Andreas Terlaak

‘Ik ben niet bezig met de vraag of ons land onderloopt’

Peter Kuipers Munneke | Weerman Weerman Peter Kuipers Munneke onderzoekt als wetenschapper ook het smeltwater op Antarctica. Hij probeert neutraal te blijven in de klimaatdiscussie.

Tijdens de lunch zitten alle medewerkers van de nieuwsrubrieken van de NOS in het restaurant van het omroepgebouw, binnen. Peter Kuipers Munneke gaat liever naar het terras. Warm is het niet op de laatste dag van oktober, maar de zon maakt veel goed. „Super lekker. Het is twaalf graden, maar als ik zou zeggen dat het zestien graden is, zou je het misschien ook geloven.” Lachend eet hij zijn broodje.

Sinds ruim vijf jaar is Peter Kuipers Munneke (38) jaar een van de vaste weerpresentatoren bij de NOS. De gepromoveerde meteoroloog presenteert het weer op radio, televisie en internet, samen met drie collega’s. Daarnaast heeft hij een baan als polair onderzoeker bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek in Utrecht.

Het is zijn ambitie zonder vooringenomenheid zijn werk te doen – wat niet door iedereen op waarde wordt geschat. „Ik vind mezelf redelijk neutraal in de wetenschappelijke discussie staan, maar ik weet zeker dat er mensen zijn die zeggen: die man harkt bij de universiteit z’n centen bij elkaar door interessant te doen over Antarctica en hij werkt óók nog eens bij de staatsomroep waar hij zijn klimaatleugens kan verspreiden.”

Hij weet niet goed wat hij daaraan moet doen, zegt hij. „Dat de mens de opwarming van de aarde veroorzaakt, is een strong case. Maar ik kan het mensen die minder weten over het klimaat dan ik niet kwalijk nemen dat ze twijfelen. Daar komt bij dat de klimaatverandering mondiaal gezien overduidelijk is, maar dat op lokale schaal de variaties in het weer veel groter zijn. Daardoor lijkt de casus veel minder sterk.”

Knoeperd van een hogedrukgebied

De weersverwachting wacht, Kuipers Munneke wandelt de trappen op naar de redactie van het journaal. Hij vertelt dat de extreem droge en warme zomer saai is geweest. „Ik heb kunst- en vliegwerk moeten uithalen om de weersverwachting interessant te houden. Steeds ging ik op zoek naar een bijzonder nieuwtje of een haakje waar je het verhaal aan kunt ophangen.” Aan het buitenland had hij ook niet veel. „Overal waar Nederlanders waren, was het mooi en droog weer.”

Er is een vast bureau voor de weerpresentator van dienst, naast de presentator van het achtuurjournaal, vandaag Annechien Steenhuizen. Kuipers Munneke raadpleegt wat meteorologische cijfers en heeft binnen enkele minuten een indruk van wat Nederland te wachten staat. „Het wordt best mooi, zacht weer de komende dagen.” Hij maakt de weersverwachting in z’n eentje. Wat hij tijdens de uitzendingen precies zegt, moet een „doorsnee NOS-publiek” aanspreken. „Popiejopietaal is niet nodig.” Maar als hij de aandacht wil, wijst hij de kijker wel graag op „een knoeperd” van een hogedrukgebied. Dat zijn woorden om uit „het keurslijf” te breken. „Ik ben de enige zonder autocue. Ik doe het weerbericht uit het hoofd. Ik kan knoeperd zeggen.”

Het presenteren van het weer gaat hem ogenschijnlijk gemakkelijk af, maar af en toe gaat er toch iets fout. „Ik heb zondag in een zinnetje gewaarschuwd voor de kans op een beetje regen in het oosten. Terwijl ik wist dat die kans vooral in de middag zou zijn. Na afloop denk je: shit. Er zijn mensen voor wie dat relevant is, mensen die besluiten ’s ochtends toch maar niet in de Limburgse heuvels te gaan wandelen. En er is geen manier om het goed te maken.”

Ik ben de enige zonder autocue. Ik doe het weerbericht uit het hoofd

Toch reageert vrijwel geen enkele kijker. „Ik heb zelden een mail gehad van mensen die zeiden dat ik er enorm naast zat met de weersverwachting.” Wat een groot contrast vormt met het aantal reacties op uiterlijkheden. „Ooit had ik nieuwe schoenen met een lage uitsnede, waardoor mijn sokken te zien waren, rood met witte stippeltjes. Daar kreeg ik zó veel reacties op. Dat is een gek onderdeel van m’n werk. Ik moet me ineens druk maken om hemd-das-combinaties. Terwijl ik een fleecetrui ook best lekker vind zitten.”

