Recensie

Recensie Boeken

De moordlustige zuster heeft weer eens een mes gestoken in een vriendje

Oyinkan Braithwaite Gruwelijkheid en luchtigheid trekken samen op in Mijn zusje, de seriemoordenaar. Het boek is een merkwaardige kruising tussen een psychologische roman, een thriller en film noir op z’n Tarantino’s. (●●●●)

Illustratie: Paul van der Steen
    • Toef Jaeger

Dat Ayoola zich weer niet wist in te houden, is vervelend: het is nu al de derde keer dat ze een vriendje heeft vermoord. Dit keer is de gespierde Femi het slachtoffer. Wanneer het weer zo ver is, belt ze zoals altijd haar zusje Korede op om te komen helpen. De openingszin van Mijn zusje, de seriemoordenaar, de debuutroman van de Nigeriaanse schrijver Oyinkan Braithwaite, is een glasheldere binnenkomer: ‘Ayoola ontbiedt me met deze woorden – Korede, ik heb hem vermoord’.

Korede, verpleegster en iemand die als geen ander kan schoonmaken, komt opdraven. Wat de mannen die vermoord zijn bindt, is dat ze zich soms agressief gedroegen tegenover Ayoola, of ze bleven soms net iets te lang rondhangen. Verkeerde man op de verkeerde plek. Dat Korede elke keer het werk opknapt voor een seriemoordenaar – ‘om drie uur ’s ochtends typte ik als vanzelfsprekend “seriemoordenaar” in de zoekbalk van Google. Daar stond het: drie of meer moorden… seriemoordenaar.’ – maakt haar niet minder trouw aan haar zusje.

Na de openingsscène hoe-leid-ik-forensisch-onderzoek-om-de-tuin (bleekmiddel, een lijk in lakens dat via lift en achterdeur wordt weggesluisd, maar ook een bebloede zakdoek die per ongeluk op de plek van de misdaad blijft liggen) zit je midden in een verhaal dat volkomen logisch lijkt.

Als lezer ga je namelijk al snel mee in het verhaal dat Korede vertelt, steek je wat op van haar wijsheden (‘Je wist vast niet dat bleekmiddel de geur van bloed maskeert’) en vind je de houding van Ayoola die rustig mee doet met de hashtag #FemiDurandVermist slim. Het zou immers verdacht zijn als ze niet online haar rouw zou betuigen.

Knappe dokter

De boekenredactie van NRC maakte een lijstje van de mooiste literatuur, beste non-fictie, de leukste kinderboeken en de lekkerste kookboeken. Lees ook: 80 boeken om deze winter cadeau te geven

Gruwelijkheid en luchtigheid wisselen elkaar niet zozeer af, maar trekken samen op in Mijn zusje, de seriemoordenaar. Het boek is een merkwaardige kruising tussen een psychologische roman, een thriller, en een ogenschijnlijk gewetenloze film noir in de sfeer van Quentin Tarantino. En net als bij Tarantino zit de spanning niet in het absurde verhaal, maar in de verhouding tussen de personages.

De roman heeft een hoog tempo, de hoofdstukken zijn kort en de dialogen snel en bondig. De spanning wordt constant op peil gehouden: wordt ze betrapt? Hoe lang blijft Korede loyaal? Zeker wanneer Ayoola een oogje krijgt op een knappe mannelijke arts, een collega en heimelijke liefde van Korede. En is het wel zusterliefde, of is het feit dat de moordlustige zuster altijd de knappe en succesvolle van de twee is, óók een reden voor haar hondstrouwe gedrag? In elk geval is Koredes houding bijna onderdanig, ze pikt alles en vindt wat er gebeurt vanzelfsprekend.

Braithwaite schetst een moraalloos universum, waarin niet alleen constant de dreiging hangt van een nieuw slachtoffer, maar ook een wereld waarin geen spoor van spijt is te vinden of zelfs maar een beetje schuldgevoel aanwezig lijkt. In een tijd dat fictie steeds vaker empathie lijkt te moeten kweken, heeft dit geheel een vervreemdend, maar ook bevrijdend effect.

