‘Een droom opgeven is geen nederlaag’

Mislukken In een tijd waarin we onszelf helemaal kunnen vormgeven, voelt een mislukte carrièredroom al snel als persoonlijk falen.

Stephan van Velzen: „Ik leefde de droom die ik als kind had, intussen was ik diep ongelukkig.”
Stephan van Velzen: „Ik leefde de droom die ik als kind had, intussen was ik diep ongelukkig.” Foto Nick Somers

Alles lag binnen handbereik: een master in kinder- en jeugdpsychologie, een studie die haar gemakkelijk afging, een veelbelovende stage in de psychologie. Maar al snel waren daar de paniekaanvallen, gevolgd door depressies. „Ik besefte dat ik de zelfstandigheid waar dit vakgebied om vraagt, eigenlijk helemaal niet aankon”, zegt Ilena van Houwelingen (32). „Noodgedwongen moest ik mijn verplichte stageperiode vroegtijdig beëindigen. Het ergste was dat niet de omstandigheden de belemmering vormden, maar dat ik het zélf was.”

Ze maakte haar studie af, en werd vervolgens afgekeurd. In de jaren erna ontving ze een Wajong-uitkering en onderging ze intensieve therapie. Inmiddels is ze parttime klantmanager bij een middelgrote gemeente. Een baan die ver van haar oorspronkelijke ambities ligt, maar ze is blij dat ze überhaupt kan werken.

„Het was pijnlijk om te zien dat studiegenoten zich verder ontwikkelden, terwijl mijn loopbaan stilstond. Ik moest leren te accepteren dat er een verschil is tussen wat ik kan en wat ik aankan. Maar de wens om dat verschil op te heffen, zit nog steeds heel diep”, zegt Van Houwelingen.

Schaduwkant

Nog maar enkele generaties geleden was het onze afkomst en ons maatschappelijk milieu die bepaalden wie of wat we waren. De zoon van de metselaar werd metselaar, de zoon van de dorpsdokter nam de praktijk over. Kansen om je te ontwikkelen buiten de eigen sociale klasse waren uiterst beperkt.

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat: we kregen steeds meer de ruimte ons eigen levenspad te kiezen. Tegenwoordig kunnen we alles worden wat we maar willen.

Die keuzevrijheid heeft ook een schaduwkant. Want wat als het ons ondanks alle mogelijkheden niet lukt onze droomcarrière te verwezenlijken? Wat als we falen? De scherpe sociale kaders van toen boden in ieder geval rust.

Bovendien stagneert het vooruitgangsideaal, blijkt uit onderzoek van onder meer de Rijksuniversiteit Groningen. „Voor het eerst ontstaan generaties waarin ouders zien dat hun kinderen het niet beter doen dan zijzelf. Wat dat met ons mensbeeld gaat doen, valt nog te bezien”, zegt Mark van Ostaijen, bestuurssocioloog aan Tilburg University.

We leven in een tijd waarin iedereen altijd maar gepassioneerd en ambitieus moet zijn, terwijl lang niet iedereen daaraan kan voldoen. Dat is problematisch: „Als we onszelf helemaal kunnen vormgeven, ligt ook de verantwoordelijkheid om niet te falen uitsluitend bij onszelf. Waar vroegere, collectieve kaders een relativerende werking hadden, nemen we nu alle schuld op ons. Dat maakt falen in deze tijd zo tragisch.”

Ilena van Houwelingen: „Er is een verschil tussen wat ik kan en wat ik aankan.” Foto David van Dam

Voor Van Houwelingen zat die tragiek in de confrontatie met haar eigen draagkracht. Ze wilde meer dan ze aankon. „Onlangs ben ik van baan gewisseld en meer uren gaan werken, de reistijd is langer. En in januari ben ik moeder geworden. Dat allemaal bij elkaar brengt mij wederom uit evenwicht – een teleurstelling die ik opnieuw moeilijk kan verwerken.”

Ook Stephan van Velzen (33) lukte het niet om droom en praktijk te verenigen. „Op mijn negentiende werd ik aangenomen bij defensie, om opgeleid te worden tot commando bij de luchtmobiele brigade. De dag waarop ik mijn rode baret kreeg uitgereikt, was de meest trotse uit mijn leven. Maar terwijl ik werd klaargestoomd voor een missie in Uruzgan, voelde ik me mentaal steeds slechter.”

Hij werd gediagnosticeerd met een depressie. „Ik leefde de droom die ik als kind had, maar ondertussen was ik diep ongelukkig. Dat, in combinatie met de druk die ik voelde om mezelf te bewijzen, deed me besluiten ontslag te nemen.”

