Oermaïs verloor hard vliesje, maar was nog wel klein

Genetica Toen de wilde maïs vanuit Mexico aan z’n opmars als consumptieartikel begon, had de plant nog veel wilde kenmerken.

Maïs op een markt in Uruguay.
Maïs op een markt in Uruguay. Foto Natália Carolina de Almeida Sil

Wilde maïs werd niet alleen gedomesticeerd in Mexico, zoals tot nu toe werd aangenomen, maar op meerdere plaatsen tegelijk in Midden- en Zuid-Amerika. De mens begon in Mexico rond 9.000 jaar geleden met het veredelen van de wilde maïsplant, zodat hij meer geschikt werd voor consumptie. Rond 6.500 jaar geleden werd de plant, die toen nog veel ‘wilde’ kenmerken had, geëxporteerd naar de Andes en het westelijke Amazone-gebied, waar de ontwikkeling een eigen weg insloeg. Dat schrijft een team van onderzoekers onder leiding van het Smithsonian Institution in Washington donderdag in Science. Ze weerleggen in hun artikel het idee dat maïs als consumptiegewas al helemaal ‘af’ was toen het vanuit Mexico aan zijn zegetocht door de Amerika’s begon.

Het team van archeologen, biologen en genetici komt tot zijn conclusie na genetisch onderzoek van maïsresten die op tientallen plaatsen in Noord-, Midden-, en Zuid-Amerika zijn aangetroffen. De onderzoekers stellen dat de moderne maïsplanten die nu zorgen voor een belangrijk deel van de voeding in dit gebied in totaal uit vijf verschillende genetische families bestaan. Allemaal hebben ze hun oorsprong in Mexico. Daar vond tussen 9.000 en 6.500 jaar geleden de eerste veredeling van de wilde oermaïsplant teosinte plaats. Die leidde onder meer tot het verdwijnen van het harde vliesje om de vrucht, die bereiding en consumptie bemoeilijkte.

Gespreid bedje

Hierna ging de plant op reis, en kwam in het westelijke Amazonegebied in een gespreid bedje terecht. De mensen hier leefden van een combinatie van jacht, verzamelen en landbouw. Ze verbouwden al gewassen op geavanceerde wijze en slaagden erin de maïskolf groter te maken, waardoor hij meer korrels opleverde.

Vanuit de het westen van Zuid-Amerika verspreidde de plant zich tot aan de Atlantische kust van het continent. Dat duurde zo’n 3.000 jaar. De maïsresten die hier door archeologen zijn aangetroffen, stammen voor een klein deel af van maïs die 6.500 jaar geleden in de Andes ontstonden, maar vooral van maïs die mensen vanuit het westelijke Amazone-gebied oostwaarts verspreidden.

Het is de tweede keer in korte tijd dat de westelijke Amazone wordt aangewezen als de kraamkamer van belangrijke landbouwproducten. In oktober schreven onderzoekers in Nature dat de cacaoplant voor het eerst werd geconsumeerd in dit gebied en niet in Mexico, zoals lang is aangenomen.

    • Bart Funnekotter