‘Bij een ander zeuren we nooit over het eten’

Spitsuur Rolph Hensens (37) en Chantal de Raaf (31) runnen twee restaurants in Rotterdam. Door de geboorte van hun dochtertje Chlöe werd het leven van het horecastel nóg drukker. „We hebben de planning nu wel in onze vingers.”

Rolph: „We hebben een hectisch jaar achter de rug. In februari ging ons ontbijt- en lunchrestaurant open en anderhalve maand later werd onze dochter Chloë geboren. Maar ja, over de planning van een kind denk je van tevoren niet echt na…”

Chantal: „We moeten nu gewoon goed organiseren en wat minder werken.”

Rolph: „We hebben tegenwoordig twee restaurants op de Kop van Zuid in Rotterdam, dus we hebben een druk leven.”

Chantal: „Maar we hebben de planning nu wel in onze vingers.”

Rolph: „Ja, ’s morgens beginnen we vaak samen met een kop koffie in Rolph’s Deli. Chloë gaat twee dagen naar de opvang en op die dagen doet Chantal kantoorwerk of helpt ze bij de lunch. Op andere dagen is ze thuis voor onze dochter.”

Chantal: „Dat is wel wennen, hoor. Voorheen werkte ik tachtig uur per week. Ik startte in de loop van de ochtend op en ging door tot een uur of elf ’s avonds. Al is de hele dag met een klein kind ook werken, vind ik.”

Rolph: „Ik haal Chloë ’s middags meestal op bij de opvang, want dat is het stille moment van de dag, tussen lunch en diner.”

Chantal: „Daarna eten we met z’n drieën thuis.”

Rolph: „Tegen zessen ga ik weer terug naar het restaurant. Het is een groot voordeel dat we er op twee minuten lopen vandaan wonen.”

Chantal: „Ja, dat maakt de combinatie tussen werken en privé echt ontspannen. Alles is dichtbij: we kunnen sporten in ons appartementengebouw en tussendoor wandelen we soms een rondje over de Kop van Zuid of Katendrecht.”

Rolph: „We zouden eigenlijk in Oostvoorne gaan wonen, op een half uur rijden van het restaurant, voor rust naast de hectiek van ons werk. Maar toen kwam Chloë en realiseerden we ons dat ik Chantal en Chloë dan de hele dag niet zou zien. Nu kan ik tussendoor even naar huis.”

Chantal: „Op vrijdagavond en zaterdag werken we allebei en hebben we een oppas voor Chloë, want dan is het topdrukte. Dan komen er veel vaste gasten en is het belangrijk dat we in het restaurant zijn.”

Rolph: „Ik zou graag meer lunchrestaurants openen. Dat hoeft niet meer tijd te kosten, als je het maar goed organiseert. En een Michelinster voor HMB Restaurant zou natuurlijk prachtig zijn. Dat is voor een chef zoiets als het winnen van de Champions League. Maar verder lig ik er niet wakker van, hoor.”

Bijzonder stukje Rotterdam

Rolph: „We hebben altijd veel gewerkt. Op mijn vijftiende had ik een vakantiebaantje in een bistro-pannenkoekenhuis, daarna ben ik naar de middelbare hotelschool gegaan. Maar over koken leer je daar weinig, dus in de avond werkte ik als kok om dat bij te spijkeren. Bij La Rive, Parkheuvel, Fred, allemaal sterrenzaken. Chantal: „Ik heb een opleiding gedaan tot gastvrouw en sommelier. Bij Restaurant Fred kwam ik Rolph tegen. Dat is nu ruim tien jaar geleden. We wisten al snel dat we graag een eigen restaurant wilden openen op de Kop van Zuid.”

Rolph: „Dit is een bijzonder stukje Rotterdam, er wonen hier maar liefst acht spelers van Feyenoord. We hadden gehoord dat onderin het gebouw De Rotterdam een restaurantlocatie te koop zou komen. In 2014 hebben we HMB Restaurant geopend.”

Chantal: „Aanvankelijk konden we geen naam verzinnen.”

Rolph: „Erasmus, de Maas, alles bestond al. Totdat we naar het behang keken waar kolibries op stonden. Toen hebben we gekozen voor Hummingbird. Maar dat bleek ook niet te kunnen, omdat er in Londen al een restaurantketen is die zo heet. Zo is het HMB geworden.”

Een echt horecakind

Chantal: „Thuis doe ik eigenlijk alles. De mevrouw die het restaurant schoonmaakt, doet ook één keer per week ons huis. De boodschappen doen we elke maandag samen.”

Rolph: „Het restaurant is natuurlijk ook een beetje onze supermarkt. Dagelijks komen de visboer en de groenteman langs bij HMB, dus dan haal ik bij hen ook onze persoonlijke boodschappen. Dat is wel luxe.”

Chantal: „Als Chloë zich ’s nachts meldt, ga ik eruit.”

Rolph: „En ik gaf altijd de laatste fles, ik ga toch laat naar bed. Maar dat is voorbij, ze eet nu gewoon met ons mee. Het is een echt horecakind.”

Chantal: „Onze hobby is uit eten gaan.”

Rolph: „Op zondag en maandag, als we zelf dicht zijn. Dan vinden we het prettig om zelf eens bediend te worden.”

Chantal: „En we sporten veel, ik elke dag en Rolph driemaal per week.”

Rolph: „,Toen Chloë er nog niet was, gingen we naar restaurants in heel Nederland, nu gaan we meestal in de Randstad uit eten.”

Chantal: „We doen heel ontspannen in andere restaurants, hoor, we zeuren nooit over het eten. Maar we letten natuurlijk wel op hoe anderen het doen.”

Rolph: „Chloë gaat gewoon mee, ze is heel makkelijk. We zijn zelfs al met haar naar Parijs geweest. En binnenkort gaan we op vakantie naar Dubai met haar. We gaan niet thuiszitten omdat zij er is. Ik ga nu alleen minder vaak naar De Kuip op zondag, omdat dat echt onze gezinsdag is.”

Chantal: „Nee, ons leven is echt niet gestopt sinds zij er is. We houden allebei van winkelen en mooie kleding kopen. Dat doen we nog steeds. En als Chloë wat ouder is, willen we haar ook meenemen naar musea. Vindt ze het niks, dan verzinnen we wat anders.”

    • Friederike de Raat