Opinie

    • Christiaan Weijts

Dode bomen

None

Echt, nep, kluit of kruis. Met de keuze voor een verantwoord kerstboompje kun je uren zoet zijn. Dit jaar gingen we er eentje uitgraven uit een kasteeltuin. Het zag er meteen al heel duurzaam uit, bij Duivenvoorde in Voorschoten. Spades in een regenton. Kruiwagens. Rieten manden. Jongens met rastahaar op legerkisten voor een houten schuurtje. Dolblije kinderen op laarzen flankeerden de kruiwagens met hun buit naar de parkeerplaats.

„Het is traditie,” zei een van de jongens, „om de boom na de kerst weer terug te komen plaatsen.”

Schitterend. Traditie en hergebruik, in één groots verband. Hangen we er een labeltje aan, dan kunnen we hem volgend kerst opnieuw uitgraven.

Als hij de zomerdroogte overleeft. Op de Veluwe ontvingen zeventig boombezitters een ‘overlijdensbericht’ van het Kerstbomenhotel, vertelt Joanne Zwart me, als ik haar bel. Vier jaar terug begon zij haar bomenverblijf bij Harderwijk, op een stukje grond van het duurzame buurtproject Rietmeen. „Tegen deze droogte viel niet op te gieten. Maar één derde van de 105 bomen heeft het gehaald. Om het persoonlijk te maken sturen we zo’n overlijdensberichtje. Onze eigen boom staat nu voor het vijfde jaar in huis. Ik zag laatst een fotootje van toen hij nog klein was. Het klinkt heel gek, maar dat voelt wel speciaal.”

Klinkt dat gek? Welbeschouwd is het pas echt van lotje dat we vruchtbare lappen grond reserveren om miljoenen bomen te beregenen, die er maar liefst tíen jaar over doen voor ze drie weekjes in huis mogen twinkelen en daarna eindigen op de stoep, op het bruine doodskleed van hun eigen naalden, afgetuigd.

Nee, dat nooit meer. De kinderen riepen me vanuit het sparrenveldje. Ze hadden onze boom gevonden. Nu kwam het aan op zorgvuldigheid.

„In den beginne moet je een goede kluit hebben,” zegt Joanne. „De fijne wortelkanalen moeten intact zijn. Koop je ze op de hoek van de straat, dan zijn ze vaak heel lullig afgesneden. Of ze komen uit Denemarken en zijn al drie weken uit de grond. Dan komen ze zo’n droge zomer niet door.”

Dus trok ik een wijde cirkel in de klei. De spades diep de grond in en maar graven en wrikken. En daar was hij. Ruime kuip, netje eromheen, in de kruiwagen en naar de auto. Later lees ik overal dat de klimaatbelasting van één kerstboom gelijkstaat aan 25 kilometer autorijden. Op en neer naar Voorschoten: 34 kilometer.

Tsja. Voor Katowice is de kerstboom vast klein bier, maar het ging om een ervaring, een mentaliteit. Vanaf de achterbank klonk het: „We geven hem een naam. Danny Dennenboom!”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts