Kosovo ontwikkelt een leger, tot woede van Servië

De spanning tussen Kosovo en Servië loopt sinds de zomer steeds verder op. De omvorming van de Kosovaarse veiligheidsmacht naar een echt leger is de jongste escalatie.

De president van Kosovo, Hashim Thaci inspecteert leden van de Kosovo Security Force (KSF) in de hoofdstad Pristina op 13 december.
De president van Kosovo, Hashim Thaci inspecteert leden van de Kosovo Security Force (KSF) in de hoofdstad Pristina op 13 december. Foto: EPA

Het Kosovaarse parlement heeft vrijdag het plan goedgekeurd om de lichtbewapende Kosovaarse veiligheidsmacht om te vormen tot een leger. De voorgenomen uitbreiding van zowel het aantal manschappen als het mandaat van de Kosovo Security Force (KSF) – op dit moment een 4.000-koppige ordedienst – zet de verhoudingen tussen de regeringen van Kosovo en buurland Servië ernstig onder druk.

De Servische regering had in aanloop naar de stemming haar voormalige provincie Kosovo, die zich afscheidde in 2008, gewaarschuwd. Indien Kosovo, waar etnische Albanezen de meerderheid vormen, een eigen leger zou optuigen, zou Servië de etnische Serviërs in Kosovo moeten beschermen tegen mogelijke etnische zuiveringen. Een Servische militaire reactie zou „een van de opties” worden, dreigde premier Ana Brnabic vorige week.

Territoriale integriteit verdedigen

Ondanks dat signaal, en ondanks een boycot van de stemming door tien etnisch Servische volksvertegenwoordigers, besliste het Kosovaarse parlement vrijdag met 107 voor- en 0 tegenstemmen om de getalsterkte van de KSF op te trekken richting 5.000 vaste troepen en 3.000 reservisten. Onder hun bevoegdheden valt voortaan ook „het verdedigen van de soevereiniteit en territoriale integriteit, burgers, eigendom en belangen van de Republiek Kosovo”. Voor Kosovo is de opbouw van een volwaardig leger een belangrijke stap in de ontwikkeling van de onafhankelijke staat. Servië, en ook bondgenoot Rusland, weigeren nog altijd de Kosovaarse onafhankelijkheid te erkennen. Volgens Marko Djuric, chef van het Servische regeringsdepartement dat over Kosovo gaat, creëert Pristina een „illegale gewapende bezettingsmacht”, verklaarde hij. Als Kosovo verder gaat op de ingeslagen weg, kan Servië zijn leger daar inzetten, waarschuwde Djuric. De argwaan onder Serviërs is mede zo groot doordat de KSF vol zit met mannen die in de Albanese guerrilla tegen de Serviërs vochten. Beide regeringen wisselen geroutineerd harde beschuldigingen en dreigingen uit. Die meestal weinig consequenties hebben..

Bezorgdheid

Een meerderheid van de landen van de Verenigde Naties heeft Kosovo, dat in 1998 en 1999 streed voor onafhankelijkheid, inmiddels wel erkend. De vrede in het land wordt nog steeds gewaarborgd door troepen van de NAVO-macht KFOR.

De Verenigde Staten en Duitsland hebben hun goedkeuring uitgesproken voor de geleidelijke creatie van een Kosovaars leger. Maar bij de EU en de NAVO klonk vrijdag bezorgdheid.

Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO, verklaarde dat het militaire bondgenootschap dat Servië in 1999 met bombardementen tot de aftocht dwong in Kosovo, „nu de mate van de betrokkenheid van de NAVO bij de KSF zal moeten heronderzoeken”. De stemming kwam op een „slecht getimed” moment, zei Stoltenberg, in een periode van verhoogde spanningen tussen Belgrado en Pristina.

In november heeft de Kosovaarse regering een invoerbelasting van 100 procent geheven op goederen uit Servië. Die belasting kwam er nadat de internationale criminaliteitsbestrijder Interpol Kosovo het lidmaatschap geweigerd had. Een weigering die het gevolg was van Servisch lobbywerk. Belgrado stelt alles in het werk om Pristina weg te houden uit zoveel mogelijk internationale organisaties.

De Kosovaarse parlementsleden bedienden zich vrijdag dan weer van een handigheidje dat Servische woede opwekte. Om een leger te creëren is eigenlijk een grondwetswijziging nodig, waarvoor ook steun van enkele Servische parlementariërs nodig zou zijn. Door eenvoudigweg het KSF-mandaat uit te breiden met een pakket aan ‘gewone’ wetten, omzeilden de volksvertegenwoordigers de de grondwet.

Kosovaars president Hashim Thaci verklaarde via Facebook triomfantelijk dat het Kosovaarse leger het resultaat is van de „eeuwenoude opoffering van ons volk”. Thaci, net als Haradinaj een voormalig guerrilla-strijder in de onafhankelijkheidsoorlog, bezocht donderdag een kazerne nabij Pristina in militair tenue. Hij verklaarde dat het toekomstige leger „alle gemeenschappen in Kosovo, in het bijzonder de Servische” zal dienen „zonder etnisch onderscheid”.

De Servische president Aleksandar Vucic kondigde prompt aan dat ook hij een tournee zou maken langs Servische legereenheden in de buurt van de grens met Kosovo.

Einde entente

De sfeer is radicaal veranderd sinds afgelopen zomer. Toen leek een kleine entente in de maak tussen Vucic en Thaci, nadat beide presidenten het hertekenen van de grenzen tussen Servië en Kosovo opnieuw op de agenda zetten. Dat idee krijgt traditioneel vooral in Servische politieke kringen steun. Bovendien zorgde het voor onrust bij internationale waarnemers die een terugkeer naar etnische spanningen en zelfs geweld vrezen.

Ondertussen zal het met de creatie van een volwaardig Kosovaars leger geen vaart lopen, volgens de meeste waarnemers. Wat vrijdag in het parlement besloten is, zei KFOR-woordvoerder Vincenzo Grasso donderdag reeds tegenover persbureau AP, „zal de situatie niet in één dag veranderen.”

    • Roeland Termote