Amateurboksers gaan de ring in: ‘heftig, maar waanzinnig gaaf’

Amateurboksers Een jaar snoeihard trainen om een paar minuten in de boksring te staan – onder amateurboksers is een wedstrijd vechten in de ring populair. „Ik heb tijdens de trainingen vaak gehuild en me afgevraagd: wat ben ik aan het doen?”

In de ene hoek van de boksring staat Hein ‘The Hammer’ Meurer, in de andere Friso ‘The Decider’ Horstmeier. De muziek staat hard, de sfeer is broeierig, toeschouwers staan op van hun stoel. Ze schreeuwen aanmoedigende teksten, vuisten gaan de lucht in. Daarbovenuit hoor je de presentatoren die de vechters aankondigen met hun ‘nicknames’. Voor aanvang van het gevecht schreeuwen ze: „Let’s get ready toooooooooooo rumble!” Dan klinkt de bel. „Fight!

We zijn bij een boksgala, in een grote loods in Halfweg (halverwege Amsterdam en Haarlem) nemen 26 boksers het in 13 partijen tegen elkaar op. Elke wedstrijd duurt drie keer anderhalve minuut, tenzij iemand knock-out gaat, dan is het duel meteen afgelopen.

Het lijkt een gewone bokswedstrijd, maar dat is het niet. Dit zijn amateurs, in het dagelijks leven werken ze als ondernemer, projectontwikkelaar, communicatiemedewerker of vermogensbeheerder. Ze zijn in hun sport een stap verder gegaan dan tegen een zak slaan op de sportschool, of bij de boksclub een potje sparren voor de lol. En het gebeurt steeds vaker; op sociale media komen gelikte posters voorbij van mensen die zich wagen aan een gevecht in de ring. Vaak voor een goed doel, ze vragen dan vrienden en kennissen om hen te sponsoren.

Waarom gaan ze de ring in? Het is „de ultieme persoonlijke uitdaging”, een „heftige maar waanzinnig gave ervaring” of het staat op hun bucketlist – „Dit wil ik één keer in mijn leven gedaan hebben.”

Dat soort dingen zegt ook IT-ondernemer Hein Meurer (40). We spreken hem twee dagen voordat hij de boksring in gaat. Dit wordt zijn eerste wedstrijd, de aanloop ernaartoe noemt hij „een fysieke en mentale reis”. Meurer heeft vier keer de marathon van New York gelopen. Dat was ook „een persoonlijke challenge”, zegt hij, „maar nu kwam ik mezelf veel meer tegen”. Wie niet snel genoeg reageert krijgt klappen. En ook als je niet meer kan, moet je doorgaan. Meurer: „Ik heb vaak genoeg in een hoekje zitten huilen en me afgevraagd: wat ben ik aan het doen?”

De eerste keer dat hij een leverstoot kreeg bijvoorbeeld. „Ik kromp ineen, lag als een foetus op de grond. Het enige wat je dan wil is naar bed. Maar je staat op omdat je weet: dit hoort erbij. Het is de beste les om je dekking op orde te krijgen.”

Roos van Garderen (25, ook IT’er), was vooral nieuwsgierig naar hoe het is om in de ring te staan. En ze had, zegt ze, „zin om de hele zomer een doel te hebben”. Van Garderen bokste afgelopen september een wedstrijd. Een jaar eerder maakte ze kennis met boksen, toen een collega vroeg of ze een keer meeging naar een training. „Ik merkte dat ik aanleg had. Na een maand ging ik van de beginnersgroep naar de gevorderden.” Ze werd snel fit en sterker, merkte ze, en ging vier keer per week trainen. „Boksen is niet een kwestie van rammen, wat mensen vaak denken. Het is heel tactisch, je moet je tegenstander goed lezen en daarop inspelen, dat vind ik het mooie aan de sport.”

Minimaal vier keer per week trainen

De amateurs nemen hun deelname serieus. Ze trainen fanatiek: minimaal vier, vijf keer per week. Als je een gezin hebt, heb je de steun van het thuisfront nodig, benadrukt Meurer. „Ik trainde in de avond. Daarvoor deed ik boodschappen, daarna kookte ik en dan ging ik weg. Daar moet je afspraken over hebben thuis. Mijn dochter kon ik op trainingsdagen niet in bed leggen, dat was een offer.”

Van Garderen dronk in juli haar laatste biertje. In de aanloop naar de wedstrijd heeft ze zes weken geen alcohol gedronken. „Vrienden zeiden: eentje kan toch wel? Maar het is alles of niets bij mij, dus dan maar even niets.” Ze lette ook op voeding, ze ging minder vet eten, nam een banaan en een gekookt ei voor het trainen, kwark erna en af en toe een proteïneshake. En op tijd naar bed.

