Emancipatie? Ja, maar snel gaat het niet

Arbeidsdeelname

Nederlandse vrouwen zijn langer gaan werken, waardoor hun economische zelfstandigheid stijgt. Vooral jongeren werken meer.

Illustratie J. Howard Miller, beeldbewerking studio NRC

Vrouwen zijn na de recente crisisjaren weer meer gaan werken. De gemiddelde arbeidsduur ging de afgelopen twee jaar van 28 naar 29 uur. Tijdens de crisisjaren na 2008 bleef de gemiddelde arbeidsduur gelijk, terwijl die bij mannen daalde.

Dit blijkt uit de deze vrijdag verschenen Emancipatiemonitor die elke twee jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal Cultureel Planbureau wordt gemaakt.

Vooral jongere vrouwen werken relatief veel, ook ten opzichte van eerdere generaties. Vrouwen die nu 37 jaar oud zijn, werken gemiddeld drie uur meer dan (nu) oudere vrouwen op die leeftijd deden. Net als vroeger werken vrouwen van 37 jaar minder dan toen zij 25 jaar waren – meestal door de komst van kinderen – maar dat verschil in uren is kleiner dan vroeger.

Dat vrouwen meer uren werken is ook terug te zien in de stijgende economische zelfstandigheid. Ruim 60 procent van de vrouwen blijkt vorig jaar zelf voldoende te verdienen om van te kunnen leven. In 2014 lag dat percentage nog op ruim 56 procent. De rest van de vrouwen heeft een uitkering of weinig of geen inkomen. Bij mannen is bijna 80 procent economisch zelfstandig en dat was in 2014 78.

De monitor constateert ook dat jonge vrouwen in 2017 meer verdienen dan mannen van die leeftijd. Dat is een gevolg van de gemiddeld hogere opleiding van jonge vrouwen. Rond de 35 jaar gaan mannen meer verdienen, omdat veel vrouwen op die leeftijd in deeltijd werken, wat vaak ook gevolgen heeft voor de carrière.

Lees ook: Vrouwen vragen wel om salarisverhoging, maar krijgen die gewoon niet

Lager uurloon

Gemiddeld ligt het uurloon van vrouwen lager. Bij de overheid is het verschil (8 procent) veel kleiner dan in het bedrijfsleven (19 procent). De verschillen in beloning zijn kleiner geworden. Dat verschil is onder meer te verklaren door verschillen in arbeidsduur en de hoeveelheid leidinggevende functies. Maar ook als hierin geen verschil zit, verdienen vrouwen nog altijd ruim 5 procent minder dan de mannelijke collega’s.

Met een gemiddelde loonkloof van 14 procent zit Nederland Europees gezien in de middenmoot. In Italië is er met 1 procent nauwelijks verschil zichtbaar, terwijl in Oostenrijk de gemiddelde man 22 procent beter wordt betaald. Op het gebied van deeltijdwerken is en blijft Nederland koploper in de Europese Unie. Bijna driekwart van de vrouwen werkt in deeltijd, terwijl dat gemiddeld in Europa ruim 30 procent is. Voor mannen in Nederland ligt het percentage deeltijdwerkers op 23. Dat is haast driemaal zoveel als het gemiddelde in Europa.

In vergelijking met 2015 zaten er in 2017 meer vrouwen in de top van het bedrijfsleven. In de raden van commissarissen is de participatie van vrouwen hoger dan in de directies. Onder de toezichthouders steeg het percentage van 15 naar 18, terwijl van de directieleden in 2017 15 procent een vrouw is. Dat was in 2015 nog 11 procent.

    • Erik van der Walle