Recensie

Haitinks handwenken roepen werelden van warmte en klank op

Bernard Haitink Bij het Concertgebouworkest is deze week Bernard Haitink (89) te gast voor Bruckner. De eerste uitvoering was geconcentreerd en intens, maar net niet onaards.

Haitink bij het Concertgebouworkest: zodra hij op de bok zit, vallen er decennia van hem af.
Haitink bij het Concertgebouworkest: zodra hij op de bok zit, vallen er decennia van hem af. Foto Milagro Elstak

Negentig wordt hij volgend voorjaar, en daarmee is hoe dan ook elk concert van dirigent Bernard Haitink een evenement geworden. Dat gegeven zou ongemakkelijk zijn als de bulderovaties bij elke op- en afkomst alleen maar blijken van respect voor zijn leeftijd en verdiensten zouden zijn. Maar zodra Haitink op de bok zit vallen er decennia van hem af en besef je messcherp: dirigeren is een zeer wonderlijk vak – oneindig veel gecompliceerder dan noten vertaald in gebaren. Haitink op zijn zeer oude dag aan het werk horen en zien demonstreert dat, juist omdat minieme handwenken werelden van warmte en klank en emotie kunnen oproepen.

Zelfs voor het Concertgebouworkest, dat de symfonieën van Anton Bruckner koestert als een steunpilaar onder de 130-jarige speeltraditie, is diens relatief korte en ‘kekke’ (Bruckners woord) Zesde symfonie een van de stukken die je minder vaak hoort. Na ontstaan (1881) moest het stuk zelfs bijna aan halve eeuw wachten op de eerste Amsterdamse uitvoering (1930), en in de jaren daarna volgden er ‘slechts’ vijftig uitvoeringen (van de Zevende waren dat er 164).

Lees ook het interview met Haitink: ‘Een leven zonder dirigeren lijkt me vrij miserabel’

Zeker is de Zesde in omvang en diepte iets minder bevredigend is dan bijvoorbeeld de daaropvolgende Zevende, maar een prachtuitvoering met zinderende soli onderstreepte hier vooral de kwaliteiten: een kraakheldere, fluisterstille inzet van het Maestoso, ronkend vanuit de bassen optrekkend Scherzo en een Finale met crescendi die aan een monumentale zonsopgang deden denken. Maar met veel onrust in de zaal – herfsthoesters, ringtone, zingend gehoorapparaat – was de concentratie geladen, niet onaards – terwijl juist Haitink als geen ander zo’n hemelse intensiteit wel kan oproepen.

Mozarts voor de pauze in kleine bezetting gespeelde Pianoconcert nr. 23 was zowel programmatisch als klinkend een brave opmaat, met Mitsuko Uchida als een weinig sprankelende, meermaals struikelende soliste; jammer als je weet hoeveel jonge toppianisten smachten naar een Concertgebouw-debuut.

Haitink bedankte voor zijn ovationele slotapplaus met een triomfantelijk de lucht in priemende wandelstok. „We zien elkaar!”, leek de montere subtext: deze week is hij er nog twee keer, eind januari weer driemaal.

    • Mischa Spel