Remkes stelt grote hervormingen politiek bestel voor

Conclusies commissie-Remkes Zal de politiek haar eigen hervorming dit keer wel zien zitten? Commissievoorzitter Johan Remkes hoopt dat de voorstellen dit keer niet in de onderste la belanden.

Mensen staan in de rij om hun stem uit te brengen in een stemlokaal op het Binnenhof.
Mensen staan in de rij om hun stem uit te brengen in een stemlokaal op het Binnenhof. Foto Remko de Waal/ANP

Een mooi rapport, maar gaat er ook iets mee gebeuren? Politici reageerden donderdag terughoudend op het eindrapport van de staatscommissie-Remkes, die grote hervormingen van het politiek bestel voorstelt. Deels uit hoffelijkheid: minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) zei dat een snelle reactie „geen recht zou doen aan het werk van de commissie”. Maar ongetwijfeld ook uit ongemak: de staatscommissie doet nogal wat vergaande voorstellen waar niet zonder meer een Kamermeerderheid voor is.

Onder de in totaal 83 aanbevelingen zijn een rechtstreekse verkiezing van de kabinetsformateur, de invoering van een bindend correctief referendum, de oprichting van een Constitutioneel Hof dat wetten toetst aan de Grondwet en een grotere invloed van de kiezers op welke kandidaten er in de Tweede Kamer worden gekozen.

Zeer noodzakelijke hervormingen, volgens Remkes, want als het Nederlandse politieke systeem niet wordt gemoderniseerd, „ligt het gevaar van erosie van democratische instituties en de democratische rechtsstaat op de loer”, schrijft hij in zijn voorwoord van het 384 pagina’s tellende rapport Lage drempels, hoge dijken.

De staatscommissie heeft grote zorgen over maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland, zoals het feit dat het parlement wat samenstelling en opvattingen betreft een steeds slechtere afspiegeling van de bevolking vormt. Ook leeft bij een groeiende groep burgers het gevoel dat ‘Den Haag’ er niet voor hen is. „Burgers voor wie de democratie minder goed werkt, dreigen af te haken op de politiek of zijn dat al”, constateert de commissie.

Voorstellen niet nieuw

Veel van de grotere hervormingen die Remkes voorstelt zijn niet nieuw en werden de afgelopen decennia al door verschillende (staats)commissies gedaan. Toch besloot de politiek ze telkens niet in te voeren. Remkes hoopt vurig dat kabinet en parlement dit keer anders beslissen, want anders dreigt er volgens hem gevaar. „Gelukkig zijn taferelen als met de ‘gele hesjes’, zoals bij onze zuiderburen, in ons land nog niet voorgekomen. Maar je ziet daar ook dat het volk zich niet gehoord voelt door de politiek.”

De vraag is of politiek Den Haag dit keer wel voor de waarschuwende woorden van de staatscommissie gevoelig is. Het kabinet-Rutte III loopt bepaald niet voorop wat bestuurlijke vernieuwing betreft. De belangrijkste verandering die het kabinet in het openbaar bestuur doorvoerde, was juist het afschaffen van het raadgevend referendum.

Slagingskans

De staatscommissie pleit nu voor een bindend correctief referendum, waarbij burgers de politiek kunnen terugfluiten door een wet achteraf te torpederen. Het is zeer de vraag of een nieuwe poging tot invoering van het bindend referendum enige slagingskans heeft. Van Rutte III gaat zo’n voorstel zeer waarschijnlijk niet komen: premier Mark Rutte (VVD) is fel tegen referenda en binnen de coalitie is alleen D66 voor. Het bindend referendum vereist ook een langdurige grondwetswijziging; invoering ervan mislukte om die reden al twee keer eerder.

Sinds de Tweede Wereldoorlog deden staatscommissies vier keer eerder voorstellen om het politiek bestel doorzichtiger en doelmatiger te maken. Lees ook: Veel studies, weinig resultaat

Het idee voor een gekozen formateur lijkt niet veel kansrijker. Uit een vorige week verschenen evaluatie van de kabinetsformatie van vorig jaar blijkt dat bij de meeste fractievoorzitters in de Tweede Kamer „weinig enthousiasme bestaat” voor een rechtstreeks gekozen formateur. Ze vrezen dat de nu al vaak langdurige formatie nóg ingewikkelder wordt, bijvoorbeeld als niet de formateurskandidaat van de grootste partij wordt gekozen en er een patstelling ontstaat.

