Hoe kon het zo fout gaan bij examens in Maastricht?

Onderwijs Dat het middelbaar onderwijs in Zuid-Limburg niet goed was, zong al jaren rond. Waarom is het examendebacle bij VMBO Maastricht dan niet voorkomen?

Vrijdag verschijnen twaalf rapporten over het examendrama op VMBO Maastricht, waardoor deze zomer 354 diploma’s ongeldig werden verklaard.
Vrijdag verschijnen twaalf rapporten over het examendrama op VMBO Maastricht, waardoor deze zomer 354 diploma’s ongeldig werden verklaard. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Wat ging fout? Wie was op de hoogte? En wie was verantwoordelijk? Net als bij de eerdere onderwijsdebacles, rond Inholland, Amarantis en ROC Leiden, wordt deze vrijdag de definitieve balans opgemaakt rond VMBO Maastricht en scholenkoepel Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

Vrijdagmiddag verschijnen liefst twaalf onderzoeksrapporten. Een van de Auditdienst Rijk over het functioneren van de Inspectie van het Onderwijs. Elf van de inspectie zelf: over de kwaliteit van het VMBO Maastricht, van negen andere scholen van LVO, en over het functioneren van LVO’s bestuur en raad van toezicht. De rapporten volgen op het ongeldig verklaren van 354 diploma’s afgelopen zomer.

Een deel van de conclusies circuleert al. VMBO Maastricht krijgt het predicaat „zeer zwak”, vier andere scholen in Maastricht, Gulpen en Heerlen het predicaat „onvoldoende”, vanwege onder meer schooluitval. Het LVO liet ondertussen forse steken vallen. LVO-bestuursvoorzitter André Postema en Jan Schrijen, voorzitter van de raad van toezicht van de scholenkoepel, stapten eind vorige maand op.

Boeken vast op een schip in China, les krijgen vanaf de gang’

‘Je zal er maar wonen’

Zijn al die achterafanalyses geen kronieken van een aangekondigd ongeluk? De bevindingen van de inspectie bevestigen vooral wat iedereen in Zuid-Limburg al jaren wist: dat er iets structueel misging in het middelbaar onderwijs in Zuid-Limburg. Alleen al het ‘weglekpercentage’ in Maastricht (46 procent van de pubers week uit naar scholen elders) moest toch alle alarmbellen doen laten afgaan. Toch liet LVO het gebeuren, net als overheden en andere betrokkenen. Terwijl miljoenen euro’s werden geïnvesteerd in kenniscampussen en campagnes om mensen te attenderen op het plezierige wonen in Zuid-Limburg („Je zal er maar wonen”), liep het imago van de regio door de onderwijsproblemen deuken op.

Misschien móesten overheden en bedrijven het wel laten gebeuren, suggereert Paul Zoontjens, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Tilburg University. „Nederland kent een lange traditie van een grote vrijheid voor scholen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft de politiek gekozen voor nóg meer autonomie en deregulering.”

Alleen de inspectie kan echt ingrijpen als het misgaat, constateert Zoontjens. „En die danst op een dun koord. Ze heeft een van de moeilijkste overheidsrollen die bestaan: ze moet toezicht houden en toch terughoudendheid betrachten, moet het integrale beeld helder krijgen zonder bemoeizucht. Dat betekent voortdurend zoeken naar de juiste opstelling.”

De schoolinspectie komt niet vaak

Eén onderwijsaanbieder

Wat ook niet helpt, volgens Pieter Huisman, hoogleraar onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is het beperkte aantal fte’s bij de inspectie. „Dat dwingt ertoe, als klachten al worden opgepakt, voornamelijk te werken op basis van stukken en aangeleverde informatie.”

Huisman ziet nog een Zuid-Limburgse bijzonderheid, waardoor een ander – elders automatisch optredend – correctiemechanisme niet werkt: „In Zuid-Limburg is sprake van één grote onderwijsaanbieder. Daar is mede voor gekozen vanwege krimp. Normaal wijken ouders met hun kinderen bij structurele onvrede automatisch uit naar scholen van een andere koepel. Maar los van het Belgische onderwijs ontbreken in Zuid-Limburg de mogelijkheden daartoe.”

Het toezicht is ook nog eens behoorlijk gefragmenteerd, vindt Huisman. „Het ministerie heeft een rol, de inspecties natuurlijk ook. Dan heb je binnen een scholenkoepel het bestuur, de raad van toezicht en de medezeggenschapsraad. En gemeenteraden beslissen over de huisvesting en de openbaar onderwijsaspecten.”

Bij zoveel verspreide verantwoordelijkheid dreigt al snel dat niemand echt verantwoordelijkheid neemt, zoals de kans op redding van een drenkeling ook kleiner is bij talrijke omstanders dan bij slechts een paar.

Huisman ziet een cruciale rol voor de raad van toezicht. „Die moet in situaties als de Limburgse heel kien zijn op good governance. Maar de afstand tot de werkvloer is groot. Dan ben je al snel vooral bezig met de buitenkant, en de enkele signalen die je wél bereiken.”

Rode alarmknop

Zoontjens vindt dat de opeenvolgende onderwijsdebacles genoeg aanleiding geven om het systeem tegen het licht te houden. „Ik pleit niet voor het volledig terugdraaien van de autonomie van scholen: onderwijs is zo ingewikkeld geworden dat je niet alles kunt regelen vanuit Den Haag. Maar je kunt wel kijken naar de mate van onafhankelijkheid. En naar mogelijkheden voor gemeenten en andere direct betrokkenen om onrust direct aan te kaarten bij raden van toezicht en de inspectie. Een soort rode alarmknop voor als ze het gevoel hebben dat er echt iets fundamenteels fout gaat met de basisvoorziening onderwijs.”