Recensie

Recensie

Niet zijn leven, maar Paul Simons muziek is spannend

Paul Simon Compromisloos en perfectionistisch is singer-songwriter Paul Simon, en het belang van zijn muziek stelt hij altijd voorop. Soms gaat hij de mist in en krijgt zijn kwetsbare ego een knauw.

Paul Simon bij een optreden in Madrid, november 2016.
Paul Simon bij een optreden in Madrid, november 2016. Foto: EPA

In de jaren tachtig uitte het Nederlandse publiek bij grote concerten vaak zijn vreugde door langdurig ‘Olé, olé olé olé’ te zingen. Dankzij de Zuid-Afrikaanse trompettist Hugh Masekela, die met Paul Simon (1941) op wereldtournee was na de verschijning van diens album Graceland, weten we nu hoe dat overkwam op de artiesten. Hij vertelt: ‘Nadat we kosi sikelel’ iAfrika hadden gezongen, begonnen ze voor ons te zingen: ‘‘Oh, wey, oh wey”, een soort voetballied. We hadden geen idee wat het betekende, maar het duurde zeker tien minuten. We waren in shock. Het was fantastisch.’

Het is een van de verrassende anekdotes in Robert Hilburns biografie van Paul Simon, The Life. Vooral wie geïnteresseerd is in het opnameproces zal aan dit boek veel plezier beleven. Vanaf het begin van zijn carrière wist Simon precies wat hij wilde. Hij was compromisloos en perfectionistisch en stelde het belang van de muziek altijd voorop. Zelfs als dat extra rondje schaven in de studio betekende dat de inzendtermijn van de Grammy Awards was verlopen.

De eerste jaren was hij de helft van het duo Simon & Garfunkel, al deed Art Garfunkel niet veel meer dan de partijen inzingen die Simon voor hem had bedacht. Dat Garfunkel staande ovaties voor Bridge over Troubled Water (dat hij in zijn eentje zong) incasseerde zonder Simon in het applaus te laten delen, bezag Simon meewarig en ook een tikje geërgerd. Dat kon niet zo lang goed gaan: Simon zou zijn eigen weg gaan, zelfs al zou dat een financiële aderlating zijn. Dat werd het ook, zij het voor Garfunkel meer dan voor Simon die ook in zijn eentje een wereldster werd.

Onvoorwaardelijke loyaliteit

Hilburn heeft mooi opgeschreven hoe afstandelijk Simon naar die successen kijkt: ‘Het is een nummer-1-hit, dus ik ben blij. Maar zou ik dan verdrietig moeten worden als het géén hit zou zijn geweest? Het is hetzelfde liedje. Ik ben dezelfde man.’ De Simon & Garfunkel-periode werd al snel gereduceerd tot ‘iets dat hij vroeger deed’ en de reünie-optredens vonden altijd strikt op zijn voorwaarden plaats. Wat Garfunkel daarvan vond? Hij weigerde Hilburn te woord te staan.

Simons successen rijgen zich aaneen en en Hilburn behandelt alles in chronologische volgorde. Natuurlijk is het niet allemaal zonneschijn: Simon is niet goed in confrontaties en rekent op onvoorwaardelijke loyaliteit. Dat breekt hem op in zijn ruzies met Garfunkel, in zijn eerste twee huwelijken en ook in de nasleep van zijn briljante plaat Graceland.

Vanuit activistische kring zijn er bezwaren tegen de manier waarop Simon de culturele boycot van Zuid-Afrika heeft omzeild. Hij wuifde die arrogant weg en had achteraf gelijk: dankzij Graceland kreeg Zuid-Afrikaanse muziek wereldwijd een enorme impuls. Maar Hilburn houdt niet op de dankbare Zuid-Afrikaanse muzikanten uit Simons entourage te citeren, en zo wordt de bijsmaak van cultureel neokolonialisme alleen maar sterker.

Er gaat ook wel eens iets de mist in, vooral wanneer Simon zich waagt buiten de muziek. Een film flopt (One Trick Pony) en de poging om een musical te maken (The Capeman) verloopt rampzalig. Hij schaaft daarvoor, met Nobelprijswinnaar Derek Walcott, eindeloos aan zijn liedjes, maar verzuimt iemand met Broadway-ervaring in te schakelen. Het stuk wordt afgekraakt, het publiek blijft weg en het verlies loopt in de miljoenen. Geld was voor Simon niet van groot belang, maar het was wel een knauw voor zijn kwetsbare ego.

Wanneer het verhaal van die noodlottige musical (The Capeman) met een beetje meer venijn was opgeschreven, had dat een prachtig tragikomisch verhaal kunnen opleveren. Maar dat wordt het niet, en zo kom ik bij het nadeel van het feit dat Hilburn zo lang met Simon heeft kunnen spreken. Hilburn is onder de indruk geraakt, zowel van de kunstenaar als van de persoon. In combinatie met het feit dat Simons leven niet zo spannend is als zijn muziek, levert dit een boek op dat gaat ergeren. Dit is een hagiografie.

Toch is er voor de liefhebber van de muziek genoeg te beleven want Paul Simon is een van de belangrijkste liedjesschrijvers van de popmuziek, en een van die zeldzame artiesten die na zijn zeventigste nog albums opnam die meer zijn dan een herhalingsoefening.