Opinie

De politie maakt fouten, maar is niet racistisch

wordt wel eens staande gehouden door zijn collega’s bij de politie. Daarbij speelt zijn huidskleur een rol, denkt hij. ‘Maar dat maakt de politie nog geen racistische organisatie’.

Beeld uit de documentaire ‘Verdacht’ die de NPO maandag uitzond

Maandagavond keek ik met gemengde gevoelens naar de documentaire Verdacht. Een documentaire over etnisch profileren door de politie. Veertien mannen, onder wie twee collega’s, vertelden voor de camera hoe zij door de politie werden aangesproken, staande gehouden en in sommige gevallen zelfs aangehouden. Alle veertien mannen hadden een donkere huidskleur. Er kwam ook één vrouw aan het woord, maar zij sprak namens haar mannelijke collega’s.

Schrijnende verhalen. Ik vind het niet eens zo belangrijk of de betreffende verhalen volledig zijn, het beeld en gevoel dat is ontstaan bij deze mannen (en de kijkers) is alles behalve positief voor ons als politie.

Overigens weet ik uit eigen ervaring, dat een staandehouding als je zelf diender bent, vervelend voelt. Met name als je het gevoel hebt dat jouw huidskleur heeft meegewogen bij de betreffende collega’s om tot staande houding over te gaan. Zelfs als je professioneel begrip kunt opbrengen voor hun overweging. Ik weet dat veel collega’s met een donkere huidskleur of met een niet-Nederlands uiterlijk, een of meerdere malen zijn staande gehouden. En dat zij dat vervelende gevoel, dat ik beschrijf, herkennen. In bijna alle gevallen word ik tijdens staande houdingen correct te woord gestaan. Collega’s stellen zich voor en vragen (meestal) om mijn rijbewijs. Ik vertel eigenlijk nooit dat ik een collega ben en krijg bijna altijd te horen, daarnaar gevraagd, dat het een routinecontrole betreft. Natuurlijk weet ik dat mijn huidskleur een rol heeft gespeeld, maar ik heb (in Nederland) nog niet het gevoel gehad dat de betreffende collega’s ‘fout’ zouden zijn.

Een donkere twintiger in een BMW cabrio

Mijn beide zonen zijn regelmatig staande gehouden wanneer zij op weg naar de sportschool, gekleed in een trainingspak, in de auto van mijn echtgenote reden. Dat irriteerde hen. Ik begreep het wel. Een donkere twintiger in een BMW cabrio met de tenaamstelling ‘De Boer’. Als diender zou ik ook willen weten wie er in die auto rijdt. Mijn uitleg verminderde de irritatie bij mijn zoons niet.

Terug naar de documentaire. De programmamaker schetst naar mijn gevoel een beeld van een foute en onbetrouwbare politieorganisatie. Ik had graag ook collega’s aan het woord gezien die vertelden hoe zij te werk gaan. Want dat geeft je de mogelijkheid om te begrijpen waarom ze doen wat ze doen, waarvoor je overigens geen begrip hoeft te hebben. In reacties en publicaties op de documentaire wordt een beeld opgeroepen van een racistische organisatie. En daarmee doe je mij en duizenden van mijn collega’s onrecht.

Lees ook: jij ziet er helemaal niet uit als een politieman

Een dergelijk programma mag ons als politie gerust een spiegel voorhouden, liefst kritisch. Dat kan in een rechtstaat wat mij betreft niet vaak genoeg. Het beeld dat deze documentaire bij mij oproept is een oproep tot polarisatie. De documentaire brengt partijen niet tot elkaar maar roept op tot verdeling. Een verdeling die onze hele samenleving dreigt te polariseren. Voorstanders van Zwarte Piet kunnen gewoon voorstanders van Zwarte Piet zijn en niet automatisch racisten. Politiemensen kunnen profileren tijdens hun werk, ook op uiterlijk, en dat maakt van hen nog geen racisten.

Racisme is geen onderdeel van ons dagelijks optreden

Dat ons inlevingsvermogen in deze multiculturele samenleving niet altijd even goed ontwikkeld is, herken ik. Dat soms de professionele intuïtie nog onvoldoende is, herken ik ook. Dat dit kan leiden tot ervaringen zoals te zien in de betreffende documentaire is helaas een gegeven. Maar dat maakt ons niet tot een foute organisatie waar racistisch gedrag onderdeel van dagelijks optreden zou zijn. Ik zou het niet 42 jaar hebben kunnen volhouden in een dergelijke werkomgeving en met trots vertellen politieman te zijn. Ik werk dagelijks met politiemannen en -vrouwen die iedere dag opnieuw in dienst komen met de intentie om ‘het goede te doen’. Ik ben er trots op, dat de Nederlandse politie tot ’s werelds beste politieorganisaties behoort, zeker daar waar het gaat om onze integriteit.

Overigens mag dit geen reden zijn om achterover te leunen. Daar waar het gaat om ons inlevingsvermogen in deze multiculturele samenleving moet een hoop worden verbeterd.

Dagelijks moeten wij werken aan het ontwikkelen van onze professionele intuïtie, daar hoort mijns inziens ook profileren bij.

Wij moeten onze samenleving herkennen maar ook voor de inwoners van de samenleving herkenbaar zijn.

Als lid van Pharresia, een denktank die zich inzet voor een diverse politie, maak ik mij samen met collega’s hard voor een politie van en voor iedereen. Voor polarisatie is wat ons betreft geen plaats.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.