Kabinet: meer geld voor defensie in ‘nationaal plan’ voor NAVO

Van het extra geld worden onder meer gevechtsvliegtuigen aangekocht. Nederland wil voor bescherming ook minder afhankelijk zijn van de VS.

Twee F-35-gevechtstoestellen.
Twee F-35-gevechtstoestellen. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Het kabinet maakt meer geld vrij voor defensie, volgens een plan dat vrijdag is gepubliceerd. Daarin staat geen specifiek bedrag vermeld, maar duidelijk is dat minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) meer F-35-straaljagers, ook bekend als de Joint Strike Fighter (JSF), wil aankopen.

Verder wordt geïnvesteerd in de uitbreiding van de vuurkracht op land en zee. Ook wil de minister de capaciteiten versterken van speciale eenheden en eenheden die zich bezighouden met cyber- en informatie-oorlogsvoering.

De Amerikaanse president Donald Trump drong bij NAVO-lidstaten aan op de 2 procentnorm, tijdens de top in juli

Met dit zogeheten ‘nationaal plan’ voor de extra uitgaven komt Nederland dichter bij afspraken die in 2014 in NAVO-verband werden gemaakt. Lidstaten kwamen toen overeen dat ze allemaal het nationale budget voor defensie zouden verhogen tot 2 procent van het bruto binnenlands product. Dat zou ervoor moeten zorgen dat de lasten binnen de militaire samenwerking beter verdeeld zijn.

‘Robuuste’ krijgsmacht

Zeker met de extra F-35’s moet de Nederlandse krijgsmacht “robuuster” en “mobiel inzetbaar” worden, zowel voor de eigen verdediging als inzet in NAVO-verband. Ook wil Nederland minder afhankelijk zijn van de Verenigde staten voor de eigen bescherming en de bescherming van Europa, zo vermeldt het persbericht. Dergelijke bescherming moet gegarandeerd worden “vanwege de instabieler wordende veiligheidsomgeving”, staat er. “Er zijn meer en complexere dreigingen.”

De plannen die vrijdag werden gepresenteerd - er ging ook een brief naar andere NAVO-landen - komen nog eens bovenop de 5 miljard euro die de regering al beschikbaar heeft gesteld voor defensie. Dat bedrag was al een verhoging van 1,5 miljard in vergelijking met voorgaande jaren. In een persconferentie vrijdagmiddag wilde vicepremier Kajsa Ollongren (D66) niet zeggen om hoeveel geld het precies gaat.