Pas op voor verzadigd vet in het Pioppi-dieet

Voeding De auteurs van het populaire boek Het Pioppi-dieet verkondigen dat verzadigd vet niet zoveel kwaad kan. Ze adviseren ‘volop van volvette Griekse yoghurt, kaas en kefir’ te genieten. Onzin, want de wetenschap houdt het er op dat verzadigd vet wél riskant is.

Illustratie Roland Blokhuizen

‘Verzadigd vet verstopt je aderen niet’. Dat is een uitdagende hoofdstuktitel in het populairste dieetboek van dit moment. Het Pioppi-dieet, een lifestyleplan in 21 dagen ligt in stapels in de boekwinkel.

Verzadigd vet – het vet uit boter, kaas, melk en vlees – zou, na jaren waarschuwen, niet slecht meer zijn? Wat is hier aan de hand?

Het Pioppi-dieetboek gaat over veel meer dan vet. In dit artikel gaat het vooral over de rol van verzadigd vet in dat dieet, omdat het modern is om dat vet weer gezond te vinden. Waar komt dat vandaan?

In de jaren zeventig en tachtig moesten wij westerlingen van onze overheden minder gaan eten van alle soorten vet, om gezond te blijven – vooral om ons hart te sparen. Let op vet! Er waren meteen voedingskundigen die tegen deze slogan waarschuwden: dit is te algemeen, het gaat om verzadigd vet. Onverzadigd vet – het vet in olies, die bij kamertemperatuur vloeibaar zijn – mag wel. In de jaren negentig is de vergissing ingezien.

Minder verzadigd vet, was sindsdien de boodschap. Haal niet meer dan 10 procent van je dagelijkse caloriebehoefte uit verzadigd vet, stond tot 2015 in de Nederlandse richtlijn Goede Voeding van de Gezondheidsraad.

Het vet-advies in de nieuwe richtlijn Goede Voeding uit 2015 is van een nieuwe verbluffende eenvoud. De wetenschap leert, staat er, dat het voor je hart gezonder is om zachte margarine (met veel onverzadigde vetten) te eten dan echte boter met zijn verzadigde vetten. Het is ook gezonder om verzadigde vetten te laten staan en te vervangen door enkelvoudig onverzadigde vetzuren (zoals ze veel in olijfolie zitten). En het is vooral goed voor je hart om verzadigde vetten te vervangen door meervoudig onverzadigde vetzuren (die veel in andere plantaardige olie zit, en in visvet). De Gezondheidsraad levert er een achtergronddocument en een analyse van de wetenschappelijke literatuur bij.

Koffie met kokosvet

Welke nieuwe inzichten hebben de Pioppi-dieetauteurs Aseem Malhotra (een Britse cardioloog) en Donal O’Neill (een Britse documentairemaker) waardoor verzadigde vetten je hart en bloedvaten níet bedreigen?

Het Pioppi-dieet is geïnspireerd op het Italiaanse dorpje Pioppi, waar de mensen „vergeten te sterven”. Ze worden er tamelijk oud. Dat ligt, leggen Malhotra en O’Neill in hun boek uit, aan wat de Pioppiërs eten en hoe ze leven. Ze vermijden stress. De afgelopen decennia waren gezond eten en voldoende beweging de pijlers onder een gezonde leefstijl. Tegenwoordig hoort stressreductie er bij. Dat doe je met mediteren, mindfulness, minder beeldschermkijken en periodiek offline gaan.

Malhotra en O’Neill raden aan om met boter en kokosvet te koken en volop „van volvette Griekse yoghurt, kaas en kefir” te genieten. Probeer ook eens een lepeltje kokosvet in je koffie! Dat zijn allemaal adviezen om meer verzadigd vet te eten. En de bejaarde inwoners van Pioppi zullen er vreemd van opkijken. Kokosvet? Sinds wanneer past dat in een mediterraan dieet?

