Nigeria zet activiteiten Unicef stop wegens ‘spionage voor Boko Haram’

Het leger meent dat Unicef-medewerkers de strijd tegen Boko Haram ondermijnen door onthullingen over mensenrechtenschendingen door militairen.

Een Unicef-banner aan een school in de stad Maiduguri, in het noordoosten van Nigeria.
Een Unicef-banner aan een school in de stad Maiduguri, in het noordoosten van Nigeria. Foto Akintunde Akinleye/Reuters

Unicef moet in het noordoosten van Nigeria voorlopig zijn activiteiten staken, omdat het zich volgens het leger schuldig maakt aan spionage voor de islamitische terreurorganisatie Boko Haram. Vrijdag hebben de strijdkrachten de werkzaamheden van de hulporganisatie stilgelegd, melden de persbureaus AP en Reuters.

Volgens het leger dwarsboomt Unicef de strijd die de Nigeriaanse overheid al jaren in het noordoosten tegen Boko Haram voert. De VN-organisatie zou “spionnen trainen en inzetten die de opstandelingen en hun medestanders ondersteunen”, staat in een verklaring van het leger. De “clandestiene activiteiten” van de spionnen zouden er vooral op gericht zijn het leger in diskrediet te brengen, bijvoorbeeld door het aan het licht brengen van mensenrechtenschendingen door militairen.

Unicef heeft nog niet inhoudelijk op de beschuldigingen gereageerd. De kinderhulporganisatie laat aan Reuters weten “de informatie uit te zoeken”. Een Nederlandse woordvoerder kon vrijdagavond ook niet op de zaak ingaan, maar liet wel weten dat Unicef doorgaans voorzichtig is in zijn uitlatingen over relaties met Afrikaanse landen.

Humanitaire crisis

Het is niet de eerste keer dat de Nigeriaanse overheid beschuldigingen uit aan het adres van Unicef. Afgelopen april verklaarde het leger nog drie Unicef-medewerkers tot ongewenste personen. Ze hadden informatie geopenbaard over kindermisbruik door soldaten. Vorig jaar zei de gouverneur van de noordoostelijke staat Borno, de bakermat van Boko Haram, dat Unicef zelf profiteert van hulpgeld voor vluchtelingen. Eerder stelde president Buhari dat de VN de humanitaire crisis in Nigeria overdrijven om het eigen budget op te drijven.

Volgens de VN heeft de gewapende strijd in Nigeria een van de ergste humanitaire crises ter wereld opgeleverd. Meer dan zeven miljoen mensen hebben hulp nodig. Het geweld tussen het leger en islamitische opstandelingen heeft sinds 2011 al ruim 37.000 levens geëist, onder wie ook talloze burgers. Boko Haram ontvoerde daarnaast meer dan duizend kinderen.

Verhalen over mensenrechtenschendingen door het Nigeriaanse leger zijn er intussen genoeg. Onder meer de VS, een bondgenoot van Nigeria, maken zich zorgen. Militairen zouden zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden als standrechtelijke executies en marteling. Verder zou het leger duizenden mensen zonder proces opsluiten. De strijdkrachten reageren meestal geprikkeld op dergelijke beschuldigingen.