Opinie

‘Het is absurd dat in Nederland een boek al na twee jaar in prijs wordt opgeheven’

In de schaduw van het geboortehuis van Multatuli in de Amsterdamse Korsjespoortsteeg opent Literaire Reisboekhandel De Evenaar om één uur ’s middags zijn deuren. Met een blij gemoed stap ik het met duizenden boeken ingerichte souterrain binnen, waar de eigenaren sinds april dit jaar een nieuw onderkomen hebben gevonden. Daarvoor zaten ze ruim 26 jaar op het Singe. „We zaten er onder een dak met een reisboekenantiquariaat”, zegt Maria Bastiaens, die met collega Marre van Dantzig De Evenaar bestiert. „Maar de jongens van dat antiquariaat hielden ermee op, omdat ze te weinig verkochten.”

Bastiaens herinnert me aan mijn enige bezoek aan die vorige winkel, in 1992, samen met de Italiaanse schrijfster Oriana Fallaci, die ik toen als redacteur van haar Nederlandse uitgever drie dagen chaperonneerde. „Fallaci kocht toen voor duizend gulden aan oude boeken, iets wat je niet dagelijks overkomt. En wat had die vrouw toch een magische uitstraling.”

Als Bastiaens koffie heeft gezet, vertelt ze dat ze net klaar is met de Italiaanse les, die ze wekelijks aan buurtgenoten geeft. „We doen alles om klanten binnen te krijgen”, zegt ze. „Daarom hebben we ook een leesclub opgericht, die om de twee maanden bijeenkomt. Zo begint Marre binnenkort met een leesclub over biografieën, zoals over dat mooie Terug naar Neerpelt van Lieve Joris.”

Toevallig komt er die avond een andere leesclub bijeen, over Rory Stewarts The Marches. Borderwalks with my Father, dat in vertaling verscheen onder de titel De Schotse marsen. Stewart, die in het Britse parlement zit, schreef een geschiedenis van Hadrian’s Wall, de door de Romeinen gebouwde verdedigingsmuur op de grens van Engeland en Schotland. Alle deelnemers hebben het boek aangeschaft, zegt Bastiaens tevreden. „Het is een typerend boek voor onze winkel, want we leggen de nadruk op literaire reisverhalen en niet op reisgidsen en kaarten. Over landen als Rusland en Azië hebben we ook romans, maar als het om Europa en de VS gaat laten we die achterwege, omdat we anders nog een tweede winkel kunnen vullen.”

Het is een wonder dat in Nederland een boekhandel als De Evenaar bestaat, zeker nu de ene na de andere kleine, zelfstandige boekhandel verdwijnt. Als ik Bastiaens vraag of zij en Van Dantzig van hun nering kunnen leven, antwoordt ze: „De eerste jaren wel, al liep het geleidelijk aan af. Maar we hebben er altijd een baan naast gehad. Ik als docent Frans en Marre in de pedagogiek. We zijn beiden in 1981 gaan werken, maar tien jaar later begonnen we onze boekhandel. En daar ligt onze passie.”

Ik snuffel in de schappen, vooral in de afdeling Afrika, waar ik op oudere titels van Lieve Joris stuit, zoals een eerste druk van De dans van de luipaard. Bastiaens: „Zo’n boek behoudt zijn waarde. Het is natuurlijk absurd dat in Nederland een boek al na twee jaar in prijs wordt opgeheven. Vroeger ging het dan naar de Slegte, maar die bestaat niet meer, dus nu eindigt het in de papiermolen. Er worden in ons land teveel boeken geproduceerd.”

Als ik wegga vraag ik wat nu de favoriete reislanden zijn. „Lange tijd was het Mali”, antwoordt Bastiaens. Iedereen wilde naar Timboektoe. Nu is dat voorbij, omdat er een oorlog woedt. Maar Japan doet ’t altijd goed. Kijk maar naar onze Azië-afdeling, die enorm is.”