Opinie

Is meer geld voor de universiteiten wel een oplossing?

Onderwijsblog De universiteiten zijn medeverantwoordelijk voor de dure bureaucratie. Maar ze zijn ook ondergefinancierd, schrijft Ingrid Robeyns.

Remko de Waal/ANP

Vrijdag protesteren medewerkers en studenten in Den Haag onder de vlag van WOinActie tegen de bezuinigingen op het wetenschappelijk onderwijs en voor een adequate financiering van de universiteiten. Maar is meer geld wel de oplossing voor de problemen aan de universiteiten?

Sinds 2000 zijn er 68 procent meer studenten gaan studeren aan de universiteiten, maar is de totale overheidsfinanciering per student voor onderwijs en voor eerste geldstroom onderzoek gedaald met 25 procent. Het gevolg is dat meer dan 70 procent van de wetenschappers zeggen dat de werkdruk hoog of veel te hoog is. Standaard werkweken tussen de 50 en 60 uur zijn voor vele wetenschappers de enige manier om hun werk gedaan te krijgen, en de meerderheid zegt daardoor lichamelijke of psychische klachten te krijgen. In alle departementen lopen overwerkte mensen rond of zijn er collega’s langdurig afwezig door burn-out. De overheid moet dus het takenpakket en de financiering weer in balans brengen. Dat kan op twee manieren: óf het takenpakket verlichten, óf de financiering verhogen.

Wat zou er aan het takenpakket kunnen veranderen? Wetenschappers verbonden aan universiteiten leiden onderzoekers op, als ook de nieuwe generatie deskundigen in alle sectoren van de samenleving. Daarnaast doen ze onderzoek en verrichten maatschappelijke dienstverlenging. Onderzoek schrappen zou betekenen dat we van de universiteiten HBO’s maken: het doorbreekt de essentiële vervlechting tussen wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Dat is gegeven ons onderwijsstelsel geen optie. Maatschappelijke dienstverlening is cruciaal voor een universiteit die het als taak ziet een publieke rol te spelen en is bovendien iets waar de overheid meer van wil eerder dan minder. Dus ook daar kan het takenpakket niet afgeslankt worden. Dan blijven de studenten over. Sommigen opperen dat het beter zou zijn als er minder studenten zouden zijn. Op het aantal Nederlandse studenten heeft de universiteit momenteel weinig vat: iedereen die een VWO-diploma heeft, krijgt in principe het recht om naar de universiteit te gaan. Bovendien is toegankelijkheid voor studenten tot de plek die past bij hun ambities en talenten een groot goed. Minder tijd aan studenten besteden is ook geen optie, want hun studiefinanciering dwingt hen om snel hun studie af te ronden.

Kerntaken

De overheid moet dus de universiteiten adequater financieren. En daar loopt het mis, op twee fronten. Het eerste front is de bekostigingssystematiek van de universiteiten. Dat is in de praktijk een herverdelingsmodel, waarbij een vaste som geld volgens bepaalde parameters verdeeld wordt tussen de universiteiten. Dat noopt de universiteiten om veel inspanningen te steken in de concurrentieslag om een vaste pot met geld. Het zou het beste zijn als die perverse prikkels uit het financieringsmodel verdwijnen. Maar ook als dat gebeurd is, blijft nog steeds het probleem overeind dat er te weinig geld is voor al het werk dat de overheid verwacht. Beter is om na te denken hoe de universiteit adequaat gefinancierd kan worden op een manier waardoor het geld vooral naar de kerntaken gaat, en niet naar de bureaucratie er om heen.

Het tweede front is de onderinvestering van de overheid in de taken van de publieke sector. Want de problemen van de universiteiten lopen parallel aan de problemen van het primair, voortgezet en hoger onderwijs, de problemen van de zorg, de rechters, de politie, en van andere professionals uit de publieke sector. De rekening van dit beleid wordt nu doorgespeeld aan de werknemers voor de publieke zaak, die zich geconfronteerd zien met ongunstige arbeidsvoorwaarden of steeds hogere werkdruk. Onze politieke partijen zijn jarenlang weggekomen met dit beleid, omdat Nederland het slikte. Maar op dit moment zeggen in alle hoeken van de publieke sector de loyale, hardwerkende medewerkers dat het water hen aan de lippen staat. Ook aan de universiteiten.

Universiteiten medeverantwoordelijk

Het is niet alleen een geldkwestie. De universiteiten zijn medeverantwoordelijk voor de ontstane situatie door jaren van meebewegen met overheidsbeleid en interne regels. Ze passen hun eigen beleid aan in plaats van duidelijk te maken dat het overheidsbeleid schade berokkent. Ook de Colleges van Bestuur mogen zich aanrekenen dat het zo ver heeft moeten komen dat overwerkte wetenschappers en bezorgde studenten gaan protesteren.

Dus het antwoord op de vraag is: gegeven het huidige takenpakket moet de financiering van de universiteiten ruimer. Het IMF heeft eerder deze week laten weten dat de Nederlandse overheid best meer geld mag uitgeven, dus de financiële ruimte is er. En omdat geld dat in de wetenschap wordt geïnvesteerd een hoog financieel en maatschappelijk rendement heeft, is er niets dat dit kabinet tegenhoudt om de financiering van de universiteiten naar een adequaat niveau te brengen.

Ingrid Robeyns is hoogleraar ethiek van instituties aan de Universiteit Utrecht en maakt deel uit van WOinActie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.