De Pioppi-auteurs beginnen hun hoofdstuk over het nut van verzadigd vet met een aanval op de Amerikaanse onderzoeker Ancel Keys. Keys werd beroemd met zijn Zevenlandenstudie, een vergelijking van de eetgewoonten, de ziekten en het sterven in zeven landen. Het Mediterrane dieet dankt daar zijn goede naam aan: rond de Middellandse Zee hadden mensen minder hartziekten dan in Scandinavië en in Nederland. Ook een groep Zutphense mannen deed mee aan de Zevenlandenstudie. Keys had zijn studie opgezet omdat hij wilde weten waar de epidemie van hartziekten in de Verenigde Staten vandaan kwam. Die was in de jaren vijftig steeds ernstiger geworden. Ancel Keys woonde 40 jaar in Pioppi en overleed er in 2004. Hij werd 100 jaar.

Keys vond dat mensen die veel verzadigd vet en cholesterol aten vaker een hartaanval of andere hartziekten kregen. Beide Pioppi-auteurs doen dat verband tussen verzadigd vet en hartziekte af als „een misverstand”. Ze houden het erop dat de suikerconsumptie de boosdoener is van de hartziekte-epidemie. Ze verwijten Keys dat hij zoete koekjes, met boter gebakken, meetelde bij de verzadigde vetten. In Pioppi aten de mensen niet veel koekjes. Er was geen geld voor. Over Keys schrijven ze: „Was zijn besluit om de invloed van suikerconsumptie – of eigenlijk het gebrek hieraan – in het Middellandse Zeegebied te negeren ingegeven door het feit dat hij werd gefinancierd door de suikerindustrie?”

Trendrapport

Het onderzoek van Keys leidde, gesteund door veel vervolgonderzoek naar vet en gezondheid, uiteindelijk tot voedingsadviezen om van de totale hoeveelheid calorieën die je eet minder dan tien procent uit verzadigd vet te halen. Verzadigd vet is nooit beschouwd als gif, maar als een voedingsbestanddeel dat je in de gaten moet houden.

Complicerende factor is dat olijfolie, noten en andere voedingsmiddelen met veel onverzadigd vet altijd voor een deel uit verzadigd vet bestaan. Alle natuurlijke vetrijke voedingsmiddelen zijn mengsels van vetten, zowel verzadigd als onverzadigd. Het gaat om de relatieve hoeveelheden. Aan die tien energieprocent verzadigd vet kom je ook wel zónder boter op je brood te smeren.

Het punt dat de Pioppi-auteurs maken is dat sinds de jaren tachtig, toen de Let op vet!-campagnes begonnen, „de consumptie van suiker, andere bewerkte koolhydraten en bewerkte plantaardige olie de epidemieën van diabetes type 2 en obesitas heeft veroorzaakt.” Zij schrijven de obesitasepidemie dus niet toe aan de toename van calorie-inname.

Malhotra en O’Neill verstevigen hun ideeën met literatuurverwijzingen. In het verzadigd-vethoofdstuk verwijzen ze allereerst naar een „degelijk onderzoek”, in 2015 gepubliceerd door de Zwitserse bank Credit Suisse. Dat rapport (Fat: the New Health Paradigm) heeft als een van de conclusies: „Natuurlijke voedingsmiddelen met veel enkelvoudig onverzadigde en verzadigde vetten hebben, voor verbruik en opslag, de voorkeur als energiebronnen voor onze lichamen.”

Onvindbaar in Pubmed

Hoe degelijk is de wetenschap van de Zwitserse bankiers? Het rapport is niet in een peer reviewed medisch-wetenschappelijke tijdschrift gepubliceerd. Het is onvindbaar in de databank Pubmed, waarin vrijwel alle medisch-wetenschappelijke artikelen te vinden zijn. In wezen is het een trendrapport met de voorspelling dat de vetindustrie gouden tijden tegemoet gaat en dat de suikerindustrie op zijn tellen moet passen. Het is allemaal gebaseerd op een essayistische en suggestieve redeneertrant.

