Afvalstoffenheffing stijgt voor het eerst in tien jaar

Gemeenten moeten meer betalen voor het storten en verbranden van afval en berekenen dit door aan huishoudens. Maar niet in alle gemeenten stijgt de heffing.

De verschillen in de tarieven tussen gemeenten onderling zijn erg groot.
De verschillen in de tarieven tussen gemeenten onderling zijn erg groot. Foto Nils van Houts/ANP

Huishoudens gaan voor het eerst in tien jaar meer betalen voor het ophalen en verwerken van hun afval. Dat blijkt uit een jaarlijkse steekproef van Vereniging Eigen Huis (VEH) onder 111 van de 380 gemeenten.

Niet overal gaat de afvalstoffenheffing volgend jaar omhoog, de verschillen tussen gemeenten onderling zijn groot. In zeven van de 111 gemeenten daalt het tarief, terwijl in zeventien gemeenten de heffing met meer dan tien procent stijgt. Zo gaan huishoudens in Gouda bijna zestig euro minder betalen, terwijl dezelfde heffing in Oosterhout bijna tachtig euro duurder wordt. Gemiddeld betalen huishoudens volgend jaar 257 euro tegenover 246 euro dit jaar.

De stijging is volgens de VEH het gevolg van een hogere belasting op het storten en verbranden van afval die gemeenten moeten betalen. Zij moeten vanaf 2019 31 euro per ton afval betalen, terwijl dat nu nog dertien euro is. Het doel van de prijsverhoging is het verbranden van afval financieel te ontmoedigen en hergebruik te bevorderen. Veel gemeenten berekenen de prijsverhoging door aan huishoudens via de afvalstoffenheffing.