‘Hockey was in 1998 nog niet zo’n powersport’

Roelant Oltmans

De Nederlandse hockeyers werden voor het laatst wereldkampioen in 1998. Roelant Oltmans was destijds de coach van Oranje, NRC-redacteur Rogier van ’t Hek reservespeler. Een gesprek over internationaal hockey toen en nu.

Nederland, wereldkampioen in Utrecht, 1998. Helemaal rechts Maurits Hendriks (met pet), direct schuin boven hem Rogier van 't Hek. Bovenste rij, tweede vanaf links Roelant Oltmans.
Nederland, wereldkampioen in Utrecht, 1998. Helemaal rechts Maurits Hendriks (met pet), direct schuin boven hem Rogier van 't Hek. Bovenste rij, tweede vanaf links Roelant Oltmans. Foto Bas Czerwinski

Zijn haar is dunner, de groeven in zijn gezicht iets dieper. Verder is Roelant Oltmans weinig veranderd in de twintig jaar sinds we samen de wereldtitel veroverden in De Galgenwaard in Utrecht. Hij haalde mij, als verdediger, vlak voor het toernooi bij de selectie vanwege een blessure van Sander van Heeswijk, een middenvelder. We ontmoeten elkaar in Bhubaneswar in hotel Swosti Primium, waar Oltmans tijdens het WK in India verbleef met Maleisië. De ploeg is al een week uitgespeeld maar vliegt pas deze vrijdag terug naar Kuala Lumpur. Met het hotel van de Maleisische ploeg is weinig mis, maar voordat we plaatsnemen in de luxe lobbyfauteuils, sluipt Oltmans naar zijn kamer om even later terug te komen met twee zelfgezette Nespresso’s. Het is de ochtend na de kwartfinale tussen Nederland en India.

Heb je van de wedstrijd genoten gisteren?

„De sfeer was natuurlijk super. In de wedstrijd vond ik dat er heel veel dingen niet goed gingen, aan beide kanten. Nederland trok in de tweede helft het spel wel naar zich toe en heeft ook terecht gewonnen.”

Waardoor ze nog altijd in de race zijn om ‘ons’ op te volgen. Word jij hier vaak herinnerd aan het WK van 1998?

„In het stadion hangen foto’s van alle kampioensteams in de gang naar de kleedkamer. Dus daar hangen wij ook tussen. En er zijn toch ook veel mensen die het er met me over willen hebben.”

Hoe kijk jij terug op dat toernooi?

„Het was geweldig vanaf de eerste dag. Maar ik moet ook meteen denken aan de 5-1 nederlaag tegen Duitsland, hoe we daarna de boel herpakt hebben en hoe we in de finale, mentaal ijzersterk, vlak voor het laatste fluitsignaal alsnog de wereldtitel binnensleepten.”

Die 5-1 kan ik me goed herinneren. Daarna zijn we, om de zinnen te verzetten, toch gaan varen in Amsterdam, waarna Freek de Jonge in het De L’Europe een privé-conference gaf?

„Nee, dat was daarvoor. We zijn die avond naar Bu Cats [voormalig café in Utrecht] gegaan voor een barbecue met familie, het was vaderdag. Ik was als coach natuurlijk redelijk van slag, ik vroeg me af of we dat wel konden maken. Het heeft goed uitgepakt, maar de volgende dag kreeg ik natuurlijk de kranten onder ogen.” Hij lacht.

Laat me raden: met kritische uitspraken van Jacques Brinkman?

„En van Ronald Jansen. We hadden natuurlijk wel een aantal karakters in dat team zitten. Hun uitspraken waren hard en duidelijk, maar ook terecht. Belangrijk is, hoe ga je daar als coach mee om? Toen ik die kranten had gelezen, heb ik met de twee heren wel even een gesprekje gevoerd. Maar scherpe kantjes horen bij een team, die moet je juist niet weghalen. Ze zijn nodig om elkaar te stuwen naar het niveau dat nodig is om te pieken.”

Internationals laten zich tegenwoordig in de media niet meer kritisch uit over hun coach of ploeggenoten.

„Tegenwoordig wordt ons al heel jong geleerd niet meer zo met elkaar om te gaan. De onderlinge acceptatie is minder geworden, dat maakt het moeilijk. Maar nu heb je te maken met sociale media, waar iedereen van buiten het team zijn mening ventileert. En daar zit weer een hoop onzin tussen.”

Dit WK werd ook van Duitsland verloren, met 4-1. Het is niet de enige parallel met 1998. Ook wij speelden tegen Australië in de halve finale en zij waren toen óók favoriet.

„Meer dan nu. Het werd 6-2, hè. We maakten toen optimaal gebruik van de ruimtes die Australië liet.”

Tijdens de finale tegen Spanje had ik de beste zitplaats. Van dat duel herinner ik me vooral de ietwat doodse sfeer in het stadion, zeker toen we in de tweede helft 2-0 achter kwamen. Het publiek ging er niet echt achter staan. Pas toen Stephan Veen scoorde, kwamen ze tot leven.

„Dat was twaalf minuten voor tijd. Ik heb toen ook nog met gebaren duidelijk gemaakt dat we ze nodig hadden.”

Bijzonder was dat we in de slotfase van het toernooi nog maar vijftien spelers over hadden, omdat Leo Klein Gebbink naar huis was gegaan vanwege familie-omstandigheden. We wisselden ook nauwelijks door.

„Niet zoveel als nu. Die regel was er toen ook pas een jaar of drie. De Duitsers waren er bijvoorbeeld al verder mee dan wij. De kern van ons team was toen natuurlijk gewoon goed, en hockey was toen nog niet zo’n powersport.”