De bankanalisten verwachten dat tot 2030 iedereen op de wereld gemiddeld 23 procent meer vet gaat eten, 12 procent meer eiwit en 2 procent minder koolhydraat. In de westerse wereld, waar eenvijfde van de mensen woont (en waar inmiddels meer dan de helft van de mensen overgewicht heeft), daalt de calorie-inname met 160 kilocalorieën per dag. Maar viervijfde van de elders wonende wereldbevolking gaat dagelijks 300 kilocalorieën méér eten. En tweederde van die toename komt met verzadigd vet binnen, verwachten de onderzoekers van de bank. Palm- en kokosvet gaan een zonnige toekomst tegemoet, vinden de analisten van Credit Suisse, omdat steeds meer mensen verzadigde vetten als ‘goede’ vetten gaan zien. 300 kilocalorieën per dag erbij voor viervijfde van de wereldbevolking! Daarmee wordt een mens zomaar een paar kilo zwaarder – per jaar. Daar hebben de Zwitserse bankiers geen probleem mee. Te vrezen valt dat ze wel willen investeren in een toekomst met een bloeiende vetindustrie en een wereldwijde obesitasepidemie.

Het is vreemd dat de Pioppi-schrijvers zo’n rapport als betrouwbare publicatie opvoeren. In hun boek zijn ze bijzonder kritisch op de voedselindustrie: „Deze industrie heeft ervoor gezorgd dat verleidelijk junkfood en dranken met weinig voedingswaarde overal en op elk moment verkrijgbaar zijn.” Ze schrijven dat die industrieën „winst moeten maken met de verkoop van voedsel en het is niet hun taak om op onze gezondheid te letten”. Waarom dan dat vertrouwen in een rapport van de financiers achter die industrie?

Roofuitgever

Op één ongelukkig gekozen bron over verzadigd vet moet je de Pioppi-auteurs niet afrekenen. De tweede verwijzing in hun hoofdstuk over verzadigd vet is een artikel van Britse onderzoekers die de vloer aanvegen met Keys en met de wetenschappelijke basis onder Amerikaanse en Britse voedingsrichtlijnen voor vetconsumptie. Eerste auteur is Zoe Harcombe. Dat artikel (Food for Thought, Have We Been Given the Wrong Dietary Advice?) is gepubliceerd in een tijdschrift dat niet door Pubmed wordt geïndexeerd. Het is een uitgave van de Chinese open access ‘roofuitgever’ Scientific Research. Roofuitgevers geven vrijwel alles uit, als de onderzoeker-auteur maar betaalt. Harcombe is bovendien de auteur van boeken, een website en een blog over haar eigen Harcombe-dieet. Waarom krijgt Ancel Keys wel een veeg uit de pan over zijn commerciële belang, maar blijven Credit Suisse en Harcombe gespaard?

Eindelijk, in de derde voetnoot in het verzadigd-vethoofdstuk verwijzen de Pioppi-auteurs naar een weinig omstreden tijdschrift, The BMJ. Daaruit halen de Pioppi-auteurs alleen de gegevens die in hun straatje passen. In dat BMJ-artikel zijn alle belangrijke onderzoeken naar het eten van verzadigd vet en het krijgen van hartziekten voor een overzicht bij elkaar geveegd. Mensen die wat meer verzadigd vet aten gingen niet eerder dood en hadden niet vaker hartziekten, vergeleken met mensen die er minder van aten, is de conclusie. Daar scoren de Pioppi-auteurs mee.

Terwijl de Canadese onderzoekers melden dat er methodologische tekortkomingen zijn. Dat er geen „robuust” bewijs is voor het gevaar of de gezondheid van verzadigde vetten. En de onderzoekers vonden ook: als je in plaats van verzadigde vetzuren meervoudig onverzadigde vetzuren eet, dan daalt je kans op hartziekten een beetje. Het artikel, uit 2015, is allerminst een pleidooi om verzadigde vetten te eten.