Tarantino

Mijn zusje, de seriemoordenaar is een ongewoon boek – het doet dus soms denken aan Tarantino en het sluit enigszins aan bij de bloemlezing Lagos Noir met Nigeriaanse thrillerschrijvers, die afgelopen zomer is verschenen. Maar de associatie die het sterkst opkomt is die met de Amerikaanse schrijver Chuck Palahniuk, in wiens werk geweld ook een vanzelfsprekende rol speelt, en die ook zo meeslepend vertelt dat eventuele kritische vragen over moraal lang naar de achtergrond geschoven kunnen worden.

In de Oegandese hoofdstad Kampala zijn auteurs uit Afrika bijeen. Wie wil hun boeken nog uitgeven? Lees ook: Wie vertelt nog het Afrikaanse verhaal?

Maar waar geweld bij Palahniuk vaak de manier is waarop mannelijke personages met elkaar communiceren, is de functie bij Braithwaite een andere: het is het beschermingsmechanisme waarmee de zusjes in de wereld staan. Het is wellicht een merkwaardige opmerking bij zo’n bloederig plot, maar het venijn in dit boek zit in de bijzaken. En die worden verstopt onder een laag thrillerspanning, vlotte, soms clichématige dialogen en nu en dan opzichtige woordspelingen – ze maken dat je makkelijk over de duistere achtergrond heen leest. Dat is het knappe van deze roman: Braithwaite strijkt stilistisch en vormtechnisch glad wat Korede elke keer met bleek en ammoniak doet wanneer haar zusje weer eens een mes heeft gestoken in een vriendje.

De scène zelf toont wat je als intelligente vrouw ondergaat in een wereld waarin je je hoort te verschuilen.

Wie zich concentreert op die bijzaken en zich niet laat meeslepen zoals bij een thriller of doktersroman, krijgt meer oog voor bijvoorbeeld de geschiedenis van het mes. Ayoola heeft het geërfd van haar vader, een gewelddadige man die zijn vrouw mishandelde. En dat maakt duidelijk dat Ayoola niet van plan is ooit op die manier slachtoffer te worden.

Oom agent

Of neem de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt: Lagos waar geweld en intimidatie aan de orde van de dag zijn, en waarin je als vrouw een probleem hebt als je wordt aangehouden. Dat overkomt Korede als ze in de file staat. Haar kofferbak stinkt nog flink naar ammoniak sinds het dumpen van Femi. In eerste instantie hangt over de scène dan ook de dreiging dat ze betrapt zal worden, maar deze passage gaat – net als een groot deel van deze roman – over seksisme en machtsmisbruik. Met veel machtsvertoon wordt Korede aangehouden door een agent. Ze houdt haar raam op een kier, maar vooral de deur angstvallig op slot en zegt onmiddellijk: ‘Niet boos zijn. Het was fout van mij. Ik doe dit nooit meer.’ Voor zichzelf concludeert ze: ‘Zijn slag mannen voelt zich al snel aangevallen door opgeleide vrouwen, dus ik probeer simpele taal te gebruiken, maar ik heb zo’n vermoeden dat mijn poging mijn achtergrond juist verraadt.’ Uiteindelijk is het de agent gewoon om geld te doen, wat hij krijgt. De scène zelf toont wat je als intelligente vrouw ondergaat in een wereld waarin je je hoort te verschuilen.

Dat geweld een middel is om te overleven wordt in de loop van de roman steeds begrijpelijker. Het mes dat Ayoola van haar vader overnam, blijkt een manier om je als vrouw staande te houden, en het symbool van het patriarchale geweld dat generaties lang aanwezig was, maar dat Ayoola nu zelf in handen krijgt.

Het is een knap staaltje: als lezer ligt je sympathie bij een seriemoordenaar die bij het minste of geringste, en met steeds meer vanzelfsprekendheid, een mes in menig man steekt.