Luister ook: NRC Haagse Zaken #37: Wat is die D nog waard?, onze eerdere podcast over het tussenrapport van de staatscommissie.

‘Minder verkramping’

Opvallend is nog het advies van de staatscommissie om de positie van de Eerste Kamer te versterken. De commissie-Remkes is uiteindelijk voortgekomen uit de wens van de VVD om juist het afschaffen van de senaat te onderzoeken, die volgens de liberalen te politiek geworden was. Maar Remkes pleit er nu voor dat de Eerste Kamer slechte wetten kan aanpassen en terugsturen naar de Tweede Kamer, naast de al bestaande mogelijkheid om wetsvoorstellen in hun geheel weg te stemmen. De staatscommissie is ervan overtuigd „dat de meerwaarde van de Eerste Kamer zo beter tot uitdrukking kan komen”.

Als de Haagse politiek de grootschalige hervormingen van Remkes wederom niet ziet zitten, kan ze zich altijd nog zijn kritiek op de politieke cultuur aantrekken. De staatscommissie wil dunnere regeerakkoorden en een „minder verkrampte en meer positieve benadering” van de optie van het minderheidskabinet, waardoor de controlerende taak van de Tweede Kamer verbeterd kan worden.

Remkes pleit ook voor meer afstand tussen kabinet en coalitiepartijen. De praktijk dat regering en coalitiefractievoorzitters wekelijks alles afstemmen, zoals nu bij Rutte III, begint uit de hand te lopen, vindt Remkes. „Dat komt de positie van het parlement, en in het bijzonder de Tweede Kamer, niet ten goede.”

Remkes is tevreden als „een substantieel deel” van zijn aanbevelingen wordt doorgevoerd. Hij zou het „een bloody shame” vinden als het rapport in de onderste lade verdwijnt, eerdere staatscommissies overkwam. „Het is dit keer wezenlijk anders dan in het verleden. Het is een misverstand dat wat nu werkt zal blijven werken.”

Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66), die het rapport donderdag in ontvangst nam, vond het „te vroeg” om al op individuele aanbevelingen in te gaan. Ze noemde het wel „indringend” dat een deel van de Nederlanders bij de politiek dreigen af te haken. „Dat moeten politici zich aanrekenen.” Ollongren beloofde dat het kabinet komend voorjaar met een uitgebreide reactie komt.

Deze vijf politieke hervormingen wil de staatscommissie

  • Een nieuw kiesstelsel

    Stemmen op een partij als geheel óf op een specifieke kandidaat van die partij

    Deze maatregel moet de persoonlijke band tussen kiezer en gekozene versterken. Door op deze manier het gewicht van de al bestaande voorkeursstem te verzwaren zijn er minder stemmen nodig om in de Kamer te worden gekozen. Ook kunnen kiezers zo gemakkelijker regionale voorkeuren aangeven. Dit is volgens de commissie nodig omdat sommige groepen Nederlanders in de Tweede Kamer zich „niet altijd goed vertegenwoordigd voelen en zijn”.
    Het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarbij het percentage behaalde stemmen ongeveer overeenkomt met het percentage behaalde zetels (en dus elke stem ongeveer even zwaar telt), komt wat de commissie betreft niet ter discussie te staan. Ze noemt dit systeem „behoorlijk succesvol”, onder meer vanwege het grote draagvlak onder de bevolking.

    Voor dit voorstel is een wijziging van de Kieswet nodig.

    Terug naar boven

  • Bindend correctief referendum

    Wetten kunnen wegstemmen, ook al zijn ze al aangenomen

    Bepaalde onderwerpen zouden moeten worden uitgesloten van zo’n referendum, zoals wetten over het Koninklijk Huis, de belastingen en de begroting.

    De commissie verkiest de bindende boven de net afgeschafte raadgevende variant omdat die „minder duidelijk en dwingend” is. Bij het raadgevend referendum kon de politiek het oordeel van de kiezer immers naast zich neerleggen.

