Recensie

Een dagelijkse dosis lieve stad

Boekrecensie Met zijn fijnzinnige blik en beminnelijke pen beschrijft columnist Guus Luijters een lieve, gekoesterde stad. Hij helpt de lezer beter te kijken.

None

In de dagelijkse haast van het binnenstedelijk woon-werkverkeer, kan Amsterdam soms weinig meer lijken dan de route van A naar B. Wie heeft er dan oog voor de naamloze pleintjes, of tijd voor een fietstocht zonder vooraf vastgelegde bestemming?

Gelukkig is daar Guus Luijters, die met zijn columns ‘Klein Geluk’ in Het Parool met haarfijn penseel geschreven miniatuurschilderingen maakt van de stad. Met zijn fijnzinnige blik en beminnelijke pen beschrijft hij een lieve, gekoesterde stad. Hij ontdekt niet zozeer verborgen hoekjes (al doet hij dat soms ook), maar bereikt met zijn warme licht iets knappers. Hij helpt met kijken en maakt zo zichtbaar wat je in Amsterdam zoal om je heen kunt zien, als je er maar de tijd en de moeite voor neemt. Wie met zo veel aandacht in zijn omgeving verkeert kan, tegen de tijdgeest in en in alle oprechtheid constateren dat „hetzelfde nooit verveelt”.

De nieuwe bundeling van Luijters’ columns, Klein Geluk – In de Stad, is een verzameling juweeltjes. Met daarin parels van zinnen, waarin de dichter die Luijters óók is zich toont. „Het is met haringkarren als de sneeuw van weleer, niemand weet waar ze blijven.” Haringkarren en vis blijken overigens een geliefd thema. Of deze, die ook wel iets weg heeft van een Cruijffiaanse wijsheid: „Voor je het weet, kan het niet meer, ik doe het dus voor het te laat is.” Of, van een andere orde: „Weggooien was wegens in de oorlog geboren geen optie.”

Luijters weet de veranderende stad treffend te vangen en de stad zoals ’ie was te memoreren, zonder dweperig of al te nostalgisch te worden. Soms met humor, dan weer op droge toon, deelt hij zijn observaties. „De Beethovenstraat is een bruisende winkelstraat met op iedere hoek een koffietent waar de barista iedere ochtend eigenhandig de glutenvrije koe heeft gemolken.” Aan het Rokin, merkt hij op een dag op, is zonder dat hij het in de gaten had „een lange eet- en drinkboulevard” ontstaan „met enorme eenheidsparasollen”. Het helpt dat Luijters geen ‘anti-toerist’ is. Dat blijkt een kwestie van geen haast hebben.

Luijters komt in alle stadsdelen en soms fietst of wandelt hij zomaar zijn eigen herinneringen in. Via de Hoogkamersgang op de Oudezijds Achterburgwal bijvoorbeeld, komen we terug bij een bevriende fotograaf die „in verband met verdovende drugs” langs ging bij kunstenaar Peter Giele, die in de Hoogkamersgang woonde. Een kleine herinnering aan een vervlogen Amsterdam.

Luijters schrijft columns die onthaasten en de blik ontdooien. De jongste bundeling van Klein Geluk is er een om te koesteren. Zeker voor wie af en toe wel een dosis lief Amsterdam kan gebruiken.

Guus Luijters: Klein geluk – In de stad Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 189 blz., € 19,99

●●●●

    • Laura Klompenhouwer