Handbalsters moeten zichzelf geen trauma aanpraten

EK handbal EK, WK of Spelen, steeds haalt Nederland de laatste vier. Maar winnen, ho maar. Hoe kunnen ze wél kampioen worden? Vrijdagavond 21.00 uur wacht in de halve finale van het EK gastland Frankrijk.

Oranje-speelster Kelly Dulfer.
Oranje-speelster Kelly Dulfer. Foto SEBASTIEN BOZON/AFP

Steeds weer gaat het op de valreep mis. Bij EK’s, WK’s en Olympische Spelen grepen de handbalsters vier keer op rij naast de hoofdprijs. Nederland krijgt dit weekeinde, bij het EK in Frankrijk, een herkansing, na voor de vijfde opeenvolgende keer tot de laatste vier van een groot toernooi te zijn doorgedrongen. Verliezen maakt moedeloos. Hamvraag: hoe word je wél kampioen?

Jezelf geen trauma aanpraten, daar begint het volgens sportpsycholoog Rico Schuijers mee. Hij raadt de handbalsters af te denken aan gevolgen, zoals: bij een overwinning staan we in de finale. Of: bij een nederlaag herhaalt zich dat rotgevoel. Nee, je volledig concentreren op de wedstrijd die nadert en je niet laten afleiden door eventuele consequenties. De ene, eerstvolgende wedstrijd, die moet de volle aandacht hebben.

Makkelijk gezegd. Maar die vervelende, soms zo weerbarstige praktijk, wil zo’n proces wel eens verstoren. Dan helpt het volgens Schuijers dat de meeste Nederlandse handbalsters ervaringsdeskundigen zijn. Die weten inmiddels dat ze simpelweg hun kerntaak goed moeten uitvoeren, het gevoel opwekken dat de wedstrijd in een trance kan worden gespeeld. „Weten hoe je moet denken”, zegt Schuijers, die het handbalteam tot de Spelen van 2012 in Londen mentaal heeft begeleid. „In jezelf geloven, zelfvertrouwen opbouwen, dat is belangrijk. Niet jezelf toespreken in de trant van: oei, het wordt moeilijk; dat vinden lichaam en geest niet fijn.”

Schuijers heeft voor zo’n psychische aanpak de cirkelmethode ontwikkeld, wat neerkomt op zes mentale fases waarin een sporter kan verkeren. De ideale cirkel is nummer 1, die aangeeft dat je als sporter onverstoorbaar de wedstrijd moeten spelen. Die andere cirkelnummers geven gemoedstoestanden aan die kunnen afleiden, waarbij de nummers 4 en 5 – vooraf denken aan de consequenties van een resultaat – een negatieve invloed hebben. „In die fase verlies je eigenlijk van jezelf”, zegt Schuijers.

Lees hier ook het verhaal over de handbalcirkel: een speelplaats voor rouwdouwers

Bevrijdende werking

Afgezien van mentale aspecten ziet Peter Portengen, tot en met de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro assistent-bondscoach onder Henk Groener, dat Nederland vanuit een voordelige positie aan de halve finale begint. Hij denkt dat het bereiken van de laatste vier juist bevrijdend werkt. De druk om de halve finales te bereiken is extreem groot, heeft hij twee keer met het Nederlands team ervaren. Hij ziet een titel steeds dichterbij komen, „omdat je eerst finales moet verliezen om die te kunnen winnen”.

Een geruststellende gedachte vindt Portengen de manier waarop Nederland onder aanvoering van de routiniers Maura Visser en Jessy Kramer verdedigt. In de dekking wordt een muur opgetrokken. Dat Noorwegen die wist af te breken, beschouwt hij als een incident – „die wedstrijd lag het probleem in de aanval”.

Portengens gevoel over een positieve afloop is groot, ook al beoordeelt hij het spel van Nederland als „een beetje rommelig”. Daar tegenover staat zijn tevredenheid over het geduld dat Nederland opbrengt. Heeft deels te maken met de vele speeltijd die kernspeelsters als Abbingh, Dulfer, Polman en Smeets maken. Zij zouden fysiek overvraagd worden bij het vele loopwerk dat een snel spelsyteem vereist. Die speelsters moeten een heel toernooi fit blijven. Dat lage tempo heeft ook Frankrijks voorkeur, weet Portegen, die om die reden vrijdag in de halve finale een schaakwedstrijd voorspelt.