Recensie

Nederkoorn spaart zichzelf als politicus niet

Cabaret Cabaretier Patrick Nederkoorn schildert de politiek in zijn nieuwe show af als een parallel universum waarin alles draait om reputatie. Weinig origineel, maar Nederkoorn blijft boeien omdat hij zelf een gladde politicus was.

Patrick Nederkoorn ziet er met zijn blauwe pak en rode stropdas uit als een gladde politicus, en dat is geen toeval.
Patrick Nederkoorn ziet er met zijn blauwe pak en rode stropdas uit als een gladde politicus, en dat is geen toeval. Foto Tom Cornelissen

Patrick Nederkoorn (34) ziet er met zijn blauwe pak en rode stropdas uit als een gladde politicus, zo’n echte D66’er. Dat is geen toeval, want de cabaretier zat acht jaar in de gemeentepolitiek, eerst als raadslid van Jouw Amersfoort, daarna als fractievoorzitter van D66. In zijn derde solo Ik betreur de ophef blikt hij terug op zijn politieke loopbaan.

Nederkoorns verhaal lijkt op dat van menig ex-politicus. Hij schildert de politiek af als een parallel universum waarin alles draait om reputatie en waarin geen ruimte is voor twijfel of relativering. Deze kritiek is weinig origineel, maar Nederkoorn blijft boeien omdat zijn verhaal persoonlijk is en hij zichzelf niet spaart.

In een mooie regie van Pieter Bouwman worden verschillende verhaallijnen knap met elkaar verknoopt. Een persoonlijk verhaal over een huwelijksaanzoek aan het Henschotermeer wordt verbonden aan de vraag waarom dit natuurgebied werd geprivatiseerd. Nederkoorn besluit acht jaar raadsvergaderingen terug te luisteren en ontdekt dat hij zelf medeverantwoordelijk is. Dit is een kantelpunt in de voorstelling: de jonge idealist komt erachter dat hij zijn politieke idealen heeft verloochend, voor zover hij die al had.

De nuance in zijn verhaal is dat Nederkoorn wel degelijk een oprechte liefde voor politiek heeft (op zijn jongenskamer hing al een poster van Ad Melkert), maar zichzelf kwijtraakt in een politieke cultuur die vooral zijn slechte eigenschappen aanspreekt. Als hij inziet dat hij eigenlijk weinig overtuigingen heeft en dat scoren voor hem een doel op zich is geworden, maakt hij zijn kritiek prachtig invoelbaar. Nederkoorn ondersteunt zijn verhaal met veel grappige parafernalia, zoals verkiezingsposters.

Het is jammer dat Nederkoorn zijn pleidooi voor oprechtheid in de politiek eindigt met een voorstel voor een politieke detox, die hij vindt in een ayahuasca-ritueel. Dit weinig overtuigende antwoord op een in zichzelf gekeerde politiek doet af aan het krachtige pleidooi dat Nederkoorn daarvoor gehouden heeft.

    • Dick Zijp