Opinie

Schrijven voor mensenrechten

Lotfi El Hamidi

‘Zijne Excellentie’, zo luidt de aanspreekvorm voor ayatollah Sadegh Larijani, het Iraanse hoofd van Justitie. Bovenaan de brief haal ik God nog even aan, de Barmhartige, de Genadevolle, zoals gebruikelijk in het Midden-Oosten. Zou zo’n ‘man van God’ de brief dan eerder lezen? De wens is de vader van de gedachte.

Uiteraard gaat het om de inhoud van de brief: de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Atena Daemi, de 30-jarige Iraanse vrouw die vanwege kritiek op de doodstraf in haar thuisland al vier jaar vastzit. Haar gezondheid gaat achteruit, de medische zorg is ondermaats.

De kans dat de ayatollah de brief openvouwt is nihil, maar dat weerhoudt niemand in het oude stadhuis van Dordrecht om te schrijven. Aan zes tafels hebben mensen de pen ter hand genomen voor de tien vrouwelijke mensenrechtenactivisten die in deze schrijfmarathoneditie van Amnesty International centraal staan. Tijdens de Internationale Dag van de Mensenrechten worden wereldwijd honderdduizenden brieven geschreven, de grootste jaarlijkse schrijfactie.

‘De mensenrechten staan wereldwijd onder druk”, zegt Elma Biekmann, coördinator van Amnesty in Dordrecht. En het zijn niet alleen de usual suspects om wie we ons zorgen moeten maken. Biekmann noemt Hongarije, Brazilië en de Verenigde Staten. Maar ook Nederland, waar de bereidheid om fier voor mensenrechten te staan lijkt af te nemen. „Daarom betrekken we vandaag vooral schoolkinderen, om ze ervan te doordringen dat mensenrechten niet vanzelfsprekend zijn.”

Ik ken nog een aantal volwassen schoolkinderen uit de Tweede Kamer voor wie zo’n schrijfsessie enigszins nuttig was geweest. FvD-voorman Thierry Baudet bijvoorbeeld, die onlangs nog in het Marrakesh-debat een valse tegenstelling opwierp tussen landsgrenzen en mensenrechten („Moeten we [dan] niet een keuze maken voor grenzen en tegen ‘mensenrechten’?”). De voltallige PVV-fractie had er ook wat van kunnen opsteken, net als de SGP, sedert 1918 voorstander van (her-)invoering van de doodstraf.

De ansichtkaarten met steunbetuiging komen bij de vrouwen terecht, de geschreven brieven naar de verantwoordelijke regimes. Het schrijven heeft zin, daar hoeven we volgens Biekmann niet cynisch over te doen. „Je moet je een bode voorstellen die 28 zakken post het paleis binnensjouwt. Dat geeft wel een idee, toch? Bij één op de drie gevangenen treedt er uiteindelijk verbetering op, zoals een doodstraf die wordt omgezet in gevangenisstraf, of een gevangene die zijn straf thuis mag uitzitten.”

Vorig jaar leverde de schrijfactie voor zeven van de tien mensenrechtenverdedigers een beter leven op. Ik hou de situatie van Atena Daemi in de gaten.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.