Onderzoek naar nazi-uitlatingen binnen Defensie

Het gaat onder andere om een ‘kleine groep’ militairen in opleiding die afbeeldingen met verwijzingen naar nazi-Duitsland deelde.

Defensie doet onderzoek naar militairen in opleiding die onderling racistisch beeldmateriaal deelden.
Defensie doet onderzoek naar militairen in opleiding die onderling racistisch beeldmateriaal deelden. Foto Lex van Lieshout/ANP

Defensie doet onderzoek naar militairen en militairen in opleiding die onderling racistisch en extreem-rechts beeldmateriaal deelden. Het gaat onder meer om afbeeldingen met verwijzingen naar nazi-Duitsland, schrijft staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) donderdag aan de Tweede Kamer.

In totaal zijn drie onderzoeken ingesteld: twee naar militairen in opleiding en een naar een niet nader genoemde eenheid. De staatssecretaris spreekt van “enkele gesignaleerde voorvallen op het gebied van sociale veiligheid en onwenselijk gedrag”. Een Defensie-woordvoerder benadrukt dat de kennis over de kwestie nog “heel pril” is. Omdat het een gevoelig onderwerp betreft, besloot het ministerie er wel al over naar buiten te treden.

Het gaat onder andere om een “kleine groep”. De voorvallen vonden plaats op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda en het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder. De commandant van de overkoepelende Nederlandse Defensie Academie (NLDA) zou signalen hebben ontvangen dat cadetten en adelborsten racistische en pornografische afbeeldingen met elkaar deelden. Het ministerie kan niet zeggen hoeveel militairen in opleiding betrokken zijn.

Ook wordt onderzoek gedaan naar “gedragingen die mogelijk in strijd zijn met een veilige leef- en werkomgeving”. Defensie kan nog niet zeggen om wat voor gedrag dit precies gaat.

‘Ontoelaatbare uitingen’

Een Defensie-woordvoerder zegt dat uit nader onderzoek moet blijken of sprake is van daadwerkelijke extreem-rechtse sympathieën. Een integriteitscommissie gaat de kwestie verder onderzoeken. Medewerkers en militairen in opleiding van beide instituten zijn hierover ingelicht. Ook zijn vertrouwenspersonen en adviseurs aangesteld waarbij militairen zich kunnen melden.

Het derde onderzoek richt zich op een eenheid “waarbij mogelijk sprake zou zijn van ontoelaatbare uitingen in relatie tot Nazi-Duitsland”. Defensie wil op de aard van die uitingen niet ingaan. Het ministerie hoopt in februari de eerste bevindingen te kunnen delen.