Lars van den Brink

‘Ik zie nu hoe machtig de consument is’

Michael Pollan | Schrijver Hij schreef eerder over voedsel, nu is zijn boek over psychedelica net uit. Beide gaan over onze relatie met de natuur, zegt Michael Pollan, die tijdens een drugstrip inzag dat zelfs planten bewustzijn hebben.

De Amerikaanse schrijver Michael Pollan struint door een Amsterdamse supermarkt – „Ik ben dol op supermarkten” – en verbaast zich over alle voorgesneden groenten. En over al het plastic. Bloemkool, broccoli, kaas – alles verpakt. „Eén grote plastic party! Dan moet het kennelijk van ver komen.” Bij de kruidenmixen van Maggi (Nestlé) is hij ernstig: „Hebben we dit nodig? Nestlé heeft maar één doel: de hele wereld aan hun producten krijgen. In het Amazonegebied delen ze die uit aan mensen die nog nooit fabrieksvoedsel hebben gegeten.”

Pollan (63) is in Nederland om Verruim je geest, zijn boek over psychedelica, te promoten. Maar hij werd beroemd als voedselschrijver. Zo’n groot gat zit daar niet tussen, legt hij uit. „Ik werd gegrepen door ons voedselsysteem omdat het zo schadelijk is voor onze gezondheid. We gaan dood aan ziektes die we met betere voeding kunnen voorkomen. Mijn belangstelling voor psychedelica heeft te maken met geestelijke gezondheid.” In zijn boek beschrijft Pollan hoe geestverruimende middelen bij gezonde mensen tot nieuwe inzichten kunnen leiden en ook bij verslaving of psychische problemen gebruikt kunnen worden.

Voeding en psychedelica, stelt hij, hebben beide met onze relatie met de natuur te maken. „Elke cultuur gebruikt geestverruimende middelen uit de natuur.” Tegelijk staan we steeds verder af van de natuur, die we „objectiveren”. „Heel handig, want dan kun je met de aarde doen wat je wilt, met destructieve gevolgen.” Klimaatverandering en tribalisme zijn de grootste problemen van deze tijd, zegt hij.

Tribalisme? Dat moet u even uitleggen.

„Het idee dat ‘wij’ anders zijn dan ‘zij’. Voor of tegen Trump. De eerste wereld versus de derde. Terwijl de natuur laat zien dat de verschillen miniem zijn. Psychedelica kunnen het inzicht geven dat je onderdeel bent van een groter geheel. Een goede trip werkt ego-oplossend, het onderscheid met andere schepsels verdwijnt, je voelt je zelfs verbonden met planten. Ik had een ervaring in mijn tuin waarbij ik – ik weet hoe gek dit klinkt – door mijn planten werd geobserveerd in plaats van andersom.”

Psychedelica kunnen het inzicht geven dat je onderdeel bent van een groter geheel

Is het zo gek of zegt u dat omdat anderen het gek vinden?

„We willen eigenlijk niet weten dat planten een vorm van bewustzijn hebben. Het is lastig te accepteren dat we zo dicht bij planten staan, want dan moet je je plaats in de natuur heroverwegen.”

Kunt u dan nog wel planten eten?

„Ja hoor, dat vinden ze niet erg (lacht). In elk geval kreeg ik het inzicht dat bewustzijn niet voorbehouden is aan mensen. Een extatische ervaring.”

Met zijn boek The Omnivore’s Dilemma (2006) kwam Michael Pollan in de frontlinie van de Amerikaanse ‘food movement’. Hij fileert het Amerikaanse voedselsysteem, dat grote producenten van soja en maïs bevoordeelt met subsidies, boeren dwingt tot intensieve veeteelt en waarin dieren, milieu en gezondheid kind van de rekening zijn. Pollan noemt zich op dit terrein inmiddels activist, meer dan journalist. „Eerst probeerde ik te begrijpen en op te schrijven hoe het werkt. Op een zeker moment trek je conclusies en wordt het onoprecht om te doen alsof je geen mening hebt.”

Voedsel is politiek, zegt u. Hoe is het om nu over voeding te praten in de Verenigde Staten?

„Het is moeilijk om nu iets te bereiken. Trump draait nu Obama’s gezondere schoollunches terug – alleen maar om te dwarsbomen wat hij voor elkaar kreeg.”

Maar wat doet u, als activist, om niet alleen voor eigen parochie te preken?

„We proberen de andere kant niet te demoniseren, we zoeken naar overeenkomsten. Bij psychedelica lukt dat wonderwel. Je zou denken: links is voor legalisering, rechts voor de war on drugs. Maar er blijkt veel steun uit die hoek te komen, omdat je met lsd bijvoorbeeld veteranen met posttraumatische stress kunt helpen. Grote sponsoren van Trump, zoals Rebekah Mercer en Peter Thiel (PayPal), financieren het onderzoek. Zo komen we vooruit.