Om in het reine te komen met zijn schuldgevoelens tegenover collega’s, kreeg hij hulp van een psycholoog en een spiritueel coach. „Ik kwam erachter dat ik een vredelievend en gevoelig persoon ben. Dat past niet bij een beroep waarin je in staat moet zijn een medemens te doden. Toch zal het leger altijd iets speciaals voor mij betekenen. Het is de plek waar ik volwassen ben geworden.”

Inmiddels werkt Van Velzen als personal trainer. „Ik sport vaak in de duinen. Ik ben nog steeds graag fysiek bezig, ik houd van de buitenlucht. Ooit wil ik met een rugzak naar het noordelijkste dorpje van Noorwegen lopen. Die drang naar avontuur heb ik aan het leger overgehouden.”

Crisismomenten

Volgens Jaap van den Broek, arbeidspsycholoog bij Arbeids Psychologie Amsterdam, speelt acceptatie een cruciale rol wanneer je tegen de grenzen van je kunnen aanloopt. „Wanneer je in staat bent te aanvaarden wat je denkt en voelt over je werk, kun je vanuit die positie verder met je leven. En ja, dan kom je misschien tot de conclusie dat je bepaalde dromen beter op kunt geven, omdat ze niet bij je passen of te hoog gegrepen zijn.”

Dat is geen nederlaag, benadrukt Van den Broek, want niet al je levensgeluk hoeft in een loopbaan te zitten. „Het is niet verplicht om van je passie je beroep te maken. Liever niet zelfs – dan spreid je de risico’s tenminste.”

Een gevoel van mislukking is menselijk, maar betrekkelijk, vindt Van den Broek. „Het is bijna altijd een fase, een soort rouwproces. Iedere loopbaan kent een aantal crisismomenten, waarop we onszelf opnieuw moeten uitvinden. Het is zelfs raar als we die niet meemaken.”

Karin van der Maas (48) kwam tot diezelfde conclusie, al kostte het haar tijd dat in te zien. „Ik had een managementfunctie in de horeca en droomde van een eigen zaak. Tot twee keer toe kreeg ik de kans om dat waar te maken, in de vorm van een bedrijfsovername. Maar ik durfde de stap niet te zetten.”

Tot drie jaar geleden. Ze besloot dat het nu of nooit was en zette het proces in gang. Er lag een bedrijfsplan, de locatie was gevonden. Maar Van der Maas kampte ondertussen met rugklachten en liet een MRI-scan maken. „Vier versleten wervels: niets aan te doen. Zie dan maar eens een verzekering rond te krijgen – weg droom.”

Karin van der Maas: „Vier versleten wervels: niets aan te doen. Weg droom.” Foto Nick Somers

Het idee dat haar lichaam haar in de steek liet, vond ze vreselijk. Het maakte haar kwaad. „Uiteindelijk zocht ik daarom hulp bij een coach. Ik leerde dat het gevoel te falen vooral te maken had met de verwachtingen die ik van mijzelf had. Om dat beeld bij te stellen was een grote dosis zelfreflectie nodig.”

Ze heeft inmiddels zelf een coaching-praktijk en zegt veel voldoening te halen uit haar werk. „Het is fijn om mensen in soortgelijke situaties te helpen. Ik weet wat ze voelen. En om mijn passie voor de horeca toch een plek te geven, werk ik een paar uur per week in een café. Het is zeker niet de toekomst die ik voor ogen had, maar ik ben tevreden.”

Geluk is een toestand

We zijn misschien geneigd dat grote geluk na te streven, maar we moeten de waarde van tevredenheid niet onderschatten, zegt arbeidspsycholoog Van den Broek. Volgens hem is dat zelfs het hoogst haalbare doel. „Geluk is een toestand die je soms kunt ervaren, maar die je veel vaker krampachtig nastreeft. Je kunt het ook niet afdwingen.”

Wie tevreden is, geeft wat hij heeft – zonder eraan onderdoor te gaan. Je bent stabiel, dankbaar en redelijk trots op wat je hebt bereikt, zegt Van den Broek. „En mocht je niet tevreden zijn, dan is het noodzakelijk jezelf de vraag te stellen: wat zou ik willen veranderen en wat is reëel?”

Socioloog Van Ostaijen is het daarmee eens. „Er zijn allerlei sociale factoren die meespelen in het wel of niet slagen van een carrière”, zegt hij. „Voor een deel ben je gewoon afhankelijk van een samenloop van omstandigheden. We kunnen daarom onmogelijk alles op het individuele niveau blijven benaderen, vind ik. Dat is belangrijk om te bedenken, vooral voor mensen wier carrière op een teleurstelling uitloopt.”

    • Sofie Rozendaal