Recensie

Woest dansen en twerken in een overprikkelde wereld

De Vlaamse choreograaf Michiel Vandevelde wil in zijn dans 'Andrade’ de commerciële beeldcultuur niet aanvallen maar aanpassen.

Bryana Fritz in Andrade: een lichaam dat strijd levert met externe, overheersende invloeden
Bryana Fritz in Andrade: een lichaam dat strijd levert met externe, overheersende invloeden Clara Hermans

Andrade is de pure dans van een overvoerd, overprikkeld lichaam, in een wereld van volledig gemanipuleerd licht en bewerkt geluid.

Als een witte schim staat ze daar, roerloos in het donker. Strijdbare pose, voeten ver uiteen, arm gehoekt opgeheven. Maar als het licht opkomt, blijkt het krachtige gebaar breekbaar. Traag brengt Bryana Fritz in Andrade haar hevig bevende hand naar het hoofd om wat losse krullen achter haar oor te schikken. Keer op keer. Telkens balt ze haar vuist weer.

Het kleine gebaar is een vooruitwijzing naar het komende uur, waarin de Vlaamse choreograaf Michiel Vandevelde een lichaam toont dat strijd levert met externe, overheersende krachten, met ongrijpbare, maar des te voelbaarder invloeden. Machten die zich manifesteren in dansbewegingen die vaak verdacht veel lijken op beelden uit videoclips van succesvolle popartiesten zoals Miley Cyrus, SIA, Psy, Justin Bieber en – wie anders – Beyoncé.

Die commerciële cultuur is, volgens Vandevelde, de kolonisator van de westerse wereld, zoals die westerse wereld zelf in het verleden andere culturen koloniseerde en overheerste. In Andrade laat de aanstormende Vlaamse choreograaf Vandevelde, duidelijk een product van de invloedrijke, Brusselse dansacademie P.A.R.T.S, zich inspireren door de Braziliaanse schrijver Oswald de Andrade, die in zijn Kannibalistisch Manifest (1928) betoogde dat het beter was de cultuur van de overheerser toe te eigenen en te transformeren tot iets nieuws dan te verwerpen.

Met die thematiek hield Vandevelde zich in eerdere voorstellingen bezig; Andrade is de culminatie en uiterste consequentie ervan, ontdaan van context en zonder aanwijsbare samenhang. Voorkennis van die achtergrond is daardoor wel prettig, maar niet per se noodzakelijk om gegrepen te worden door Vandeveldes vervreemdende mini-universum, dat toch herkenningspunten biedt. Fritz marcheert zelfverzekerd, poseert als een pin-up, danst woest en twerkt in fast forward en slow motion. Het is de pure dans van een overvoerd, overprikkeld lichaam, in een wereld van volledig gemanipuleerd licht (en soms pikkedonker) en bewerkt geluid. Weerstand is zinloos, onmogelijk. Boeiend en doodvermoeiend.

    • Francine van der Wiel