„Bij voeding is dat moeilijker. Republikeinen zijn sterk gebonden aan de conventionele voedingsindustrie. De industrie heeft invloed in landbouwcommissies, in het congres. Er zijn sterke banden tussen de overheid en multinationals als Cargill, Monsanto en Coca-Cola – de kopers van bulkproducten als maïs en soja.”

Is er de laatste tien jaar iets verbeterd?

Lees ook de boekrecensie van How to Change Your Mind: En toen was er LSD

„Minder dan ik had gehoopt. De grootste veranderingen zijn bewerkstelligd door consumenten. Die zijn veel kritischer over dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden en bereid meer te betalen voor beter vlees. Ze maken zich zorgen over chemicaliën en antibiotica. Er is een groeiende groep die zich afkeert van industriële productie en helpt die alternatieve economie op te bouwen. Dat deel van de landbouweconomie is in de VS nu 15 à 16 miljard dollar [13,3 à 14,2 miljard euro] waard.”

Er is een groeiende groep die zich afkeert van industriële productie en helpt die alternatieve economie op te bouwen

Tegenover?

„Tja. Een biljoen. Maar het was niets. En het heeft meer invloed dan wat dan ook. De voedselreuzen kijken naar die alternatieve economie en proberen die te imiteren. Hoe gefrustreerd ik ook ben over de politiek, ik zie nu hoe machtig de consument is. De achilleshiel van iedere multinational is zijn merk. Ze doen alles om hun merk te beschermen. Neem de Coalition of the Immokalee Workers in Florida, opgericht om de omstandigheden van tomatenplukkers te verbeteren. Ze begonnen met stakingen, demonstraties. Niets veranderde, tot ze de deur in de kasteelmuur ontdekten: het merk. Bedrijven als McDonald’s werden geassocieerd met die afschuwelijke praktijken en dwongen hun leveranciers tot verbeteringen. Corporate shaming werkt.”

De voedselbeweging moet zich bemoeien met andere problemen, schreef u toen Trump gekozen was.

„De voedselbeweging begon als een wat elitaire beweging van mensen die zelf beter wilden eten. Maar het inzicht groeit dat er meer problemen zijn. Als je in Amerika weinig geld hebt, ben je veroordeeld tot ongezonde voeding. Je koopt van je weinige geld zoveel mogelijk calorieën, bewerkt voedsel is goedkoper dan verse groente. Het is dus niet genoeg om te zeggen: stem met je vork. Er zijn te veel mensen die zich dat niet kunnen veroorloven.

U pleit voor kleinschalige, lokale landbouw. Hoe gaan we daarmee in 2050 10 miljard mensen voeden, waarvan 68 procent stedelingen?

„Realiseer je ten eerste dat 75 procent van al het eten op de wereld nu door kleine boeren wordt geproduceerd. Het idee dat geïndustrialiseerde landbouw iedereen voedt, is niet waar, niet nu. Dat zouden ze wel willen. Er zitten bezwaren, maar ook voordelen aan kleinschalige landbouw. Meer autonomie voor boeren. Risicospreiding door diversificatie in gewassen. Een gezondere bodem die meer CO2 opslaat. Ja, het moet efficiënter en duurzamer, maar zonder naar het Amerikaanse model van megaboerderijen te gaan. Wie zegt dat dát werkt in Afrika?”

Pollan zucht even. „Wij vonden het na de Tweede Wereldoorlog een goed idee om mensen van de boerderij naar fabrieken te brengen, om met weinig arbeidskrachten en veel chemicaliën en machines heel veel calorieën te produceren. Ik weet niet of je dat overal moet willen. Hoe moeten de steden al die mensen van het platteland opvangen? En nu we de effecten van klimaatverandering zien, blijkt monocultuur een broos systeem. Heel productief, maar alleen als je alle variabelen onder controle hebt. Orkanen, droogte, overstromingen: daartegen zijn gemengde bedrijven veel beter bestand dan boeren die van één gewas afhankelijk zijn. Het is dus niet zo zeker dat grootschalige hoogefficiënte landbouw de beste oplossing is. We moeten nieuwe modellen ontwikkelen.”

Wij vonden het na de Tweede Wereldoorlog een goed idee om mensen van de boerderij naar fabrieken te brengen

Dan uw pleidooi om lokaal te eten. Als Nederland lokaal moet eten, eten we acht maanden per jaar kool.

„Ja, ik heb geluk dat ik in Californië woon! Ik ben niet tegen handel, maar waarom kopen Amerikanen koekjes uit Finland en Finnen koekjes uit Amerika? We moeten onze recepten delen! Er is geen simpele oplossing, ik denk alleen dat het model dat we nu hebben alleen ontwikkelde landen voedt, op een manier die onze gezondheid en de aarde verwoest. Dit systeem opschalen zonder de problemen aan te pakken is de ultieme gekheid. Wat als dát mislukt? Wat als we nog maar zes soorten maïs en drie soorten rijst hebben en er ziektes uitbreken?”