Hij werkte al jaren met plezier als universitair onderzoeker, vertelt hij enige tijd later op zijn andere werkplek, aan de rand van Utrecht. Maar, zegt hij, er is in de wereld meer dan hopen op een academische baan voor het leven. „Dus toen ik de vacature zag voor weerpresentator dacht ik: waarom niet. De primaire reden was niet dat ik nou eens lekker met mijn hoofd op televisie wilde. Ik wil verklaren, uitleggen. Op de universiteit ben je elf maanden aan het analyseren en in drie weken schrijf je een paper. Die verhouding was niet bevredigend. Ik wil een duidelijk verhaal vertellen. Aan veel mensen. Een wetenschappelijk artikel van mij is in vijf jaar tijd wereldwijd door misschien driehonderd mensen gelezen. Dat zijn niet de aantallen die naar het journaal kijken. Ik vind dat laatste bevredigend – zoals een musicus liever voor een volle dan een lege zaal speelt.”

En zo belandde de natuurkundige in de huiskamer van miljoenen Nederlanders. Niet zonder trots vertelt hij dat op een regenachtige donderdagavond gerust meer dan twee miljoen mensen naar zijn weerbericht kijken, anderhalf keer meer dan naar het begin van het journaal. „Bij het weerbericht zit de top. Mensen willen de duiding van het weer even meepikken. Het is het uitstellen van het wegzappen waard.”

Zelfrijdende auto’s

Hij wandelt over een lange gang, schiet een ruime keuken in, zet thee en showt het uitzicht over de bossen van Amelisweerd. De plannen voor het verbreden van de snelweg ernaast liggen klaar, een miljardenoperatie waartegen veel verzet is. Voorzichtig zegt Kuipers Munneke dat hij begrip kan opbrengen voor de tegenstanders als ze zeggen dat over vijftig jaar zo’n weg overbodig is. „Zo veel ruimte hebben zelfrijdende auto’s niet nodig.”

Zelf is hij ruim een jaar geleden begonnen zijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Hij verplaatst zich bij voorkeur met een elektrische fiets. „Heerlijk. Ik ga om kwart over acht weg van huis en weet dat ik om twee minuten voor negen op de universiteit ben.” Verder reist hij vooral met trein en bus en koopt binnenkort voor de resterende autokilometers een elektrische auto. Vliegen doet hij zo min mogelijk. Op het dak van zijn huis liggen zonnepanelen. En hij is „min of meer” gestopt met vlees. „Dat scheelt een paar honderd kilo CO2 per jaar. Maar ik ben geen principieel vegetariër. Ik heb met vrienden een barbecueclub en ik vind het superleuk en lekker om twee keer per jaar heel dikke stukken rundvlees op de barbecue te leggen.”

Representatief voor de gemiddelde klimaatwetenschapper is zijn gedrag niet. „De meesten zijn niet zo groen. Er wordt bizar veel gevlogen naar conferenties! De gemiddelde klimaatwetenschapper heeft een veel grotere carbon footprint dan de gemiddelde Nederlander.”

De gemiddelde klimaatwetenschapper heeft een veel grotere carbon footprint dan de gemiddelde Nederlander

In zijn wetenschappelijke werk onderzoekt Kuipers Munneke hoe de ijskappen op Groenland en Antarctica bijdragen aan het tempo van de stijging van de zeespiegel. Hij speurt naar de interactie tussen de ijskappen en de atmosfeer. Gaat na hoe veranderingen in de atmosfeer de samenstelling van de sneeuwlaag wijzigen en hoe dat zorgt voor het afstromen van het water naar zee. „Ik ben op dit moment aan het uitvogelen hoeveel smeltwater er jaarlijks op Antarctica precies ontstaat.” Dat is duivels lastig. „Er zijn satellieten en veldmetingen. Die laatste vertellen je heel veel over één plek. Maar hoe het een kilometer verderop is, weet je niet. Bij satellieten weet je weer niet wat ze precies meten. De uitdaging is om die data aan elkaar te knopen; het interpreteren van veldmetingen om betekenis te kunnen geven aan metingen van vliegtuigen of satellieten. Dáár gaat dit vakgebied over.”

Hij vouwt een kaart van Antarctica open. „Wat ik weleens moeilijk vind, is dat er bij klimaatonderzoek altijd een grote verwachting bestaat over de implicaties. Het lijkt me heerlijk als sterrenkundige een nieuwe planeet te ontdekken die tegen de wijzers van de klok in beweegt, ik zeg maar wat. Zo iemand heeft meer vrijheid dan klimaatonderzoekers. Als ik zeg dat mijn model suggereert dat er zo veel vierkante kilometer ijs gaat afbreken bij twee graden opwarming, wordt er onmiddellijk verwezen naar het klimaatakkoord in Parijs en naar de politiek.”

