Geen duistere hoekjes meer

Oostlijn Het draaide niet alléén maar om de Noord/Zuidlijn de afgelopen jaren. De stations van de ‘oude’ metrolijnen 53 en 54 moesten na 40 jaar hoognodig worden opgeknapt.

Entree van het gerenoveerde metrostation aan de Wibautstraat, met glazen opbouw.
Entree van het gerenoveerde metrostation aan de Wibautstraat, met glazen opbouw. Foto DigiDaan

Binnen budget, en min of meer op tijd – kom er maar eens om bij metrobouw in Amsterdam. Afgelopen woensdag is gevierd dat de renovatie van de Oostlijn klaar is. Oké, de laatste ‘clusterwand’ met kaartautomaten is pas af in januari, maar alle ingangen zijn in ieder geval weer open.

Vijf ondergrondse en elf bovengrondse stations aan de lijnen 53 en 54 kregen de afgelopen tweeënhalf jaar een facelift, voor bijna 57 miljoen euro samen. Gemiddeld is dat zo’n 3,5 miljoen, maar de veranderingen zijn op het ene station ingrijpender geweest dan op het andere. Zo heeft het drukke Weesperplein extra trappen en liften gekregen.

Metrostation Van der Madeweg Foto DigiDaan

Brutalisme: veel beton

Rode lijn bij de opknapbeurt is dat alle stations meer licht en ruimte hebben gekregen, zegt architect Maarten van Bremen, van het Rotterdamse Group A Architecten dat het project leidde. Hoewel de metrolijn alweer veertig jaar geleden in gebruik werd genomen, is het oorspronkelijke ontwerp „best sterk” gebleken, vindt hij. „Het zijn gebouwen met emoties, die horen bij hun tijd.”

Verantwoordelijk daarvoor waren indertijd Ben Spängberg en Sier van Rhijn, van de gemeentelijke dienst Publieke Werken. Zij kozen voor het brutalisme, een bouwstijl met veel beton en hoekige vormen, en hun bemoeienis ging ver: tot en met de metrostellen, prullenmanden en asbakken op de stations. Een Gesamtkunstwerk, aldus Van Bremen.

Metrostation Spaklerweg Foto DigiDaan

Maar zoals asbakken in de metro alweer tot een ver verleden behoren, zo is er de voorbije jaren meer veranderd op de stations. Loketten raakten in onbruik, er kwamen SOS- en infopalen op perrons, folderrekken, krantenbakken. Met het verdwijnen van de strippenkaart veranderden de automaten, commercie en techniek stelden nieuwe eisen. „Die verrommeling moest eruit”, legt Van Bremen uit. „We wilden de sterke elementen van de stations behouden, en ze tegelijk opruimen, transparanter en overzichtelijker maken, beter georganiseerd.”

Metrostation Waterlooplein Foto DigiDaan

Dat is gebeurd. De paaltjes zijn uit de stations, vloeren zijn geschuurd, kapotte en verloren tegels vervangen door nieuwe. Muren zijn opengebroken om ruimte te maken, duistere nissen en hoeken weggewerkt. Beton is weggezaagd om daglicht naar binnen te halen, sommige entrees van ondergrondse stations kregen een transparante ombouw. Glazen liften hebben de gesloten metalen exemplaren vervangen. Er zijn nieuwe, ‘vriendelijker’ houten trapleuningen en zitjes gekomen.

Lees ook: alle metrostations krijgen ledschermen, ook de nu nog zo fraaie en ongerepte van de Noord/ZuidlijnNog even zonder reclame door de Noord/Zuidlijn

Rode en witte tegels

Ook de oude ‘lichtlijn’ is weg. In plaats van grote bakken die vanaf het plafond vloeren en trappen verlichten, is er nu indirecte verlichting – langs de wanden, geïntegreerd in buizen waarin ook omroep- en camerasystemen zitten. Clusteren, noemt Van Bremen dat. Dat zie je precies zo bij de entrees, waar info-functies en automaten in de wand bijeen zijn gebracht. Van Bremen: „Georganiseerd, overzichtelijk, veilig – zo voelen mensen zich prettig. Reizigers moeten makkelijk hun weg kunnen vinden.”

De wanden van de stations zijn ook opgefrist. De kunst is aangelicht, het beton schoongemaakt en van een antigraffiticoating voorzien. Omdat veel elementen zijn verdwenen die de Oostlijn herkenbaar maakten, zo vonden de architecten, besloten ze een beetje ‘identiteit’ toe te voegen: tegels. Ze lieten ze ontwerpen in wit en rood, inclusief een alfabet, waarmee ze tableaus konden maken met de stationsnamen.

De architecten besloten een beetje ‘identiteit’ toe te voegen: rode en witte tegels

Van Bremen vat de reacties op het resultaat samen: „Mensen vinden het inderdaad lichter, schoner, overzichtelijker. Alleen het plafond in de ondergrondse stations is nog een rotzooi, zeggen ze. We hadden het met stalen buisjes willen afdekken, maar dit verstoorde de telecomsignalen. Daar zouden we echt nog iets aan moeten doen.”

Zelf is hij tevreden met de vernieuwde Oostlijn. „Tachtig procent ervan zat al goed. Nu is deze vervoermachine weer helemaal bij de tijd.”

    • Hans Wammes