Er zijn meer hindernissen dan veel trainen en op je eten letten. Mede door de spanning en de onvoorspelbaarheid van de tegenstander vergeten amateurboksers als ze eenmaal in de ring staan, vaak veel van wat ze hebben geleerd. Dat zegt Jens van Dongen, die dertien jaar geleden begon met kickboksen en sinds acht jaar trainer is. „Ze hebben zich uren, maanden in het zweet gewerkt en vergeten in de ring hun handschoenen hoog te houden.” Spanning, vermoeidheid en gebrek aan wedstrijdervaring.

Lees ook: In de hoek van bokslegende Bep van Klaveren

Aan het fanatisme ligt het in elk geval niet. Ook amateurs willen winnen. Van Garderen nam het op tegen een meisje dat acht kilo minder woog, dus qua gewicht was ze in het voordeel. „Maar mijn tegenstander was erg aanvallend.”

Begin september was het zo ver, Van Garderen liet haar haren strak invlechten (de typische boxing braids) en had een nickname: Riesen Rosa, ‘Riesen’ betekent ‘reus’ in het Duits.

Het werd gelijkspel. „Ik baalde, maar toch was het fucking vet. Ik voelde me heel sterk en zat vol adrenaline. Nu wil ik nog een keer, om te winnen.”

Daar zal haar moeder niet blij mee zijn, lacht ze. Die begreep niet waarom ze dit wilde doen en wilde aanvankelijk niet naar de wedstrijd komen. „Ze zei: ik ga toch niet toekijken hoe mijn dochter in elkaar wordt geslagen? Maar uiteindelijk kwam ze toch. Hein Meurer: „Mijn moeder wilde eerst ook niet komen, ze had naar Boxing Stars gekeken. En daar dragen ze nog een bokshelm.”

Hier bij het VHV Boksgala in Halfweg niet. Bokshandschoenen en een bitje, verder geen bescherming. Publiek is er des te meer. Ondernemers, makelaars, investeerders, een enkele oude bokslegende, in zijn nek zie je tatoeages verstopt onder een maatpak. Je ziet veel mannen in smoking, een handjevol vrouwen in glitterjurken, het haar volumineus geföhnd. Op de tafels staan champagnekoelers met ijs en flessen bubbels, wodka en bruiswater. Grote schalen met sushi. Kaarten voor vanavond kostten 150 tot 495 euro, de opbrengst gaat naar het goede doel: dit jaar de Depressie Vereniging.

Het eerste gevecht eindigt al in de eerste minuut: een knock-out. Het duurt even voordat de neergeslagen jongen weer opstaat, hij kijkt wazig uit zijn ogen, zijn trainers kieperen water over zijn gezicht. De twee vrouwen die daarna komen, hebben hun dekking niet op orde. Ze raken elkaar steeds in het gezicht, bij beiden loopt het bloed uit neus en mond, op de vloer van de ring liggen rode spetters.

‘Het was doodeng’

Dan is Meurer aan de beurt. Terwijl Jump Around van House of Pain hard uit de speakers klinkt, loopt hij de stalen trap af naar de zaal, de spotlight volgt hem, de toeschouwers juichen. 92 kilo (Meurer) versus 86 kilo (Horstmeier, ex-marinier), vertelt de presentator. En dan weer: „Fight!

Als Horstmeier in de tweede ronde voor de tweede keer acht tellen nodig heeft om bij te komen, is de wedstrijd beslist. Meurer houdt de enorme, goudkleurige bokaal boven zijn hoofd. In de kleedkamer, nog buiten adem: „Het was doodeng, maar heel gaaf. En het ging waanzinnig snel. Van de eerste ronde weet ik niets meer.”

Omdat boksgala’s in trek zijn bij amateursporters, wil trainer Van Dongen elk kwartaal een (kleinschalig) gala organiseren. In oktober opende hij in een loods in Amsterdam zijn eigen boksschool, Boogieland. Daar zullen aan het einde van de wedstrijd de handen van beide vechters omhoog gaan, zegt hij. „In mijn gym is het niet belangrijk wie de winnaar is. Beiden zijn de ring ingestapt en hebben zo veel overwonnen. Je doet het samen met je tegenstander. Zonder een goede tegenstander word je ook niet de beste versie van jezelf.”

Zou Hein Meurer het nog een keer doen? Meurer: „Nee, nooit meer.”