Zonder Stint is de logistiek een crime op de kinderopvang

Elektrische bolderkar Kinderen van een opvang op Amsterdam IJburg zijn eenderde van hun speeltijd kwijt door „logistiek gedoe”, nu de Stint verdwenen is. Intussen is het vervoer er niet veiliger op geworden.

Kinderen nemen de tram naar de kinderopvang in Amsterdam.
Kinderen nemen de tram naar de kinderopvang in Amsterdam. Foto Nick Somers

In de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg zie je goed dat eenvijfde van de 24.000 inwoners tussen de 4 en 12 jaar oud is. Basisscholen, bakfietsen, buitenschoolse opvanglocaties. Hier wordt de Stint node gemist.

„De kinderen zijn sinds het verbod eenderde van hun speeltijd kwijt aan logistiek gedoe”, verzucht Fleur de Winther, vestigingsmanager van kinderopvang De Kleine Wereld op IJburg. In de hal staat een bakfiets: geleend van een ouder. Die komt hem elke maandagochtend om half 8 brengen en krijgt hem vrijdag aan het einde van de middag terug. De Kleine Wereld (vijftien locaties) doet verder veel te voet en met het openbaar vervoer. Er zijn twee busjes gehuurd voor elk 1.950 euro per maand, waarvan er één op de privé-parkeervergunning van De Winther staat.

Plotseling remmen

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) besloot 1 oktober dat de Stint voorlopig de weg niet op mag. De karretjes kunnen plotseling remmen of stilvallen, bleek uit een rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport naar aanleiding van het ongeluk in Oss, waarbij in september vier kinderen omkwamen. De donderdag besloot Van Nieuwenhuizen dat het verbod voorlopig standhoudt, op basis van een rapport van TNO.

Drie werkloze Stints bij kinderopvang De Kleine Wereld.

Foto Nick Somers

Intussen is het vervoer er niet veiliger op geworden, klinkt het in de kinderopvang. Grote groepen kinderen steken wandelend drukke kruispunten of trambanen over. De kern van het probleem, zegt Freek Havermans van De Kleine Wereld, is dat kinderopvanglocaties hun reikwijdte door de Stint enorm hebben vergroot. „Eerst bedienden we vanuit IJburg twee scholen, nu wel vijf. Onze uitjes en sportlocaties zijn verder weg. Maar zonder Stint is dat bijna niet te bedruipen.”

Als ik ’s avonds thuis ben, vraag ik me af hoe we het morgen nou weer gaan regelen

Michiel Adriani Medewerker bso

Om tien voor drie lopen zeven medewerkers in een groene De Kleine Wereld-hes naar de Montessorischool, een paar honderd meter verderop. Het is maandag, niet de drukste dag voor de kinderopvang. In de hal van de school wachten ze op de kinderen, zo’n veertig stuks, die zich ook in een groen hesje hijsen. Dan naar buiten, het schoolplein op. Zitten tegen de rand van de schoolmuur.

„Eten deden we eerst rustig op het sportveld, maar daar is nu geen tijd meer voor”, zegt Laura Bonaldo van de sport-bso, terwijl ze met een pak yoghurt schudt. Haar collega Michiel Adriani deelt boterhammen uit. „We hadden afwisselende menu’s, maar dat gaat nu niet meer.” Terwijl de kinderen op het schoolplein eten, wordt al rennend het busje gehaald.

Er is bijna nooit plek

Bonaldo is een van de weinige medewerkers die in het busje durven te rijden. Alleen parkeren vindt ze lastig: er is bijna nooit plek. Er passen acht kinderen in, twee minder dan in de Stint. Het zit wél lekkerder, zegt een meisje terwijl ze naar de onderkant van haar bovenbenen wijst: „De Stint voelde je daar.”

Niet alle kinderen kunnen meer naar het sportveld, omdat vaak heen en weer rijden te veel tijd kost. De rest blijft op het schoolplein. „We houden een lijstje bij zodat het eerlijk is.”

De voorschoolse opvang is ook „een ding” zonder Stint, vertelt ze. Op dinsdag moeten de kinderen naar zes verschillende scholen. Daarvoor zijn extra medewerkers nodig. „Ik rijd om acht uur met de bakfiets weg, gooi om kwart over acht de eerste kinderen de klas in, en fiets dan als een malle door om op tijd te zijn voor de school die om half 9 begint.”

Kinderen gaan met een busje naar het sportveld. Het zit wel lekkerder, zeggen ze.

Foto Nick Somers

Een kilometer verderop stopt Bonaldo het busje. Dichter bij het sportveld mogen auto’s niet parkeren. Vanaf hier is het nog een kwartier lopen. Als Michiel Adriani met de bakfiets komt aanrijden, gaan de kinderen uit het busje en rijdt Bonaldo terug naar school voor de tweede lading.

Toch gewoon de Stint

De kinderen doen spelletjes op het grasveld, terwijl Adriani op zijn collega wacht. „Als ik ’s avonds thuis ben”, zegt hij, „vraag ik me af hoe we het morgen nou weer gaan regelen. En in bed denk ik hoe het moet als er een paar kinderen bijvoorbeeld toch niet met de fiets komen. Dan stort het hele bouwwerk in elkaar.”

Een keer overwoog hij om toch gewoon de Stint te pakken. „We dachten: voor zo’n klein stukje, wie gaat ons nou bekeuren? Maar dat kan natuurlijk niet.”

Vijf voor vier, het busje komt aangereden. Vier uur, het busje is geparkeerd en de groep loopt het laatste stuk naar het sportveld. Kwart over vier, paaltjeshockey begint (een halfuur later dan met Stints). Kwart voor vijf, terug naar de opvang. Het wordt donker.

Lees over de Haagse consequenties van het Stint-ongeluk: Hoe de Stint een politieke kwestie werd
    • Mirjam Remie