Jij hebt tijdens de halve finale en de finale nooit gedacht: wat moet ik met die Van ’t Hek? Je had ook aanvaller Marten Eikelboom als vervanger van Van Heeswijk kunnen oproepen.

„Nee, ik heb dat nooit gedacht. Omdat ik uitging van een uitgebalanceerd team. Als een van de andere verdedigers geblesseerd was geraakt, had ik zonder verdediger gezeten.”

Ronald Jansen (links) met de Wereldbeker, rechts van hem Erik Jazet. Foto Bas Czerwinski

Lees ook dit interview met bondscoach Max Caldas: ‘Hier zijn mijn schouders, het komt wel goed’

Max Caldas stelt dat de wereldtop in 1998 smaller was. Heeft hij een punt?

„Je had toen vijf ploegen die wereldkampioen konden, nu zijn het er zes. Als Max bedoelt dat je tegenwoordig wat minder makkelijk wint van de nummer zeven tot en met vijftien, denk ik dat hij iets gelijk heeft. De middengroep zit dichter bij elkaar, maar we moeten het niet groter maken dan het is. ”

Waarom is het Nederland nooit meer gelukt om wereldkampioen te worden? Je bent zelf in 2006 nog een keer zevende geworden.

„In Mönchengladbach, ja. Terwijl ik toen een ploeg had die kampioen had kunnen en misschien wel moeten worden. We hadden net daarvoor een Champions Trophy gewonnen waar alle toplanden aan meededen, en speelden vlak voor het toernooi Australië nog compleet van de mat. En in de eerste wedstrijd ging het mis.”

En in Nederland zagen we dat, zoals altijd, als een incident. Maar is er niet structureel iets mis?

„We roepen dan altijd van alles over generaties, en mentaliteit. Het team van ’98 had gewoon een paar van die spelers die de boel op scherp zetten, en die had ik in ieder geval niet in de groep die ik in 2006 had. Dat durf ik wel te zeggen.”

Die heeft het huidige Oranje ook niet?

„Dat kan wel eens net het puntje zijn, ja.”

Het blijft een aandachtspunt voor de jeugdopleiding?

„We hebben lange tijd kleine, handige spelers geselecteerd. Daar is de bond al een tijd van afgestapt. Lars Balk valt bijvoorbeeld niet in die categorie, maar is wel een uitstekende international. Maar nogmaals: zodra je tegenwoordig ook maar iets buiten de lijntjes loopt, word je gecorrigeerd. Er zijn mensen die nog steeds een pesthekel aan Brinkman of Jansen hebben. Ja, ze namen geen blad voor de mond, maar ik wist precies wat ik aan ze had. En op het moment dat ze moesten presteren stonden ze er.”

Je noemde het al even: hockey is een powersport geworden. De performance trainer van het Nederlands team vertelde vol trots op hockey.nl dat in de eerste groepswedstrijd spelers sprints renden boven de dertig kilometer per uur.

„Van die dertig kilometer schrik ik niet, het is eerder normaal dan uitzonderlijk dat spelers zo hard lopen zonder bal. Het mooie aan het huidige hockey vind ik dat er zo veel zo snel achter elkaar gebeurt. Een scoringskans die gemist wordt aan de ene kant, en twee seconden later is de bal in de andere cirkel. Spelers zijn zo fit dat ze steeds weer achter de bal weten te komen, je moet ze soms drie keer voorbij. Er wordt ook steeds beter verdedigd over de grond, daarom is de bal tegenwoordig veel langer in de lucht, of het nou met een pass is of een dribbel.”

Ik vind het spel vaak erg onrustig.

„Dat begrijp ik, er is weinig controle. Spelers zijn heel gehaast, juist omdat ze weten dat er maar af en toe kleine gaatjes ontstaan. Er zijn weinig teams meer die vanuit dominant balbezit iets kunnen creëren. Nederland is er daar trouwens één van.”

Zal hockey alleen nog maar sneller worden?

„Dat hangt af van de wijsheid rond de regelgeving. Ik heb eens geopperd dat we de zeven wissels maar één keer mogen gebruiken. Dan zouden we een ander soort hockey krijgen. Met ruimte voor technisch vernuft, want dat mis ik wel. Een speler als Taco van den Honert, die mocht zijn techniek ook etaleren. Nu zou hij meteen worden vastgezet.”

Lees ook: Als Mink van der Weerden pusht, wordt het stil

Jij werkt nu in Maleisië. Toen ik las dat jij daarheen ging, dacht ik: waarom, Roelant? Ga toch lekker thuis zitten bij je vrouw.

„Nou, die komt gewoon af en toe naar Kuala Lumpur.”

Wat drijft jou op je 64ste?

„Ik ben vier jaar prestatiemanager geweest bij NOC*NSF, waar ik rustig tot mijn pensioen had kunnen blijven. Maar toen ik in 2013 India kwam, heb ik de keuze gemaakt voor het Aziatische hockey. Dat is zo afgegleden. Als ik mijn bijdrage zou kunnen leveren…”

Een zendeling?

„Ja, bijna wel.”

Maar wel een goedbetaalde?

„Geld is nooit een drijfveer geweest voor mij. Ik vind het leven in Azië ook mooi. De mensen zijn hier ongelooflijk gastvrij, behulpzaam. De zorg die ze voor elkaar hebben, vind ik heel bijzonder om te zien. In een restaurant komen mensen met een lach je bedienen. Als ik in Nederland ben, krijg ik weer zo’n chagrijnige serveerster. Dat valt me echt op.”

Zien we je nog een keer terug in Nederland?

„Ik heb weleens aangegeven dat ik bondscoach wil worden van Nederlands B [tot 16 jaar]. Een paar jaar met jonge spelers werken lijkt me prachtig.”

    • Rogier van 't Hek