    Een bindend referendum zou in plaats van een opkomstdrempel een ‘uitkomstdrempel’ van eenderde moeten hebben. Dat betekent dat een wet pas wordt verworpen als er meer tegenstemmers dan voorstemmers zijn én als dat aantal tegenstemmers ook minstens eenderde van het aantal kiesgerechtigden bedraagt.

    De staatscommissie beveelt het instrument van een bindend referendum aan vanwege zijn „corrigerende werking”: burgers kunnen de politiek terugfluiten als ze het écht niet eens zijn met een wet. Zo kan het referendum leiden tot meer betrokkenheid bij de politiek van burgers, zeker bij hen die „een grote afstand tot de politiek ervaren”, schrijft de commissie.

    Voor de invoering van een bindend referendum moet de Grondwet worden gewijzigd.

    Terug naar boven

  • Gekozen formateur

    Kiezers kunnen ook een formateur kiezen die een kabinet moet vormen

    Aangezien de formateur meestal ook de leider van het kabinet wordt komt dit voorstel neer op een indirecte verkiezing van de minister-president. Een gekozen premier wil de commissie echter nadrukkelijk niet. De kiezer zou zich volgens de staatscommissie moeten kunnen uitspreken over drie kandidaten in volgorde van voorkeur.

    De gekozen formateur krijgt maximaal drie maanden om een nieuw kabinet te vormen. Lukt dat niet, dan moet hij of zij de opdracht teruggeven en wordt overgestapt op de bestaande procedure, waarbij de Tweede Kamer een informateur of een formateur aanwijst.

    Voor dit voorstel is een wijziging van de Kieswet nodig.

    Terug naar boven

  • Terugzendrecht Eerste Kamer

    De Eerste Kamer moet een wetsvoorstel kunnen wijzigen en terugsturen naar de Tweede Kamer

    Nu kan de Eerste Kamer alleen maar ja of nee zeggen tegen een door de Tweede Kamer aangenomen wet.
    Dit ‘terugzendrecht’ moet het tweekamerstelsel „meer in balans brengen” en de „meerwaarde van de Eerste Kamer als correctiemechanisme vergroten”, schrijft de commissie.

    Als de Eerste Kamer een wetsvoorstel wijzigt en terugstuurt, kan de Tweede Kamer de wijzigingen accepteren of ongedaan maken. De Tweede Kamer heeft het laatste woord: de Eerste Kamer komt er daarna niet meer aan te pas.

    Maakt de Eerste Kamer geen gebruik van haar terugzendrecht, dan houdt zij – net als nu – het laatste woord door een wetsvoorstel aan te nemen of te verwerpen.

    Voor de invoering van het terugzendrecht moet de Grondwet worden gewijzigd.

    Terug naar boven

  • Constitutioneel Hof

    Wetten moeten aan de Grondwet kunnen worden getoetst

    Wetten worden in Nederland enkel aan de Grondwet getoetst vóórdat ze door het parlement zijn aangenomen. Zo worden grondwettelijke aspecten van wetgeving beoordeeld in het advies van de Raad van State en bij de behandeling in de Eerste Kamer. Maar als een burger zich in zijn grondrechten aangetast voelt nádat een wet is aangenomen, mag een rechter die wet nu niet aan de Grondwet toetsen.

    De commissie-Remkes noemt dit „een lacune” en wil wel zo’n vorm van constitutionele toetsing door een Constitutioneel Hof. Dit hof, bestaande uit vijf tot zeven rechters, beslist na een klacht van een burger of zijn of haar grondrechten door een bepaalde wet worden aangetast. Het hof zou ook moeten gaan oordelen over de vraag of een politieke partij verboden moet worden. Die beslissing ligt nu nog bij ‘reguliere’ rechters.

    Met een Constitutioneel Hof kan „de weerbaarheid van de democratie worden verhoogd”, denkt de staatscommissie. Burgers zijn beter beschermd tegen slechte wetten en de Grondwet krijgt door het hof ook meer betekenis voor Nederlanders.

    Voor de instelling van een Constitutioneel Hof moet de Grondwet worden gewijzigd.

    Terug naar boven

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.