Illustratie Roland Blokhuizen

Gezondheidsimago

Het Pioppi-boek is in 2017 in het Verenigd Koninkrijk verschenen, maar er staat geen verwijzing naar wetenschappelijke artikelen van na 2015 in. Dat is opvallend, want uitgerekend in 2016 verschenen er drie nieuwe onderzoeken. Russell de Souza en Sonia Anand, de eerste en laatste auteurs van de Canadese studie uit 2015, die zo gretig verkeerd door de Pioppi-auteurs werden geciteerd, schreven er een commentaar over in The BMJ. 2016 was geen best jaar voor het gezondheidsimago van verzadigde vetten. Het eerste onderzoek rapporteert bij iedere 5 procent meer verzadigde vetten in de voeding een stijging van 25 procent in hartziekten. Het tweede onderzoek zag meer algehele sterfte en meer hartziekte onder de mensen die meer verzadigde vetten aten. Daar tegenover staat een derde, Nederlands onderzoek waarin een beschermend effect van verzadigde vetten werd gezien. De Souza en Anand vinden dat Nederlandse onderzoek methodologisch zwakker dan de andere twee.

Hoe is eind 2018 de situatie aan het wetenschappelijk front, in de strijd tussen verzadigd en onverzadigd vet?

De Wereldgezondheidsorganisatie legt de laatste hand aan een richtlijn over verzadigd vet. Dit voorjaar is er een ontwerp gepubliceerd waarop iedereen die dat wilde commentaar kon geven. Een sterke aanbeveling blijft om minder dan tien energieprocenten verzadigd vet te eten. En, als dat voor de calorie-inname nodig is, in plaats daarvan meervoudig onverzadigde vetzuren te eten. Het gezondheidsvoordeel blijft toenemen als je onder die tien procent uitkomt. Een opvallend overzichtsartikel stond half november in Science. Het is geschreven door vier Amerikaanse voedingonderzoekers die tot nu toe tegengestelde standpunten hadden in die vet- en koolhydraatdiscussie. Ze werden het eens over wat vaststaat, wat een vraag is en welk onderzoek nodig moet worden gedaan. Bij punt twee in hun lijst met zeven consensuspunten staat: „Het vervangen van verzadigd vet door onverzadigde vetten van natuurlijke oorsprong biedt gezondheidsvoordelen voor de algemene bevolking.” Ze staan lijnrecht tegenover de Pioppi-auteurs, schrijven dat het ook nog gezond voor het hart is om volkoren granen in plaats van verzadigd vet te eten. Alles is beter dan verzadigd vet. Ze houden vol dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat verzadigd vet gezond is.

Bron van de obesitasepidemie

De belangrijke stelling van de Pioppi-auteurs – dat de toename van de koolhydraatconsumptie, door de let-op-vet-campagnes, de bron is van de obesitasepidemie in de westerse wereld – ondergraven ze. In Mexico, Brazilië en China neemt het aantal te dikke mensen ook snel toe, schrijven ze, terwijl de voedingsrichtlijnen daar niet panisch over vet waren. In de Verenigde Staten (het hardst getroffen door de obesitasepidemie) veranderde nog wel meer: portiegroottes namen toe, veel meer kant-en-klaarvoedsel, meer buiten de deur eten, minder lichaamsactiviteit tijdens recreatie en werk. Dat gebeurt ook allemaal in andere landen. Te veel calorieën, dat is het probleem.

De Pioppi-auteurs denken dat te veel calorieën eten vanzelf overgaat als je maar relatief veel vet eet. Dat zou zo flink verzadigen en je zou de ingenomen calorieën zo ‘anders’ verwerken dat je vanzelf minder gaat eten en ook niet dik wordt van die calorieën. De ene calorie is volgens hen de andere niet.

Wie de publicaties in de wetenschappelijke literatuur vergelijkt met de Pioppimethode ziet dat de auteurs meeliften op een stroom van nepnieuws over verzadigd vet en calorieën. Dat is jammer, maar die twee werelden zullen waarschijnlijk niet snel meer bij elkaar komen.

Lees ook een interview met ‘vetprofessor’ Ronald Mensink
    • Wim Köhler