Dus dat zegt u tegen mensen die u een romanticus noemen?

„Ja. Laat ze maar. We hebben idealen nodig. Mijn ideaal is dat iedereen gezond eten kan betalen, vers, niet al te bewerkt.”

Over voedingswetenschap bent u zeer kritisch. Veel mensen wantrouwen inmiddels álle wetenschap, ook onderzoek naar klimaatverandering.

„Onderzoek dat helpt blauwe M&M’s te maken is anders dan onderzoek naar klimaatverandering. Om te beginnen moet je weten of het onafhankelijk is. Je wordt doodgegooid met ‘ontdekkingen’ van wetenschappers die betaald worden door de industrie, soms zelfs zonder dat het vermeld wordt. Maar maakt dat klimaatonderzoek ook verdacht? Ik zou niet weten welk bedrijf er belang bij heeft of het kan betalen om wetenschappers klimaatverandering aan te laten tonen.”

Hebt u het wantrouwen niet aangewakkerd door zo te hameren op corrupte wetenschap?

„Ik was kritisch op voedingswetenschap omdat die meestal door de industrie betaald wordt én omdat simpelweg nauwelijks te bewijzen is welke voeding en voedingsstoffen gezond zijn.”

Er is een groep consumenten die voeding op geen enkele manier meer vertrouwt. Mede door uw ‘regel’ om bewerkt voedsel zo veel mogelijk te vermijden.

„Ik probeer de eter handvatten te geven. Ik zeg eigenlijk alleen maar: negeer de gezondheidsclaims, je cultuur heeft je waarschijnlijk meer te vertellen. Ik citeer een joodse grootmoeder, die zei: hoe witter het brood, des te eerder ben je dood.”

Hebben we nog een cultuur om op terug te vallen? Wat als je grootmoeder dol is op pakjes en zakjes?

„Als dat jouw grootmoeder is, moet je een andere zoeken. Met de regel ‘eet alleen wat je grootmoeder zou herkennen als voedsel’ bedoelde ik vooral: hoe bewerkter het product, hoe problematischer.”

Fabrikanten ontdoen hun producten van kunstmatige toevoegingen, omdat de consument vraagt om ‘clean labels’. Noemt u het dan nog bewerkt voedsel?

„Dat bedoel ik. Dat is een reactie op de voedselbeweging. Ik schreef tien jaar geleden: koop geen eten met ingrediënten die een achtjarige niet kan uitspreken. Ik vind het bemoedigend dat dat is opgepikt. En dat we nu fastfoodketens hebben die salades verkopen. Ik moet terugkomen op mijn totale veroordeling van alle fast food, er is steeds meer healthy fast casual food. De Mexicaanse keten Chipotle maakt alles vers, gebruikt diervriendelijk geproduceerd vlees, steunt kleine boeren…”

Wordt u betaald door Chipotle?

„Haha, nee, ik houd vast aan mijn principe van niet-financiële betrokkenheid. En ik zeg erbij: de porties zijn nog steeds krankzinnig groot, maar het is beter dan McDonald’s ,en zelfs McDonald’s beweegt.”

Het klimaat overheerst het voedseldebat. Had u geen boek moeten schrijven waarin u oproept te stoppen met vlees eten?

„Mensen willen dat niet horen, helemaal geen vlees is voor echte liefhebbers onvoorstelbaar. En ik weet niet hoor, wordt het geen saai boek? Ik voel een verantwoordelijkheid als voorvechter van de voedselbeweging, maar mijn schrijfwerk is ook een persoonlijke reis waarin ik de lezer wil meenemen. Ik schreef over psychedelica omdat ik er zélf meer over wilde weten, op dit punt in mijn leven.”

Heeft het met uw leeftijd te maken dat u nu meer naar binnen kijkt?

„Als je ouder wordt kom je nieuwe thema’s tegen. Voeding speelt een grote rol als je jonge kinderen hebt. Veel van mijn werk werd gestimuleerd doordat ik thuis een moeilijke eter had. Nu word ik geconfronteerd met sterfelijkheid, met de dood – dat verandert je blik. Toen ik over voeding begon te schrijven had ik het thema bijna voor mezelf, wat een heerlijk gevoel was. Nu zijn er zo veel goede voedselschrijvers.”

Maar mensen luisteren naar u. Moet dat klimaatboek er niet nog komen?

„Je lijkt mijn agent wel. Die zei: ‘Je moet een dun, angstaanjagend boek schrijven over voeding en klimaatverandering!’. Ik zei: ik doe niet aan angstaanjagend! Er is heel veel aan de hand om heel bang van te worden, ik ben absoluut bang. Maar van nature ben ik een optimist en hoop is belangrijk. Ik wil boeken schrijven die hoop geven.”