Recensie

Recensie Theater

Stoere praat en oprecht verdriet zijn in balans bij Henry van Loon

Cabaret Door de dood van zijn moeder werd cabaretier Henry van Loon geconfronteerd met zijn Brabantse roots. Hij heeft in ‘Onze Henry’ een mooie balans gevonden tussen humor en ontroering.

Henry van Loon: „Het duurt even om te accepteren dat je moeder er niet meer is, omdat zij de reden is dat jij er bent.”
Henry van Loon: „Het duurt even om te accepteren dat je moeder er niet meer is, omdat zij de reden is dat jij er bent.” Foto Bob Bronshoff
    • Dick Zijp

„Ik ben erachter gekomen dat ik Brabander ben”, zegt Henry van Loon in Onze Henry. Dat is een vreemde opmerking, zeker omdat Van Loon dan al een kwartier met vet Brabants accent grappen aan het vertellen is. Toch zit er wat in, want langzaam komen we erachter dat de cabaretier door de dood van zijn moeder voor het eerst met zijn Brabantse roots geconfronteerd werd.

Van Loon, bij het grote publiek bekend als conciërge Volkert uit De Luizenmoeder, vloog in vorige programma’s nog wel eens uit de bocht met zijn wonderlijke combinatie van stand-up en absurdistisch theater. In Onze Henry heeft Van Loon samen met regisseur Erik Whien een mooie balans gevonden tussen humor en ontroering. Het is zijn meest evenwichtige programma tot nu toe.

Van Loon wisselt stoere mannenpraat over masturberen en motorrijden af met openhartige uitspraken over zijn moeders dood. „Als je moeder sterft, is dat alsof het dak van je huis wordt getrokken”, zegt hij. En: „Het duurt even om te accepteren dat je moeder er niet meer is, omdat zij de reden is dat jij er bent.” Prachtige zinnetjes zijn het, die bijna terloops en zonder pathos worden gebracht en daardoor des te harder binnenkomen.

Tragikomisch

De spannende afwisseling tussen banale grappen en oprecht verdriet brengt niet alleen lucht, maar draagt ook bij aan het tragikomische portret van een man die niet met zijn emoties kan omgaan en vlucht in stoerdoenerij en wilde fantasieën. Hiermee krijgen alle grappen een dubbele laag, en daarom kan Van Loon het zich ook permitteren om af en toe iets minder verrassend commentaar te leveren.

Dat hij wegkomt met een imitatie van een ballerige makelaar en met grappen over senioren op elektrische fietsen, heeft ook te maken met zijn spel. Met zijn gortdroge stijl en zijn grote, expressieve lijf weet Van Loon uit ieder moment een lach te halen.

In de uitgekiende regie komen we steeds meer te weten over Van Loons relatie met zijn ouders. Pijnlijk herkenbaar wordt het als Van Loon de telefoongesprekken met zijn moeder naspeelt, waarin het steeds maar niet lukt om een afspraak te maken. Te druk, of geen zin. „Het fijne aan een moeder is dat je er niet zoveel mee hoeft”, zegt Van Loon. „Die is er gewoon.” Tot het moment dat ze er niet meer is.

In het tweede deel neemt de voorstelling een verrassende wending met een verhaal over een spirituele reis door Thailand en LA. Hier krijgt de absurdist in Van Loon volop de ruimte. Zo vertelt hij over een seksuele ervaring met een aap in de buitendouche, en zingt hij een overtuigende John Mayer-pastiche.

Dat lied is misschien wel het hoogtepunt van de avond. Van Loon neemt hierin de ledigheid van commerciële muziek op de hak, maar ondanks de ironie van onzinzinnetjes als „My flip-flops are falling apart” raak je tóch ontroerd. Want ook hier klinkt weer de wanhoop door van een man die op zoek is naar zingeving in een volstrekt zinloos universum. Een terugkerend thema in Van Loons oeuvre, dat in Onze Henry prachtig wordt uitgewerkt.