Rechts tornt aan het wegkijkdogma

Republikeinse Partij

Republikeinen aan de macht willen niets doen tegen de opwarming van de aarde. Maar in de partij gaan ook andere stemmen op.

Klimaatactivisten demonstreren tegen het gebruik van fossiele brandstoffen bij de internationale klimaattop in Katowice
Klimaatactivisten demonstreren tegen het gebruik van fossiele brandstoffen bij de internationale klimaattop in Katowice Foto Agencja Gazeta

Al verzengen bosbranden de Amerikaanse westkust en belagen orkanen de oostkust, toch blijven Republikeinse politici doof voor klimaatverandering.

Maandag organiseerde Amerikaanse delegatie op de klimaattop in Katowice een bijeenkomst over het belang van fossiele brandstoffen. Het kwam ze op hoongelach en protesten in de zaal te staan. Bij aanvang van de top weigerden de VS, samen met Saoedi-Arabië, Rusland en Koeweit, het IPCC-rapport van dit jaar te omarmen. En toen vorige maand hun regering een rapport over de te verwachten effecten van klimaatverandering op de Amerikaanse maatschappij en economie publiceerde - teneur: als we niets doen gaat het verschrikkelijk mis - deden Republikeinse Congresleden het hardst hun best dit te bagatelliseren.

De meeste leden van de regering-Trump erkennen inmiddels wel dat het klimaat verandert, maar ze zaaien steeds twijfel over de rol van de mens daarin en zeggen dat ze de economie prioriteit geven. Ondertussen is ruimte voor de fossiele sector de hoogste prioriteit voor de regering Trump.

Maar de partij is geen monoliet. Rondom de partij, in conservatieve denktanks en lobbygroepen, broeit het. Daar beseft men dat het wegkijkdogma, dat altijd wel aanwezig was in de partij, maar na de opkomst van de Tea Party (vanaf 2009) en de verruiming van de mogelijkheden voor campagnedonaties (2010) allengs dominanter werd, de deur uit moet.

Niet alleen omdat de realiteit hiertoe dwingt, ook omdat wegkijken de partij uiteindelijk op zal breken.

Zo vinden conservatieve millennials in grote meerderheid wél dat er meer gedaan moet worden. En een peiling van bureau Pew liet dit voorjaar zien dat 42 procent van de Republikeinen aan de kusten inmiddels erkent dat ze klimaatverandering aan den lijve ondervinden. Het lijkt logisch dat ook zij op een dag om preventieve maatregelen gaan vragen.

Activisten protesteren tegen het gebruik van fossiele brandstoffen in de Poolse stad Katowice, waar COP24 plaatsvindt. Foto Grzegorz Celejewski/Agencja Gazeta

Oud-politici geloven er wel in

Volgens sommige Republikeinse oud-politici is het bestrijden van klimaatverandering juist bij uitstek een taak die conservatieven, immers op behoud gericht, goed ligt. Hun aanvoerder is de inmiddels 98-jarige econoom George P. Shultz, die onder meer minister van Financiën was onder Richard Nixon, en minister van Buitenlandse Zaken onder Reagan. Shultz is als lid van universitaire instituten en denktanks en als fervent schrijver van ingezonden stukken nog steeds politiek actief, vooral op het gebied van klimaat.

Lees ook: Wie betaalt voor klimaat? Dát is de vraag op de klimaattop in Katowice

Aan de telefoon vanuit zijn appartement in San Francisco, zegt hij fier: „Wie was de eerste president die aandacht aan het milieu besteedde? Teddy Roosevelt. Wie richtte het milieuagentschap EPA op? Richard Nixon. Wie regelde het Montrealprotocol voor de ozonlaag? Ronald Reagan. Republikeinen, stuk voor stuk.”

Shultz staat samen met onder meer James Baker, minister van Buitenlandse Zaken onder George Bush Sr, aan de wieg van een conservatief klimaatplan. De kern van hun idee: een geleidelijk stijgende universele belasting op CO2-uitstoot waarvan de opbrengsten direct worden uitgekeerd aan de individuele burger, als ‘dividend’.

Op import zou een CO2-heffing moeten komen om andere landen tot hetzelfde systeem te dwingen. Shultz: „Dit zorgt dat vervuilers betalen en stimuleert mensen en bedrijven om minder uit te stoten.”

Voorzichtige opmars bij jongeren

Bij conservatieven van de oude stempel en bij jonge Republikeinen - de generaties dus die niet aan de macht zijn – is het idee in allerlei varianten aan een voorzichtige opmars bezig. Shultz zelf werkt aan het plan voor latere generaties, zegt hij: „Ik heb zes achterkleinkinderen. Als ik hun nieuwsgierigheid zie vraag ik me meteen af wat ik vandaag kan doen om de wereld beter te maken.”

De oud-politici hebben zich met bedrijven verenigd in de Climate Leadership Council om voor het idee te lobbyen. Tot de deelnemers behoren grote spelers uit de fossiele sector, zoals BP, ExxonMobil, dat het initiatief een miljoen dollar schonk, en Shell, maar ook de producent van zonnepanelen First Solar.

Lees ook: Democraten winnen met links elan

Twintig groepen Republikeinse studenten, van universiteiten van Yale tot Tufts in Texas, steunen het idee. „Republikeinse verenigingen hebben op campus moeite leden te werven vanwege het klimaatstandpunt”, zei een Yale-student in Time Magazine. In november dienden Afgevaardigden van beide partijen in het Congres zelfs een wetsvoorstel in dat gebaseerd is op het idee.

Toch lijkt dat voorlopig kansloos. Zeker de helft van de 45 Republikeinen die met de Democraten samenwerkten aan het voorstel in de zogeheten ‘Climate Solutions Caucus’ werd niet herkozen bij de tussentijdse verkiezingen van begin november. En de aantredende jonge garde Democraten in het Huis denkt een heel andere kant op. Daar pleit men voor een Green New Deal, die het initiatief niet bij de markt, maar bij de overheid legt.

Shultz: „De huidige regering schreeuwt haar ontkenning van het probleem uit. Maar daaraan zal een einde komen als ook zij bruut wordt overvallen door de realiteit. Ons plan ligt dan klaar. En het toont nu al dat niet alle Republikeinen hetzelfde denken over klimaatverandering.”

    • Maartje Somers