzoekt. De meeste kinderen gaan in hun buurt naar school. Nu de woningmarkt complexer is geworden, hangt de samenstelling van buurten meer samen met het inkomen van bewoners. Daardoor neemt de inkomenssegregatie op basisscholen toe.

    Ook de opleidingssegregatie neemt toe; de etnische segregatie neemt juist iets af. Dat hangt samen met keuzegedrag van ouders, zegt Boterman. Het beeld is, zegt hij, dat alleen hoogopgeleiden segregatie veroorzaken door te kiezen voor specifieke schoolsoorten. „Maar dat lijkt niet te kloppen. Interessant is dat laagopgeleiden die in een hoogopgeleide buurt wonen, met veel goede scholen, toch kiezen voor scholen met laagopgeleide ouders. Soort zoekt soort.”

    Lees ook: Laat het slimme kind de rest op sleeptouw nemen
  2. Is schoolsegregatie erg?

    Mensen omringen zich graag met mensen die op hen lijken – dat zie je niet alleen op scholen, maar ook op de woningmarkt en in de kroeg. Het wordt een probleem, zegt Boterman, als segregatie gaat samenhangen met kwaliteit. En in het onderwijs is dat punt volgens de Inspectie bijna bereikt. Scholen met leerlingen van laagopgeleide ouders vinden bijvoorbeeld moeilijker leraren.

    De Onderwijsraad noemt als gevaar dat de maatschappelijke functie van scholen door segregatie onder druk komt te staan. De school is bij uitstek de plaats waar leerlingen leren omgaan met verschillen, stelt de Raad, „door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden”.

    Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, noemt als probleem dat segregatie de kansenongelijkheid versterkt. „De overheid is verplicht de samenleving zo in te richten dat die kansen optimaal gelijk zijn getrokken.” Die verantwoordelijkheid draagt de overheid nu niet, vindt hij. „Er ontbreekt een visie op de vraag: wat vinden we rechtvaardig?”

  3. Wat kan de overheid doen?

    In Nederland is de schoolsegregatie groter dan in andere landen. „Dat komt doordat scholen en ouders hier veel autonomie en keuzevrijheid hebben”, zegt geograaf Boterman. Ouders kiezen een passende school, scholen kunnen leerlingen door middel van hun onderwijsaanbod selecteren.

    Keuzevrijheid leidt tot segregatie – meer dan ouders lief is. „Vrijwel iedereen heeft een behoorlijke tolerantie of zelfs een voorkeur voor min of meer gemengde scholen,” zegt Boterman. „Maar door het verschil aan voorkeur tussen hoog- en laagopgeleiden ontstaat een veel gesegregeerder landschap dan ouders willen.” Beleid zou daarop moeten worden afgesteld, vindt hij: „Niet op het beknotten van de vrijheid, maar op het bieden van garanties. Maak het toelatingsbeleid bijvoorbeeld transparanter, zodat het niet meer mogelijk is via de zijdeur bij een school binnen te komen.”

    Scholen concurreren met elkaar en de overheid intervenieert daar nauwelijks in, zegt Van de Werfhorst. „Ik denk dat het juist vraagt om een overheid die meer stuurt.” Gemeenten gaan weliswaar alleen over de gebouwen, maar daarmee hebben ze een machtig wapen in handen, vindt hij. „Ze kunnen zeggen: we zetten een nieuw gebouw neer, maar alleen als er een brede scholengemeenschap in komt.”

    • Mirjam Remie