Hij denkt even na en zegt: „Kijk, de wetenschap heeft ons veel vooruitgang gebracht en het is dus wel begrijpelijk dat de samenleving er grote verwachtingen van heeft, maar vaak is de toepasbaarheid gewoon een bijproduct van de vervulling van de nieuwsgierigheid van de individuele onderzoekers. Dat vind ik eigenlijk wel grappig. Zo is het ook bij mij. Ik praat over ijsmechanica op een congres over Antarctica, zonder bezig te zijn met de vraag of ons land onderloopt.”

Lees ook: Het ijs op Antarctica smelt steeds sneller

Maaltijdsalade in een bakje

Showtime! Peter Kuipers Munneke zit in de kleedkamer van de grootste muziekzaal van Tilburg, voor een van de optredens die hij sinds begin dit jaar samen met pianist Ralph van Raat geeft over de poolgebieden. Hij komt uit een gezin dat niet bang is voor een podium. Zijn zus speelt trompet in een big band, zijn moeder zingt in koren en zijn vader is kerkorganist. „Dan moet je elke zondag met de billen bloot.” Als kind heeft hij wel eens een stukje mogen spelen bij het uitgaan van de kerk. Toch is dit enger. „Je staat hier heel naakt. De eerste keer ben ik tien keer dood gegaan.”

Het tijdstip van aanvang nadert. Een beetje sip meldt hij dat voor het eerst een zaal niet is uitverkocht. „Maar dat komt ook doordat dit zo’n grote zaal is. Er kunnen zevenhonderd man in!” Uit een bakje schraapt hij een maaltijdsalade. „Wie in Nederland voor een zaal optreedt, moet gewoon z’n eigen boontjes doppen.” Hij kende verhalen van artiesten die eisen dat er alleen blauwe snoepjes in de kleedkamer mogen liggen. „Ik ben geen popster, maar ik had wel verwacht dat er een warme maaltijd klaar zou staan.” Ralph van Raat had hem niet ingelicht. „Die doet dit al twintig jaar. Hij eet voor een concert altijd drie bananen. Dat is zijn ritueel.”

Ik ben geen popster, maar ik had wel verwacht dat er een warme maaltijd klaar zou staan

In de voorstelling vertelt Kuipers Munneke over zijn eerste reis naar de poolgebieden veertien jaar geleden, het moment dat hij op Spitsbergen, op een windstille voorjaarsdag, zijn sneeuwscooter op een gletsjer tot stilstand bracht. „Het enige wat ik nog kon horen waren mijn voetstappen in de sneeuw. Dat was het moment waarop ik door het poolvirus werd gegrepen.” Pianist Ralph van Raat speelt Des pas sur la neige, van Debussy.

Kuipers Munneke beschrijft zijn eerste veldonderzoek van vier weken op Antarctica, „een continent van extremen”, waarin het landschap „een aanval op je zintuigen” vormt. „Alles komt extreem versterkt binnen.” Het onwaarschijnlijk felle licht. De adembenemende stilte die maakt dat je het ruisen van het bloed in je oren kan horen. De angstaanjagende herrie tijdens een storm. De kou. Maar ook het merkwaardige gevoel van warmte. „Zodra de zon schijnt, voelt het extreem warm aan. Je wordt als het ware twee keer beschenen door de zon; van boven en via weerkaatsing door de sneeuw.”

Aan het einde van de voorstelling brengt hij de klimaatverandering ter sprake. „De hoeveelheid zeeijs op de Noordpool is de afgelopen 35 jaar met bijna 70 procent afgenomen.”

Melancholie

Hoe komt het dat hij zich zo hevig is gaan interesseren voor de meteorologie en de poolgebieden? „Het is een lange zoektocht geweest”, vertelt hij. „Ik wist op m’n achtste echt niet dat ik weerman en klimaatonderzoeker wilde worden. Het enige wat ik me kan herinneren, is dat als iemand vroeg naar mijn lievelingsboek ik de atlas noemde.” Zijn enthousiasme over de polen komt niet voort uit een voorliefde voor sneeuw of kou. „Ik ben met mijn ouders nog nooit naar de sneeuw geweest. We gingen niet op wintersport.” Nee, zegt hij, het is eerder de „melancholie” van een „afgesloten, eenzame wereld” die hem trekt. Hij lacht. „Ik had ook woestijnexpert kunnen worden.”