Deze vijf politieke hervormingen stelt de staatscommissie voor

Staatkundige vernieuwing De commissie-Remkes pleit in haar eindrapport voor vijf grote hervormingen van het politieke bestel. Wat houden ze in en wat moeten ze oplossen? Een overzicht.

Foto Evert-Jan Daniels/ANP
  • Een nieuw kiesstelsel

    Stemmen op een partij als geheel óf op een specifieke kandidaat van die partij

    Deze maatregel moet de persoonlijke band tussen kiezer en gekozene versterken. Door op deze manier het gewicht van de al bestaande voorkeursstem te verzwaren zijn er minder stemmen nodig om in de Kamer te worden gekozen. Ook kunnen kiezers zo gemakkelijker regionale voorkeuren aangeven. Dit is volgens de commissie nodig omdat sommige groepen Nederlanders in de Tweede Kamer zich „niet altijd goed vertegenwoordigd voelen en zijn”.
    Het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarbij het percentage behaalde stemmen ongeveer overeenkomt met het percentage behaalde zetels (en dus elke stem ongeveer even zwaar telt), komt wat de commissie betreft niet ter discussie te staan. Ze noemt dit systeem „behoorlijk succesvol”, onder meer vanwege het grote draagvlak onder de bevolking.

    Voor dit voorstel is een wijziging van de Kieswet nodig.

    Terug naar boven

  • Bindend correctief referendum

    Wetten kunnen wegstemmen, ook al zijn ze al aangenomen

    Bepaalde onderwerpen zouden moeten worden uitgesloten van zo’n referendum, zoals wetten over het Koninklijk Huis, de belastingen en de begroting.

    De commissie verkiest de bindende boven de net afgeschafte raadgevende variant omdat die „minder duidelijk en dwingend” is. Bij het raadgevend referendum kon de politiek het oordeel van de kiezer immers naast zich neerleggen.

    Een bindend referendum zou in plaats van een opkomstdrempel een ‘uitkomstdrempel’ van eenderde moeten hebben. Dat betekent dat een wet pas wordt verworpen als er meer tegenstemmers dan voorstemmers zijn én als dat aantal tegenstemmers ook minstens eenderde van het aantal kiesgerechtigden bedraagt.

    De staatscommissie beveelt het instrument van een bindend referendum aan vanwege zijn „corrigerende werking”: burgers kunnen de politiek terugfluiten als ze het écht niet eens zijn met een wet. Zo kan het referendum leiden tot meer betrokkenheid bij de politiek van burgers, zeker bij hen die „een grote afstand tot de politiek ervaren”, schrijft de commissie.

    Voor de invoering van een bindend referendum moet de Grondwet worden gewijzigd.

    Terug naar boven

  • Gekozen formateur

    Kiezers kunnen ook een formateur kiezen die een kabinet moet vormen

    Aangezien de formateur meestal ook de leider van het kabinet wordt komt dit voorstel neer op een indirecte verkiezing van de minister-president. Een gekozen premier wil de commissie echter nadrukkelijk niet. De kiezer zou zich volgens de staatscommissie moeten kunnen uitspreken over drie kandidaten in volgorde van voorkeur.

    De gekozen formateur krijgt maximaal drie maanden om een nieuw kabinet te vormen. Lukt dat niet, dan moet hij of zij de opdracht teruggeven en wordt overgestapt op de bestaande procedure, waarbij de Tweede Kamer een informateur of een formateur aanwijst.

    Voor dit voorstel is een wijziging van de Kieswet nodig.

    Terug naar boven

  • Terugzendrecht Eerste Kamer

    De Eerste Kamer moet een wetsvoorstel kunnen wijzigen en terugsturen naar de Tweede Kamer

    Nu kan de Eerste Kamer alleen maar ja of nee zeggen tegen een door de Tweede Kamer aangenomen wet.
    Dit ‘terugzendrecht’ moet het tweekamerstelsel „meer in balans brengen” en de „meerwaarde van de Eerste Kamer als correctiemechanisme vergroten”, schrijft de commissie.

    Als de Eerste Kamer een wetsvoorstel wijzigt en terugstuurt, kan de Tweede Kamer de wijzigingen accepteren of ongedaan maken. De Tweede Kamer heeft het laatste woord: de Eerste Kamer komt er daarna niet meer aan te pas.

    Maakt de Eerste Kamer geen gebruik van haar terugzendrecht, dan houdt zij – net als nu – het laatste woord door een wetsvoorstel aan te nemen of te verwerpen.

    Voor de invoering van het terugzendrecht moet de Grondwet worden gewijzigd.

    Terug naar boven

  • Constitutioneel Hof

    Wetten moeten aan de Grondwet kunnen worden getoetst

    Wetten worden in Nederland enkel aan de Grondwet getoetst vóórdat ze door het parlement zijn aangenomen. Zo worden grondwettelijke aspecten van wetgeving beoordeeld in het advies van de Raad van State en bij de behandeling in de Eerste Kamer. Maar als een burger zich in zijn grondrechten aangetast voelt nádat een wet is aangenomen, mag een rechter die wet nu niet aan de Grondwet toetsen.

    De commissie-Remkes noemt dit „een lacune” en wil wel zo’n vorm van constitutionele toetsing door een Constitutioneel Hof. Dit hof, bestaande uit vijf tot zeven rechters, beslist na een klacht van een burger of zijn of haar grondrechten door een bepaalde wet worden aangetast. Het hof zou ook moeten gaan oordelen over de vraag of een politieke partij verboden moet worden. Die beslissing ligt nu nog bij ‘reguliere’ rechters.

    Met een Constitutioneel Hof kan „de weerbaarheid van de democratie worden verhoogd”, denkt de staatscommissie. Burgers zijn beter beschermd tegen slechte wetten en de Grondwet krijgt door het hof ook meer betekenis voor Nederlanders.

    Voor de instelling van een Constitutioneel Hof moet de Grondwet worden gewijzigd.

    Terug naar boven

Lees ook: Remkes stelt grote hervormingen politiek bestel voor