‘Het misbruik was geen ongelukje. Het zat in het systeem’

Misbruik in de kerk

Voor het eerst spant een slachtoffer van misbruik in de kerk een zaak aan tegen het ‘systeem’. Mogelijk is zo geen sprake van verjaring.

Foto Chris Keulen

Als jongetje van elf werd hij uitgeleverd aan een misdadiger. Zo voelt Arnold-Jan Prinsen (68) uit Someren het. De paters van de Heilige Geest wisten dat hun mede-pater een pedofiel was, maar ze lieten hem zijn gang gaan op twee Limburgse internaten. Prinsen werd in 1964 zijn zoveelste slachtoffer.

Donderdag moest de Rooms-Katholieke congregatie van de Heilige Geest zich in een civiele rechtszaak verantwoorden voor de rechtbank in Roermond. Niet vanwege het misbruik door de inmiddels overleden pater Jozef S. van Prinsen en andere leerlingen van pensionaat St. Louis en het seminarie van de H. Geest in Weert. Maar wel omdat de leiding van de congregatie de pater zijn gang had laten gaan. „Verwijtbaar passief”, noemde Liesbeth Zegveld, advocaat van Prinsen, het tijdens de zitting.

Zegveld: „Zonder de houding van de congregatie had het seksueel misbruik op deze schaal nooit kunnen gebeuren. De pater had zich één keer kunnen vergrijpen, misschien twee keer. Maar niet met acht kinderen negen jaar lang. Daar is het instituut zwaar verantwoordelijk voor.”

Verjaring

Het is de eerste keer dat een slachtoffer een rechtszaak begint tegen het ‘systeem’ achter het misbruik. Afgelopen jaren strandden civiele claims van slachtoffers op de verjaring van het misbruik zelf. Dat had immers vaak een halve eeuw eerder plaatsgevonden. Om het probleem van de verjaring te voorkomen, pakte Zegveld het anders aan.

„Deze zaak gaat niet om het misbruik door de pater, maar om de nalatigheid van de congregatie maatregelen te nemen tegen de pater waarmee het misbruik van Prinsen voorkomen had kunnen worden. Het misbruik was geen ongelukje. Het zat in het systeem”, aldus Zegveld.

In de rechtszaal betoogde ze dat de redelijke termijn van aansprakelijkstelling pas in 2015 is gaan lopen. Dat jaar hoorde Prinsen dat de pater zich al in 1961 – dus drie jaar voordat hij misbruikt werd – aan een medeleerling had vergrepen. De congregatie wist dat maar had de pater – na een „retraite” van zes weken – opnieuw aan de slag laten gaan. Waarna hij Prinsen misbruikte.

Zegveld: „Met één rotte appel kon Prinsen nog wel dealen. Maar niet met een rot systeem.”

Geniepig en gemeen

Haar cliënt raakte in 2015 psychisch in de knoop en zijn tandartspraktijk verloor omzet. De schade – begroot op zo’n zes ton – is de congregatie aan te rekenen, betoogde Zegveld.

Vóórdat Prinsen naar de rechter stapte, waren de paters van de Heilige Geest vol begrip en medeleven. In de procedure bij de klachtencommissie – opgezet door de Kerk zelf – gaven ze toe dat hun mede-pater „op geniepige en intens gemene manier” te werk was gegaan. Ook was het „zeer wel mogelijk” dat hij eerder leerlingen misbruikt had. Als hij „toen zijn verdiende straf had gekregen” en er „passende maatregelen” waren genomen, was Prinsen „niets overkomen”, gaf het bestuur van de congregatie toe.

Geen mea culpa meer

In de rechtszaal waaide donderdag een andere wind. Van alle mea culpa was in het verweer van de advocaat van de paters, Rob Baetens, weinig meer terug te vinden. „De vordering is verjaard”, zei hij. Mocht de rechtbank de vordering toch behandelen, dan staat de congregatie op het standpunt dat het misbruik „onbewezen” is. En de congregatie wist ook „niets” van eerdere misbruikgevallen. Bovendien is de schade die Prinsen zegt te hebben opgelopen „niet aangetoond”.

De proceshouding van de congregatie is verklaarbaar, zei Baetens. Na de klachtencommissie had Prinsen „natuurlijk” het recht om ook nog naar de rechter te stappen. Die keuze betekent volgens de advocaat evenwel dat er bewijzen nodig zijn en dat er een verjaringstermijn geldt. „Het betekent ook dat de gedaagde partij het recht heeft om ten volle verweer te voeren.”

Bovendien moet de zaak-Prinsen volgens Baetens „in retrospectief” bezien worden vanuit de opvattingen uit de jaren zestig. Zou destijds ook geoordeeld zijn dat de congregatie nalatig handelde door de pater na een retraite weer aan de slag te laten gaan? „Daarop kan het antwoord slechts ‘nee’ luiden.”

Uitspraak over zes weken.

    • Joep Dohmen